Mike Verdrengh: van acteur tot VTM-baas en terug
Vanaf woensdag 7 oktober is Mike Verdrengh, voormalig VTM-baas, op het scherm te zien in de prestigieuze tv-serie ‘De Rodenburgs’. De serie gaat over het wel een wee van een schatrijke miljonairsfamilie. Mike speelt Karel Rodenburg die besluit zijn fortuin niet te geven aan zijn zoon, maar aan een buitenstaander. Verdrengh, van opleiding acteur, keert met deze rol terug naar zijn eerste grote liefde: het acteren.
Studio Herman Teirlinck
“De cirkel is rond”, bevestigt Mike Verdrengh, die op zijn 63ste nog lang niet van plan is om met pensioen te gaan. “Ik studeerde aan de Studio Herman Teirlinck. Als jonge man speelde ik in heel wat VRT-series van ‘Made in Vlaanderen’ en in de jeugdreeks ‘Keromar’. Maar door mijn managementjobs was er daarna geen tijd meer meer om te acteren. Ik wilde ook zoveel doen. Radio maken, dj spelen, een concertzaal als de Manhatten in Leuven runnen, een commercieel tv-station uitbouwen (lacht). Ik heb het allemaal met veel plezier gedaan. Maar nu ik weer kan acteren, besef ik pas hoe erg ik dit alles gemist heb.”
Oude knol
Op zijn 63ste draait Verdrengh nog tergende lange werkdagen. “Voor De Rodenborgs werken we met één camera. Dat betekent dat elke scène verschillende keren opnieuw moet gebeuren vanuit verschillende gezichtshoeken. Zeer arbeidsintensief, maar met een erg filmisch resultaat. Een lange draaidag betekent voor mij om 5.30 uur thuis vertrekken, van Leuven naar Lint rijden en om 8 uur beginnen met draaien. Meestal ben ik dan pas rond 20 uur thuis. Zo’n tempo zou ik niet meer alle dagen aankunnen: daarvoor moet je jong zijn. Maar Gilda De Bal en ik voelen ons fantastisch tussen die jonge acteurs: het is een verjongingskuur. Ik zit er niet mee in om de oude knol van dienst te zijn. Geestelijk kan ik nog perfect mee met wat die jongeren doen en denken. Ik denk eerlijk gezegd dat ik altijd een beetje kind gebleven ben. En dat is perfect mogelijk in dit beroep.”
Nog geen pensioen
“Om den brode moet ik niet meer werken. Mijn vrouw is met pensioen, ik zou dat ook kunnen doen. Ik heb er 43 werkjaren opzitten, waarbij ik sociale bijdragen en belastingen betaald heb. Mijn vrouw werkte 40 jaar, samen goed voor 83 jaar arbeidsdienst! Maar ik heb er zelf nog geen zin in. Ik wil alleen nog doen wat ik graag doe. Mijn vrouw weet dat om gelukkig te zijn, ik ook gelukkig moet zijn. Aan de slag blijven is daar een deel van. Ik denk dat ze me graag de deur ziet uitgaan. Thuis zit ik toch maar te kniezen en ouder te worden (lacht). Hard werken is ook relatief: aan de band bij Volvo werkt men ook hard. En ik ben lang niet de enige die ’s morgens zo vroeg onderweg is om de files voor te zijn.”
Creatief
“Of ik tijdens mijn jaren als VTM-baas ook zo hard moest werken? Toch wel. In een managementsfunctie is je verantwoordelijkheid veel groter. En de stress ook. Als acteur leer je je teksten wanneer je wil, op de manier die je wil. Voor VTM moest ik 7 dagen op 7 beschikbaar zijn, zeker tijdens de begindagen. De job was toen veel breder: wij deden én de directie, én de programmatie, én de opvolging van de productie, én het aantrekken van nieuw talent. Alles kwam bij ons terecht. Ik deed het met plezier, maar miste wel eens de creatieve inval. Die vind ik nu in het acteren weer terug.”
Geen carrièreplanning
“Spijt dat ik mijn mooiste jonge jaren niet aan het acteren gegeven heb? Nee, ik heb daar zelf voor gekozen. Ik had als acteur perfect gelukkig kunnen zijn, maar ik koos voor andere dingen. Ik wilde ook een comfortabel leven kunnen leiden. Vroeger was het bijna een zonde om te willen geld verdienen met acteren. Wie acteerde moest afzien, door het stof kruipen, verhongeren op een zolderkamertje. Bovendien heb ik nooit aan echte carrièreplanning gedaan. Ik was geboeid door de nieuwe technologie, de radio, de opkomst van de televisie in mijn kindertijd. Als bij toeval rolde ik in een job bij de radio. En van daaruit in de tv-wereld. Ik hield van afwisseling en verandering. Lekker op je plaats blijven zitten is makkelijker. En nu kom ik na een lange omweg weer uit waar ik vertrokken ben.”
Tekst Ann Lemaître
