Hoe moet de werkgever zijn werknemers informeren over het collectief ontslag?
Wanneer een werkgever een collectief ontslag overweegt, is hij verplicht om de werknemersvertegenwoordiger hierover in te lichten en te raadplegen. Het doel van deze raadpleging is:
- onderzoeken of het collectief ontslag voorkomen kan worden;
- onderzoeken van de mogelijkheid om de gevolgen te verzachten, door het nemen van begeleidingsmaatregelen (het zogenaamde Sociaal Plan).
Verloop procedure
De werkgever dient hierbij een zeer strikte formele procedure na te leven.
1. De werkgever moet aan de werknemersvertegenwoordigers een schriftelijk verslag voorleggen waarin hij zijn voornemen om over te gaan tot collectief ontslag meedeelt.
2. Samen met de mededeling van dit voornemen moet de werkgever de werknemersvertegenwoordigers een schriftelijk document met alle nuttige gegevens verstrekken om hen in staat te stellen hun opmerkingen en suggesties te formuleren opdat zij in aanmerking kunnen worden genomen
3. De werkgever bezorgt een afschrift van deze schriftelijke mededeling aan de directeur van de subregionale tewerkstellingsdienst van de plaats waar de onderneming gevestigd is.
4. Tijdens een vergadering met de werknemersvertegenwoordigers geeft de werkgever een mondelinge toelichting bij het geschreven document ‘economische verantwoording’. Deze mondelinge en schriftelijke inlichtingen moeten de werknemersafvaardiging in staat stellen opmerkingen en suggesties te formuleren.
5. Naast het overmaken van deze inlichtingen moet de werkgever de werknemersafvaardiging raadplegen over de mogelijkheden om het collectief ontslag te voorkomen of te verminderen en over de mogelijkheden om de gevolgen van de ontslagen te verzachten. Tijdens deze fase van de procedure kunnen de werknemersvertegenwoordigers dan ook hun voorstellen, bedenkingen, suggesties, bezwaren, vragen,… aan de werkgever overmaken.
6. De werkgever onderzoekt deze voorstellen, bedenkingen, suggesties, bezwaren, vragen en beantwoordt ze. Van deze vergaderingen moeten notulen worden opgesteld die door alle partijen ondertekend moeten worden.
7. De werkgever brengt bij een ter post aangetekend schrijven zijn voornemen ter kennis van de directeur van de subregionale tewerkstellingsdienst.
8. Tegelijkertijd moet de werkgever een afschrift van de kennisgeving aan de directeur van de VDAB
- aanplakken in de onderneming;
- zenden aan de werknemersvertegenwoordigers (de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis daarvan, de vakorganisaties die in het bevoegde paritaire comité zijn vertegenwoordigd), die hun eventuele opmerkingen kunnen richten aan de directeur van de subregionale tewerkstellingsdienst;
- bij een ter post aangetekende brief bezorgen aan de werknemers die al in het kader van het collectief ontslag ontslagen zijn, en wier arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen op de dag van de aanplakking.
- overmaken aan de minister van Werk;
9. Binnen 30 dagen na de kennisgeving van het voornemen aan de directeur van de subregionale tewerkstellingsdienst kunnen de werknemersvertegenwoordigers bezwaren formuleren over de naleving van de procedure.
