Krijgen aftredende burgemeesters een vertrekpremie?

Enkele dagen na de verkiezingen wordt duidelijk dat enkele klinkende namen zichzelf niet zullen opvolgen als burgemeester. Stefaan De Clerck (CD&V) wordt in Kortrijk bijvoorbeeld in de oppositie geduwd door huidig minister van pensioenen Vincent Van Quickenborne (Open VLD). Ook de bebaarde burgemeester van Kruibeke, Antoine Denert (N-VA), moet zijn sjerp inleveren. Daar komt Jos Stassen (SamenVoorKruibeke, een kartellijst met Groen, sp.a en Open VLD) de komende zes jaar aan de macht.

Hoe zit het eigenlijk met het loon van al deze aftredende burgemeesters? Wat als zij na de gemeenteraadsverkiezingen terugvallen op ... helemaal niets?

Uittredingsvergoeding

Wie sinds zondag burgemeester af is, en geen ander inkomen heeft, krijgt op dit moment geen werkloosheidsuitkering of uittredingsvergoeding. Kan niet, vindt Geert Bourgeois (N-VA) die in het Witboek Interne Staatshervorming uit 2011 een uittredingsvergoeding voorziet voor burgemeesters en schepenen die aan het einde van hun mandaat geen ander ambt opnemen of andere inkomsten hebben.

Zij krijgen een maand uittredingsvergoeding per jaar dat ze zetelden, met een maximum van twaalf maanden. "Eén maand uittredingsvergoeding is gelijk aan hun normale wedde tijdens de legislatuur", laat het kabinet van minister Bourgeois weten. "De gemeenten moeten zelf ruimte maken in hun begroting om deze vergoedingen uit te betalen."

Pas vanaf 2019

Luc Martens, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, is voorstander van een dergelijke vergoeding. "Die is dan wel beperkt in de tijd, en merkelijk lager dan de uittredingsvergoeding van parlementsleden", stelt hij.

Voorlopig blijven De Clerck, Denert en andere ex-burgemeesters wel nog in de kou staan, want pas bij het aflopen van deze zesjarige legislatuur, vanaf 2019, zullen de uittredende mandatarissen er recht op hebben.