Een duik in de cijfers rond ontslag

In welke periode van het jaar vallen de meeste ontslagen? Wie geeft er het meest ontslag: de werknemer of de werkgever? HR-specialist Attentia voerde er onderzoek naar uit en ontdekte enkele opvallende cijfers.

 

Attentia bestudeerde 22.000 ontslagen die de voorbije drie jaar in België plaatshadden. De HR- & Well-being specialist onderzocht onder meer in welke periode de ontslagen vielen, na hoeveel jaar anciënniteit en onder welke juridische vorm.

 

Attentia ontdekte dat ongeveer de helft (49%) van de ontslagen op initiatief van de werknemer plaatsvindt. Daarnaast gebeurt ongeveer één op vijf (19%) in overleg en 3% omwille van medische overmacht. Bij iets meer dan 30% gaat het om ontslag op initiatief van de werkgever: door contractbreuk (20%), ontslag met opzegperiode (10%) of om dringende redenen (2%).    

 

Anciënniteit speelt grote rol 

De helft van de ontslagen gebeurt binnen de vier jaar na aanvang van de job. Op initiatief van de werkgever is dit gemiddeld na 4,72 jaar. Hoe meer anciënniteit een werknemer heeft, hoe minder kans hij heeft om ontslagen te worden. Van alle onderzochte cases was er slechts 1% dat ontslagen werd (op initiatief van de werkgever) na een dienst van meer dan twintig jaar. Een gedeelte hiervan is zelfs te verklaren door het einde van de loopbaan; het arbeidscontract eindigt immers niet automatisch bij het naderen van de pensioenleeftijd.

 

Als de werknemer zelf zijn ontslag indient, is dit gemiddeld 3,7 jaar na indiensttreding. Deze categorie ontslagen komt vooral veel voor tijdens het tweede jaar. Opnieuw: Een werknemer met een hoge anciënniteit, verlaat niet snel zijn werkgever. Dit heeft te maken met de opzegtermijn die gebaseerd wordt op iemands anciënniteit. Als een werknemer een nieuwe job begint en al snel zijn ontslag krijgt, zal hij slechts recht hebben op een korte opzegtermijn.

 

Ontslag in samenspraak komt het meeste voor tijdens de eerste twee jaar en – zoals bij de twee vorige categorieën – neemt af naarmate de toenemende anciënniteit van werknemers. 

 

Afwachtende houding

Een werknemer die ontslag neemt of ontslagen wordt, heeft dus gemiddeld vier jaar anciënniteit. Dit lijkt redelijk lang. Hebben werknemers dan vier jaar nodig om te ontdekken dat ze hun baan maar niets vinden? “Meestal wil de werknemer ten volle de leermogelijkheden benutten”, verklaart Katia Deknop, Business Manager Tax & Legal bij Attentia. “Hij zal zijn job niet zo snel verlaten als hij niets anders in het vooruitzicht heeft, ook al voldoet zijn huidige functie niet aan zijn verwachtingen.”

 

En als een werkgever niet helemaal tevreden is over een werknemer, zal hij die niet zonder boe of ba ontslaan. “De werkgever moet elk ontslag correct motiveren en onderbouwen. Iemand die niet goed functioneert, hoort dit niet voor het eerst bij zijn ontslag, maar krijgt gerichte feedback in een jaarlijks evaluatiemoment of in tussentijdse opvolgingsgesprekken. De werknemer krijgt zo de kans zich bij te sturen. Maar zelfs met goed leiderschap, kan het zijn dat de werkgever moet beslissen tot ontslag.”

 

Laatste werkdagen op het einde van het kwartaal

De laatste werkdag, zeker in het kader van contractbreuk en bij wederzijds akkoord, valt meestal op het einde van het kwartaal. Als het ontslag op initiatief van de werkgever is, valt hij het vaakst in de winter. Op initiatief van de werknemer, daarentegen, valt de laatste werkdag heel vaak in de zomer, zodat ze in de herfst met een schone lei kunnen herbeginnen.

 

Dat de laatste werkdag meestal op het einde van het kwartaal valt, heeft te maken met administratieve en budgettaire overwegingen. “De piek naar het eind van het jaar verwondert ons niet”, vertelt Deknop. “De meeste bedrijven werken namelijk met het kalenderjaar als boekjaar; de budgetten voor het volgend jaar worden vastgelegd in het laatste kwartaal. Tegen het eind van het jaar zal de werkgever beslissen of de bijsturingen het gewenste resultaat hebben gegeven of niet. Ook promoties hebben een impact op het budget.”

 

Arbeiders nemen vaker ontslag

Uit de cijfers blijkt eveneens dat arbeiders vaker ontslag nemen dan bedienden. Binnen de groep arbeiders waren er namelijk meer ontslagen op initiatief van de werknemer dan op initiatief van de werkgever. “Deels heeft dit hoger verloop een historische oorzaak,” vertelt Deknop, “vroeger waren opzegtermijnen bij arbeiders veel korter dan bij bedienden. Bovendien is de jobinhoud van arbeiders vaak repetitief en hebben zij hierop weinig impact. Als zij een opportuniteit zien bij een andere werkgever met een betere verloning zullen ze minder lang aarzelen om hun opzeg te geven.”

 

Voor de andere twee statuten – ‘bediende’ en ‘kader en directie’ – vallen er net meer ontslagen op initiatief van de werkgever dan op initiatief van de werknemer.

 

Bron: Attentia

 

 

Lees ook:

Ontslag gekregen: hoe moet het nu verder?

Welke soorten ontslag bestaan er?

Het ontslag volgens de letter van de wet