Geen proefperiode meer vanaf 2014

Wie een job start krijgt doorgaans een proefperiode van minimaal één maand en maximaal één jaar opgelegd. Tijdens die proefperiode kan je ontslagen worden (of ontslag nemen), en dan geldt er een opzeggingstermijn van zeven dagen voor bedienden.

Vanaf 2014 verdwijnt deze proefperiode, omdat het eenheidsstatuut van kracht wordt. Vanaf dan bedraagt de opzegtermijn voor arbeiders en bedienden twee weken, wanneer zij tijdens de eerste drie maanden van hun contract ontslagen worden (of ontslag nemen). Minister De Coninck ziet daardoor het nut niet meer in van een aparte proefperiode.

De afschaffing is vooral een goede zaak voor arbeiders. Zij konden nu tijdens de proeftijd zonder opzegtermijn of -vergoeding op straat worden gezet.

Niet iedereen is blij met die evolutie. Zo noemt kamerlid Zuhal Demir (N-VA) de schrapping in De Standaard 'een belangrijke inschattingsfout'. "De proeftijd is net ingevoerd om de drempel naar werk te verlagen voor zowel werkgever als werknemer. Hij biedt ook een uitstekende kans voor mensen uit de kansengroepen - laaggeschoolden of allochtonen - om zich te bewijzen," zegt ze. Ook NSZ-voorzitster Christine Mattheeuws reageert negatief: "Iemand ontslaan wordt voor kmo's en micro-ondernemingen veel duurder, en dat terwijl de loonkost al enorm zwaar weegt."