Lid worden van de vakbond: doen of niet?

België behoort tot één van de landen met de meeste vakbondsleden ter wereld. Meer dan de helft van alle Belgische werknemers zijn aangesloten bij een vakbond. Maar wat zijn nu de voor- en nadelen van zo’n lidmaatschap?

Wij stelden de vraag aan Marc, 37  jaar, werknemer in een multinational en al 15 jaar gesyndiceerd, en aan Olivier, 28 jaar en verkoper in een sportwinkel die geen nut ziet in het lidmaatschap bij een vakbond.

Een paar cijfers

Maar eerst geven we enkele cijfers. Bijna 60% van de Belgische werknemers zijn aangesloten bij een vakbond. Toch varieert de hoeveelheid naargelang de verschillende sectoren. In grote bedrijven en bij openbare diensten zijn bijna alle werknemers lid bij een vakbond. Dat is niet zo het geval bij KMO's.

Dit is vooral te wijten aan onze wetgeving: de oprichting van vertegenwoordigende organen hangt af van de grootte van het bedrijf. Zo moet bijvoorbeeld een ondernemingsraad geïnstalleerd worden in een bedrijf met meer dan 100 werknemers. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van de werknemers en de directie en moet kunnen meespreken over het economische, financiele en sociale beleid van het bedrijf. Voor een bedrijf met minder dan 50 werknemers legt wet echter geen specifieke structuur vast. Een vakbondsafvaardiging kan verplicht gemaakt worden, maar enkel via een sectoraal akkoord.

In België bestaan drie grote vakbonden: het ACV (christelijk), het ABVV (socialistisch) en het ACLVB (liberaal). Ook voor kaderleden bestaat een kleinere vakbond: het NCK (Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel). De maandelijkse bijdrage varieert naargelang de vakbond, maar over het algemeen bedraagt dit maximaal 15 euro per maand. De vakbonden hanteren wel verminderde tarieven voor bijvoorbeeld werklozen, jongeren, gehandicapten ...

Marc: "Een natuurlijke keuze"

Voor Marc was zich aansluiten bij de vakbond een natuurlijk gegeven. Omdat hij in dienst is bij een multinational die duizenden werknemers telt, voelde hij zich wat verloren als werknemers ten opzichte van de 'machtige' directie. "Het is niet altijd evident om je rechten te kennen en die ook te doen gelden in een dergelijk grote onderneming." Voor Marc houdt de vakbond de balans met de hiërarchie in evenwicht, en houdt het syndicaat hem op de hoogte van wat reilt en zeilt in het bedrijf.

Hij ziet ook een reeks voordelen die verder gaan dan alleen het werk. "We hebben toegang tot een reeks van diensten die nuttig kunnen zijn, zelfs buiten de bedrijfsmuren", vertelt hij. Zo kan de vakbond optreden bij sociale geschillen, maar zijn er voor gesyndiceerden ook kortingen op reizen, culturele activiteiten, enzovoort.

Olivier: "De vakbonden hebben geen goed imago"

Niet iedereen is overtuigd van het nut. Olivier vindt dat de voordelen van het lidmaatschap niet opwegen tegen de maandelijkse bijdragen. Hij werkt nu drie jaar in een sportwinkel en denkt er niet aan om zich aan te sluiten. "Ik zie er het nut niet van in. Als er een probleem is ga ik meteen naar mijn rechtstreekse baas, ik heb geen nood aan een omweg via een tussenpersoon."

Volgens hem zou hij zelfs scheef kunnen bekeken worden door zijn directie of zijn collega's. "De vakbonden hebben niet echt een goed imago", legt hij uit. "Soms heb je de indruk dat ze eisen stellen om eisen te stellen. Ik heb geen zin om de indruk te wekken dat ik ergens ontevreden over ben." Olivier vindt dat de relaties op het werk optimaal zijn, en dat zich aansluiten bij de vakbond wel eens een knauw zou kunnen geven aan het onderling vertrouwen op de werkvloer.

Tekst: Cédric Leterme