Cover - Carrière maken bij de vakbond

Crisis of geen crisis, de Belgische vakbonden wisten de voorbije jaren hun personeelsbestand op te trekken. Maar wat doen die duizenden medewerkers dag in dag uit? En hoe maken de werknemers carrière binnen onze vakbonden?

1. Meer leden én werknemers bij de vakbonden

“Yes sir, I can boogie, boogie woogie, whole night long …” Baccara klinkt uit de krakende boxen bovenop de propagandabus van het ACV. De groene troepen zijn samengestroomd aan het Brusselse Noordstation om 'Europa een signaal te geven zijn handen af te houden van onze index, van onze pensioenen en onze openbare sector', klinkt het even later uit diezelfde boxen. Onder een weldoende lentezon lijkt het meer op een Vlaamse kermis met kraampjes, drank- en eettenten.

Dit soort acties vormt slechts een heel klein deeltje van het werk binnen de vakbond. Via televisie en kranten krijgen we een vertekend beeld van de werking van een vakbond. Meestal worden de camera's bovengehaald bij stakingen of nationale betogingen. Maar dat zijn de uitzonderlijke situaties. Het grote werk gebeurt in de bedrijven en aan de loketten waar de leden worden bediend.

Die uitgebreide dienstverlening is ook de reden waarom de Belgische vakbonden, in tegenstelling tot hun Europese collega's, de voorbije jaren groeiden. Sinds 2000 kwamen er meer dan 200.000 leden bij. Dat vertaalde zich in aanwervingen om de syndicale structuren te versterken. Bij het ACV nam het aantal werknemers toe van 3.200  in 2006, naar 3.755 nu. Ook  bij het ACLVB groeide het werknemersbestand. Mario Coppens, personeelsdirecteur van ACLVB: "Toen ik hier hr-directeur werd in 2007 waren we met 423 werknemers, nu zijn dat er 567. We moeten immers meer uitkeringen verzorgen voor werklozen." Nora Cassiers, woordvoerder van het ABVV: “Ons ledenaantal nam onder druk van de crisis toe. Maar onze personeelsuitbreiding was minder opvallend.” Vorig jaar versterkten twaalf mensen de federale diensten van het ABVV in de Hoogstraat.

Rudi Reynaert, secretaris van de cel algemeen personeelsbeleid van het ACV: “We hebben meer medewerkers gerekruteerd om de stijging van het aantal werklozen op te vangen. Maar nu krimpt de werkloosheid weer. We onderzoeken hoe we ons personeelsbestand op punt kunnen stellen.” Dit zal hoofdzakelijk gebeuren via interne verschuivingen, want de vakbonden garanderen hun medewerkers een bijna absolute werkzekerheid.

2. Een vakbondscarrière moet je zelf maken

Achter de loketten in de dienstencentra van de lokale verbonden vinden de leden ‘dienstverleners’. Rudi Reynaert: “Meestal hebben deze medewerkers een diploma als sociaal assistent, aangevuld met enkele jaren ervaring, bijvoorbeeld in een sociaal secretariaat. Om onze dienstverlening op punt te houden, werven we er jaarlijks een honderdtal van aan.”

Zo’n dienstverlener kan carrière maken. Als die zich specialiseert in bijvoorbeeld de begeleiding van werklozen, klimt die eerst op naar een hogere looncategorie. Hij kan doorgroeien op het vlak van syndicale dienstverlening tot een echte kenner. Sommige vakbondsdeskundigen pleiten zelfs voor de arbeidsrechtbanken.
Moet een sollicitant de juiste politieke lidkaart kunnen voorleggen? “Bij een sollicitatie peilen we naar de bereidheid om zich achter de waarden van vakbond te scharen. Naar een politieke lidkaart vragen we niet”, zegt Nora Cassiers uitdrukkelijk. Eenzelfde antwoord krijgen we bij het ACLVB en het ACV. “Neen, die tijden zijn voorbij. Ik ben nu dertig jaar actief in de vakbond en dat is heel sterk afgenomen. In de meeste gevallen is de tussenkomst van een politicus zelfs contraproductief”, zegt Rudi Reynaert.

Een vakbondscarrière moet je wel zelf maken. “De vakbonden bieden wel loopbaanbegeleiding aan hun leden aan, maar verwacht binnen de vakbonden geen carrièrecoaching. Je moet zelf het initiatief nemen, of je blijft op je stoel kleven”, vertelt een oudgediende met vijfentwintig jaar syndicale dienst.
“Er is inderdaad nood aan meer carrièreplanning”, geeft Rudi Reynaert toe. “Onder leiding van professor Marijke Verbruggen (K.U.Leuven) wordt er een studie gemaakt over wat onze mensen tegenhoudt om andere functies op te nemen. Op basis van die studie zullen we onze loopbaanbegeleiding beter uitwerken. Er komt ook een nieuw instrument om die digitaal op te volgen.”

Ook Mario Coppens kent dit probleem: “Voorlopig stimuleren we onze mensen nog niet in hun loopbaan. Maar we passen momenteel onze functieclassificatie aan. We hebben 104 verschillende functies in dit huis. Als binnenkort de werkloosheid vermindert, zullen we medewerkers naar andere taken moeten begeleiden. Het nieuwe systeem moet dat vergemakkelijken.”

3. Marktconforme lonen, leuke extra’s

Met de hulp van adviesbureau Berenschot heeft het ACV midden jaren negentig een functieclassificatie ingevoerd. Volgens insiders was deze vernieuwing nodig omdat vele goede sollicitanten afhaakten op het lage salaris. De vakbond moest zijn verloningspakket opsmukken. “Onze salarissen liggen nu in lijn met de markt”, stelt Rudi Reynaert. “Daarnaast  zijn er mooie extra’s, zoals een dertiende maand en een groepsverzekering.” “Vakbonden zijn aantrekkelijke werkgevers. Als we een vacature uitschrijven, stromen de sollicitaties toe. Heel extreem was de recente vacature in La Louvière waarvoor 350 kandidaten opdoken. En ik zie niemand weglopen omdat we te weinig zouden betalen”, lacht Mario Coppens. “Naast het salaris hebben we een groepsverzekering en maaltijdcheques en vooral heel flexibele werkuren en veel verlofdagen. We hanteren glijdende werkuren. Niet 5 maar 10 procent van ons personeel kan tijdskrediet aanvragen. Uiteindelijk zijn we een sociale organisatie.”

Ook bij de andere vakbonden horen we dezelfde teneur. Rudi Reynaert: “We mikken op een transparante loonstructuur met geen te grote salarisverschillen. Bijvoorbeeld, het nettoloon van onze laagste werknemers ligt driemaal lager dan dat van de voorzitter, Luc Cortebeeck, namelijk 1.250 euro netto tegenover 3.927 euro. Bruto is dat verschil groter: 1.597 euro tegenover 8.190 euro.” Het ABVV mikt op een loonspanning van één op vier. Voorzitter Rudy De Leeuw en de leden van het federaal secretariaat verdienen 4.700 bruto per maand. Binnen de vakbonden geldt de afspraak dat wie extra-mandaten bekleedt en daarvoor zitgeld opstrijkt, die doorstort aan een gemeenschappelijke centrale kas. "We hebben onze barema's aangepast. Dit zijn ok. Het is niet de bedoeling dat men gaat bijscharrelen”, klinkt het.

4. Topjobs in handen van (nationaal) secretarissen

Elke vakbond is een verzameling van redelijk kleine organisaties: de ‘centrales’ die een sector opvolgen en de onderhandelingen voeren en de ‘verbonden’ die per provincie of arrondissement diensten verlenen aan de leden en de lokale actie op zich nemen. Die ingewikkelde organisatiestructuur maakt het moeilijk om tot één personeelsbeleid te komen. Rudi Reynaert: “Al die autonoom gegroeide organisaties hadden een eigen personeelsbeleid. De voorbije jaren hebben we hard gesleuteld aan één ACV en geen dertig kapellekes.” ACV is een nationale organisatie, met centrale diensten in Brussel die zowel Vlaanderen als Wallonië bedienen. Bij het ABVV, daarentegen, is het personeelsbeleid het domein van de vakcentrales. “Wel hanteren we allen eenzelfde software. In Vlaanderen werken we sinds twee jaar aan een eengemaakt personeels- en loopbaanbeleid. Het besef groeit dat dit belangrijk is zodat de medewerkers vlotter hun loopbaan kunnen uitbouwen”, aldus Nora Cassiers. 

De topfuncties worden bekleed door de secretarissen die de lokale verbonden leiden, maar nog meer door de nationaal secretarissen of verantwoordelijken die de beroepscentrales onder zich hebben. Deze secretarissen steunen hun délégués in de bedrijven. Zij geven hun goedkeuring aan een bedrijfscao of indien nodig aan een staking. Secretarissen hebben een enorm afwisselende baan. Ze rijden veel naar bedrijven of lokale afdelingen, behandelen vele individuele klachten en sommigen doen sociaal werk. Ze organiseren gaarkeukens voor daklozen, volgen PWA's, enzovoort.
Secretarissen kloppen soms lange werkuren als ze bij een staking of een belangrijke reorganisatie dagen kamperen bij een bedrijf. Hun andere werk blijft dan liggen. “Reken maar op weken van 50 tot 55 uur”, vertelt een oud-secretaris uit het Leuvense. “Ik moest veel vergaderen met de militanten uit de bank- en de verzekeringswereld. Dat draaide rond cao’s, reorganisaties, autonomie op het werk, … Het was zwaar, belastend werk dat je ook emotioneel raakt. Geregeld heb je te weinig tijd om de beweging te steunen.”

"Vergeleken met de jaren zeventig is de tijdbelasting van een vakbondssecretaris wat verbeterd. Ze moeten nog wel avondvergaderingen doen, maar iets minder. Er bestaat een impliciete afspraak dat de vakbondssecretaris niet alle pinten mee moet drinken. Hij kan sneller naar huis”, aldus Guy Van Gyes, het hoofd van de onderzoeksgroep ‘arbeid en organisatie’ van het Leuvense Hiva, die al twintig jaar de vakbonden wetenschappelijk opvolgt.
Zoals elke moderne middenmanager geniet de vakbondsecretaris van een bedrijfswagen, een computer en een telefoon, als extra heeft hij een redelijke werkzekerheid. Naast informatie over arbeidsrecht en sociale wetgeving, worden vakbondsvrijgestelden opgeleid in communicatie- en onderhandelingstechnieken. En ze vergaderen veel, zoveel dat ze klagen dat het aantal vergaderingen exponentieel blijft stijgen.

5. Vakbonden vervrouwelijken zienderogen

“De vakbond vervrouwelijkt. In 2006 was 52% vrouw, nu al 54% en de trend zet zich verder. De grote meerderheid van onze dienstverleners zijn vrouwen. Maar stilaan zien we onder de propagandisten ook meer vrouwen”, horen we bij het ACV. Het ABVV volgt unisono: “Bij ons is de man/vrouwverhouding nu 50/50. Maar we zien meer vrouwen in de studiediensten en op topniveau.”

Die vrouwen onder het leidinggevend vakbondspersoneel hebben het niet eenvoudig. “Zeker niet in onze arbeidsmarkt waar bepaalde sectoren bijna uniseks zijn”, meent Guy Van Gyes. “Daarnaast vormen de vele avond- en weekenduren een hinderpaal. De vakbonden hebben hierover evenwel een charter ondertekend en doen inspanningen om de genderbalans beter in evenwicht te krijgen. Zo zijn 3 van de 8 leden van het dagelijks bestuur van het ACV een vrouw.”

6. Délégués stromen nog nauwelijks door naar vaste organisatie

Terwijl in de jaren zestig en zeventig nog redelijk wat militanten doorstroomden naar de vaste organisatie, is dit nu slechts een minderheid. “Ook bij de centrale structuren van het ABVV is dat eerder uitzonderlijk”, vertelt Nora Cassiers. “Maar in onze centrales worden nog geregeld délégués secretaris.”
"Een loopbaan binnen een vakbond is veel vlakker geworden. Dat kan in de toekomst tot problemen leiden", meent Guy Van Gyes. "Vooral omdat de overstap van een vakbond naar een privébedrijf in dit land heel uitzonderlijk blijft." Onder meer daarom verhuizen binnen het ACV oudere werknemers naar nieuwe functies via projecten om de interne mobiliteit te verhogen en om het competentiebeleid te stroomlijnen. Rudi Reynaert: “Het aantal promotiemogelijkheden is beperkt. Daarom trachten we horizontale verschuivingen naar andere functies of centrales te vereenvoudigen.”

Er is een ander pijnpunt in de ogen van onderzoeker Van Gyes: "Van ieder die een vakbond binnenstapt wordt een engagement verwacht, maar dat wordt bijna nooit uitdrukkelijk uitgesproken. Dat leidt geregeld tot wrevel tussen medewerkers die elkaar een gebrek aan engagement verwijten. Want door de professionalisering van de diensten werken er nu meer uitvoerende, administratieve krachten, zoals informatici. Die voelen zich minder betrokken bij het sociale doel van de vakbond. Daarom wordt er nu hard gewerkt om die loyaliteit op te krikken."

De sociale verkiezingen zijn voor de vakbondssecretarissen het moment van de waarheid: ze moeten voldoende kandidaten vinden om de lijsten te bemannen. Maar mei 2012 ligt nog ver weg. Mario Coppens (ACLVB): “Voorlopig doen enkele werkgroepen het voorbereidende werk zoals aftasten met welk reclamebureau we zullen werken. Vanaf september begint de wagen echt te rollen.” In mei van volgend jaar weten die duizenden syndicale medewerkers of hun achterban hun inspanningen gewaardeerd heeft.

Getuigenissen: hoe maakten deze 3 dames carrière bij de vakbond?