3 vrouwen die carrière maakten bij de vakbonden

Hoe timmer je je aan carrière bij de vakbonden? 3 vrouwen met sociaal bloed in hun aderen over hun weg naar de vakbondstop.

“Ik heb snel de geleerde praat overboord gegooid.”

Sabine Slegers, nationaal secretaris ACLVB

asset/47640

Diploma: Rechten aan de VUB - Professioneel vakbondsparcours: adviseur van nationaal secretaris op studiedienst, nu zelf nationaal secretaris van de ACLVB

“Ik stam uit een arbeidersgezin. Mijn grootouders werkten bij FN in Luik, mijn vader in de bouw. Ik hoorde als kind hun verhalen en ik vond het erg hoe ze in de fabriek en op de werf behandeld werden. Ik heb het geluk gehad dat ik Rechten aan de universiteit mocht gaan studeren. Ik raakte er gefascineerd door arbeidsrecht en de wereld van het sociaal overleg. Nadat ik begin jaren negentig afstudeerde, heb ik heel even geproefd van de advocatuur, maar vrij vlug kwam ik tot de conclusie dat dat niet mijn ding was. Ik ben dan gericht op zoek gegaan naar een job waarin ik me kon verdiepen in sociaal recht en waarin ik de belangen van werknemers en sociaal verzekerden kon verdedigen. Uiteraard denk je dan aan een vakbond. Toen al ging mijn politieke voorkeur uit naar het sociaal-liberalisme, en zo kwam ik bijna automatisch bij de liberale vakbond uit. Zeventien jaar geleden heb ik er spontaan gesolliciteerd. Ik had geluk, want ik kon meteen op de studiedienst beginnen werken als adviseur van de toenmalige nationaal secretaris.”

“Toen ik bij de ACLVB solliciteerde, kende ik er niemand. Net als zoveel andere mensen had ik een lichtjes vertekend beeld van waar een vakbond voor staat. Vakbonden komen vooral in het nieuws als er ergens gestaakt of betoogd wordt. Ik ontdekte al heel snel dat de werking van een vakbond veel ruimer en dieper gaat. Een van mijn allereerste opdrachten was vorming over arbeidsrecht gaan geven aan vakbondsmilitanten op de werkvloer. In mijn vormingsklasje zaten zowel arbeiders uit de metaalsector als bankbedienden. Als een echte academicus begon ik met een opsomming van alle wetsartikels. Na een kwartier had ik door dat ik gewoon over de hoofden van de mensen aan het spreken was. Ik heb meteen het wetboek dichtgeklapt en alle geleerde praat overboord gegooid. Uit die eerste ervaring heb ik veel geleerd: ik luister altijd heel goed naar wat militanten op de werkvloer te vertellen hebben.”

Onverwachte scenario’s

“Mijn job op de studiedienst was boeiend en divers: ik schreef tal van publicaties en loste juridische vragen van individuele leden op. Vaak ging het om serieuze problemen van werknemers die in conflict lagen met hun werkgever, of van gepensioneerden die door hun pensioeninstelling van het kastje naar de muur gestuurd werden. Dat was een perfecte leerschool voor wat ik nu doe. Toen begin 2007 de vacature van nationaal secretaris vrijkwam, heb ik mijn kandidatuur gesteld. Ik ben daarvoor niet over één nacht ijs gegaan, want werken voor de vakbond is sowieso niet vanzelfsprekend. Je weet altijd wanneer je ’s morgens begint, maar nooit wanneer je ’s avonds zal eindigen. Er kan een onverwacht conflict in een bedrijf uitbreken of ergens een dringende vergadering bijeen geroepen worden. Ik heb mijn kandidatuurstelling vier jaar geleden eerst goed doorgesproken met mijn gezinsleden. Pas dan heb ik me voluit in de strijd geworpen.”
“Als nationaal secretaris moet je door een nationaal comité van professionele vakbondsmensen en –afgevaardigden uit bedrijven verkozen worden. Ik heb toen niet veel gelobbyd. Ik heb wel aan iedereen mijn intentieverklaring rondgestuurd. Bij de ACLVB zijn er twee nationaal secretarissen met elk hun eigen bevoegdheidsdomeinen. Ik ben verantwoordelijk voor de individuele dienstverlening binnen de hele vakbond en vertegenwoordig de liberale vakbond in het overleg over de sociale zekerheid. De algemene leiding is in handen van onze voorzitter. Ik heb niet de ambitie om buiten de vakbond een job te gaan zoeken. Ik zit nog niet zó lang in deze functie, ik wil hier vooral in groeien en de vakbond laten meegroeien.”

 

“Er waren altijd mensen die in mij geloofden.”

Caroline Copers, algemeen secretaris Vlaams ABVV

asset/47641

Diploma: Rechten en postgraduaat Sociaal Recht aan VUB - Professioneel vakbondsparcours: pleiter en dossierbeheerder juridische dienst ABVV, secretaris voor de sectoren Schoonmaak, Bewaking, Tabak en Zoo, voorzitter van de Algemene Centrale Antwerpen-Waasland, nu algemeen secretaris van het Vlaams ABVV

“Ik ben Rechten gaan studeren omdat ik een job in de jeugdbescherming ambieerde. Maar tijdens mijn studies is mijn interesse verschoven in de richting van het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht. Ik kom uit een rood nest: mijn vader was zeeloods en aangesloten bij de ACOD, de ambtenarenvakbond van het ABVV. In 1983 volgde ik een postgraduaat Sociaal Recht aan de VUB. In datzelfde jaar ben ik ook op de juridische dienst van het ABVV beginnen werken. ’s Morgens ging ik naar het werk en in de late namiddag volgde ik les. Blijkbaar waren ze bij het ABVV tevreden over mij, want na dat jaar mocht ik fulltime blijven.”

“Ik heb toen tien jaar lang als pleiter en dossierbeheerder op de juridische dienst van ABVV Antwerpen gewerkt. De adviseurs hadden allemaal hun specialiteit, maar de pleiters waren polyvalent in het arbeidsrecht. Wij waren echt van alle markten thuis. Veel tijd om me in te werken, kreeg ik niet. Ik ben één keer samen met mijn diensthoofd naar een zitting op de arbeidsrechtbank gaan kijken, de volgende keer mocht ik het al meteen helemaal zelf doen.”

“Ik had toen geen carrièreplan in het hoofd, want ik deed mijn werk dolgraag. Tot ik in 1994 door de Algemene Centrale Antwerpen-Waasland gevraagd werd of ik secretaris voor de sectoren Schoonmaak, Bewaking, Tabak en Zoo wou worden. Waarom ze bij mij terechtkwamen? Ze zochten iemand met ervaring in de organisatie én met het hart op de juiste plaats. Als pleiter wou ik mijn zaak altijd winnen. Ik denk dat hun oog daardoor op mij gevallen is. Voor mij was het een complete verrassing. En het was ook een totaal andere job.”

“Ik moest leren uit het juridische denken te stappen. Ik had het daar in het begin wel wat moeilijk mee. Als pleiter zit je altijd in een conflictsituatie. Je treedt maar op de voorgrond als er geen andere oplossing meer mogelijk is. Nu moest ik leren vertrouwen in het woord van mensen, zonder dat alles netjes op papier stond en ondertekend was. Ik moest leren om problemen in bedrijven op een pragmatische manier aan te pakken. In veel gevallen bestaan daar geen regels of procedures voor, maar moet je vooral beroep doen op het gezond verstand.”

“Na vier jaar werd ik gevraagd voor het voorzitterschap van de Algemene Centrale Antwerpen-Waasland, en mijn kandidatuur werd zoals het hoort goedgekeurd door het militantenbestuur. In 2005 werd ik aangezocht om algemeen secretaris te worden van het Vlaams ABVV. Ik moest toen een intentieverklaring maken, waarin ik uitlegde wat ik van plan was te doen en waarin ik invulling gaf aan mijn mandaat als algemeen secretaris. De centrales en de gewesten hebben mijn kandidatuur daarna bevestigd. Op een daaropvolgend congres werd vastgelegd wat ik gedurende mijn termijn van vier jaar zou proberen verwezenlijken.”

“Ik heb tot hiertoe in mijn carrière ook veel geluk gehad omdat er altijd mensen waren die in mij geloofden. Ik word nu 51. Ik ga ervan uit dat ik dit toch nog minstens tien jaar zal kunnen blijven doen. Ik heb een zeer leuke, interessante job. Soms is ze zwaar, met veel stress. Er is hier alleszins nog veel werk voor de boeg. Voorlopig ben ik dus niet van plan andere horizonten op te zoeken.”


“Ik heb nooit zelf voor een job als nationaal secretaris gelobbyd.”

Ann Vermorgen, nationaal secretaris Vlaams ACV

asset/47643

Diploma: Maatschappelijk assistent aan de Sociale Hogeschool van Gent - Professioneel vakbondsparcours: ACV-vakbondsverantwoordelijke voor de Vlaamse openbare instellingen, nu nationaal secretaris van het Vlaams ACV

“Ik werkte bij de KAJ, de jongerenbeweging binnen de christelijke arbeidersbeweging. Rond mijn dertigste was ik toe aan een nieuwe uitdaging. In het tijdschrift van ACV-Openbare Diensten stond een vacature voor een vakbondsverantwoordelijke. Mijn vader was ACV-militant en duwde me die vacature onder de neus. Hij zei: ‘Dat zou nog iets voor jou zijn, Ann. Waarom solliciteer je niet?’ Mijn vader was cipier in de gevangenis. Vaak vertelde hij heroïsche verhalen over de acties van het ACV. Ik heb zijn raad opgevolgd, een sollicitatiebrief verstuurd en na een hele aanwervingsprocedure werd ik in de zomer van 1996 aangenomen als vakbondsverantwoordelijke voor de Vlaamse openbare instellingen.”

“Het was mijn job om als werknemer van de vakbond de belangen van de leden te verdedigen. Ik had typische manneninstellingen onder mijn hoede, zoals de Dienst voor de Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanalen en de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Toen ik voor het eerst op het syndicaal overlegcomité van de Maatschappij Brugse Zeevaartinrichtingen (MBZ) arriveerde, was ik de allereerste vrouw in de geschiedenis van de MBZ die daar aan tafel kwam zitten. Ik herinner me nog dat de baas zei: ‘We maken hier een unicum mee in de geschiedenis van onze instelling.’ En ik kreeg toen ook de vraag: ‘Maar mevrouw, weet u wel wat een kraanman is?’ (lacht) Ondertussen is er gelukkig veel veranderd.”

“Op een bepaald moment werd me gevraagd of ik teamverantwoordelijke van de vijf vakbondsverantwoordelijken voor de Vlaamse overheid wou worden. En in 2007 vroegen een aantal mensen me of ik mijn kandidatuur wou stellen voor de baan van nationaal secretaris lokale en regionale besturen. In september 2008 werd ik door ACV-voorzitter Luc Cortebeeck aangesproken voor de functie van nationaal secretaris en verantwoordelijke voor het Vlaams ACV.”

“Ik heb nooit zelf voor een job als nationaal secretaris gelobbyd. Dat zit gewoon niet in de cultuur van onze organisatie. Voor dat soort van functies word je altijd door andere mensen aangesproken. Ze zien je aan het werk en zijn van oordeel dat jij misschien wel de geschikte persoon voor die nieuwe baan zou kunnen zijn. Het ACV werkt op een heel democratische manier. De militanten zien hoe je, in goede en kwade dagen, acties, stakingen of conflicten aanpakt. Als nationaal secretaris van het Vlaams ACV ben ik niet de enige die beslist wat er moet gebeuren. Ik doe dat samen met de leden en de collega’s. Om de vier jaar zetten we op ons congres onze krachtlijnen uit, in samenspraak en overleg met de militanten.”

“Dit is mijn derde jaar als nationaal secretaris en ik heb een tijd nodig gehad om in deze functie te groeien. Nu zit ik op het punt waarop ik het gevoel heb dat ik onze hele organisatiestructuur in de vingers heb en zelf klemtonen kan beginnen leggen. Zo heb ik me onder andere vastgebeten in het dossier rond het nieuw industrieel beleid in Vlaanderen. Dit is geen werk van 9 tot 5 en de sociaal-economische uitdagingen die op ons afkomen zijn enorm. Een job als deze hou je alleen maar vol als je geëngageerd bent, als je in een project gelooft en er voluit voor wil gaan. Ik ben heel blij dat ik dat engagement van thuis uit heb meegekregen.”

Lees meer over carrière maken bij de vakbond.