Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Ondernemen in Griekenland: het culinaire succesverhaal van de broertjes Douzis

Informatica, daar lag zijn toekomst. Althans, dat dachten zijn ouders. Thomas Douzis (29) lapte zijn diploma én de Griekse tragedie feestelijk aan zijn laars en stampte samen met zijn broer een eigen eetwarenbedrijfje uit de grond.

Pure passie, ongetwijfeld, maar al evenzeer een statement tegen immobilisme en pessimisme. Bericht uit Thessaloniki.

“Niet bepaald hogere wiskunde, nee?”, grijnst Thomas, terwijl hij onze blik ziet afdwalen. De rekken in een van zijn winkels annex restaurant hartje Thessaloniki puilen uit van de olijven, honing, confituur, olijfolie en andere feta. Haast alledaagse voedingsproducten die u en ik spontaan met, nou ja, Griekenland zouden durven te associëren. Ingewikkelde culinaire hoogstandjes zijn aan de Douzis-broertjes niet bepaald besteed, dure marketingpraatjes al evenmin. Back to basics lijkt hier het devies, op basis van een even doeltreffend als ambitieus businessplan. “Samen met mijn broer George (26) hield ik drie jaar geleden een zoektocht naar de beste producenten van een aantal basisproducten uit de Griekse keuken. Vanuit de idee die allemaal te verzamelen onder een eigen merknaam, om ze dan te verkopen in de kleine speciaalzaak, tegen prijzen die niet of amper hoger liggen dan wat je er in de supermarkt voor zou neertellen.”

We schreven 2008, en kruideniersketen Ergon was geboren. Al klinkt de term ‘kruidenier’ misschien net iets te doordeweeks en te weinig respectvol voor het bescheiden imperium dat de ondernemende broertjes Douzis intussen aan het uitbouwen zijn. Drie winkels annex restaurant in eigen land, een tiental buitenlandse verkooppunten én een vestiging in hartje Londen die binnen enkele maanden de deuren opent. Met als kers op de taart een opgemerkte samenwerking met de Griekse sterrenkok Dimitris Skarmoutsos – het rijkelijk getatoeëerde Griekse alter ego van Jeroen Meus – en vergevorderde dromen over nieuwe winkels in Brussel en Parijs.

Te midden van de zwaarste economische en politieke crisis die de Grieken zich kunnen herinneren, is hun bedrijf na drie jaar al goed voor een kleine veertig medewerkers. In 2011 liet het al een omzetgroei van 200 procent optekenen. “2008 was het jaar waarin de crisis hier losbarstte, maar ook het jaar waarin ik 25 ben geworden,” reageert Thomas laconiek. “Ik zat boordevol energie en had gewoon geen zin om langer te wachten. Wist ik veel dat de tragedie die zich toen aandiende alleen maar erger zou worden.”

Mooi volk

Op het mooie weer en de azuurblauwe zee na, doet Thessaloniki – met 1 miljoen inwoners de tweede stad van Griekenland – er op deze dag alles aan om de Griekse clichés te ontkrachten. Terrasjes en hippe cafés zitten afgeladen vol, jong en mooi volk paradeert zelfbewust door sjiek ogende winkelstraten, bedelaars zijn hoogstens hier en daar te bespeuren. Damocles en zijn zwaard, ze lijken er hier in Macedonië nog niet echt van gehoord te hebben. Meer nog: almaar meer jonge Grieken zijn het negativisme over hun land stilaan spuugzat. En dus houden sommigen het in eigen land voor bekeken en zoeken andere oorden op, terwijl anderen van de nood een deugd maken en proberen een eigen bedrijf uit de grond te stampen. Zonder extern kapitaal, en zonder overdreven veel toekomstperspectief.

Thomas: “We zijn drie jaar geleden niet eens bij een bank gaan aankloppen. We kenden het antwoord immers al vooraf. De eerste maanden hebben we alles zelf gefinancierd, maar veel geld hadden we toen ook niet nodig. Het bedrijfje groeide toen heel organisch, en alles wat we binnenkregen investeerden we meteen opnieuw. Begin vorig jaar, toen we hardop van eigen winkels begonnen te dromen, zijn we op zoek gegaan naar een investeerder die in ons idee geloofde. Zonder conceptstore of wat dan ook voor ogen besloot hij 100.000 euro te investeren. En zie, dankzij het succes van onze eerste winkel hebben we de voorbije twaalf maanden ook privé-investeerders warm gekregen voor twee andere winkels in Griekenland, en binnenkort volgt er een vierde in Londen, vlakbij Notting Hill.”

“Londen leek ons de meest logische stap met het oog op onze internationale expansie. Voor mij is het dé culinaire hoofdstad van de wereld, veel meer nog dan Parijs, dat vooral de oude culinaire tradities belichaamt. We hebben ook nog even aan Athene gedacht, tot we hoorden dat de huurprijzen daar in sommige wijken driemaal zo hoog lagen als in Londen. Tja, toen wisten we het wel. Bovendien zien we onze toekomst echt internationaal: we exporteren al van in het prille begin naar een tiental landen, waar we resoluut de traditionele, kleinere voedingszaken opzoeken. Supermarkten zijn uit den boze.”

Gevraagd naar zijn doelpubliek hoeft Thomas niet lang na te denken. “Foodies (cursief), absoluut. Het soort mensen dat in het weekeind naar het platteland trekt om daar zelf verse groenten of kruiden te gaan plukken. Niet te verwarren met de culinaire snobs.” Ter illustratie daarvan duwt hij ons de menukaart van zijn restaurant, net naast de winkel, onder de neus. “Kijk, gemiddeld 12 euro voor een hoofdgerecht, dat lijken me heel redelijke prijzen, niet? Op termijn dromen we van een eigen winkel in de belangrijkste steden wereldwijd. We spiegelen ons graag aan Carluccio en de rol die hij gespeeld heeft voor de Italiaanse keuken. Ik ben ervan overtuigd dat wij ons, met al ruim 1300 producten in het gamma, kunnen ontpoppen tot een ambassadeur van de Griekse keuken en levensstijl.”

Plan B

Aan sterke verhalen over luie Grieken vandaag geen gebrek. Of wat dacht je hiervan, opgetekend op een zonovergoten dakterras in Thessaloniki? Televisiejournalisten werken met microfoons, redeneerde de Griekse overheid tot voor kort. Uiterst gevaarlijk materiaal dat zich in geen tijd tot een ware broeihaard van microben kan ontpoppen, met alle gevolgen van dien voor de gezondheid van de journalisten in kwestie. De Griekse wetgever besefte dat gelukkig ook, en had dus bepaald dat zij al op hun 55ste met pensioen konden. Die gunstregeling is intussen afgeschaft, maar hoe dramatisch de gevolgen op iets langere termijn zullen zijn, moet natuurlijk nog blijken.

Thomas kent ze allemaal, de grappen, de clichés, maar ook de harde realiteit. En zucht even. “Als een bepaald project mislukt, is het haast altijd omdat er ook ruimte is voor mislukking. Omgekeerd zal een ondernemer die geen plan B heeft, er alles aan doen om te slagen, hij zal er 200 procent voor gaan. Dat is de essentie van het Griekse drama: bijna iedereen had altijd wel een plan B. Waren het niet onze ouders die in de bres wilden springen, dan konden we wel bij de bank aankloppen, tegen belachelijk lage rentevoeten. En wilde de bank niet meer bijspringen, dan was er altijd nog Europa. Vandaag liggen de kaarten natuurlijk anders. De regering, de banken, de openbare sector: we zijn allemaal in het defensief gedrongen.”

“Paradoxaal genoeg heeft net die context ons bedrijf geholpen: eerst moesten we zelf snel geld verdienen om onze groei te financieren, en bij gebrek aan banken gingen we op zoek naar allerlei kanalen om onze producten aan de man te brengen. Om meer geld in het laatje te krijgen, zagen we ons daardoor bijvoorbeeld al snel verplicht om relatief snel enkele eigen winkels en restaurants te openen. In die zin is deze crisis een scharnierpunt: een lening bij een bank afsluiten is voor startende ondernemers hier geen optie meer. Maar als je echt met de rug tegen de muur staat, en geen baan hebt, wat moet je dan? Of je verkast naar het buitenland, waar je enkel aan de bak komt als je echt goed bent. Of je probeert het toch zelf, maar wil je vandaag overleven dan moet je er echt 200 procent voor gaan, en geen plan B meer achter de hand hebben. Daar loopt het vaak fout: al te veel landgenoten hebben altijd nog een plan B, of denken dat te hebben. Die mentaliteit moet eruit.”

Informatica

Wie in Griekenland maatschappelijk aanzien wil verwerven, moet eerst naar de universiteit. Daarna wacht een zorgvuldig uitgetekend carrièrepad, bij voorkeur als  advocaat, ingenieur of arts. George en Thomas Douzis presteerden goed op school, en dus werden ze door hun ouders netjes naar de universiteit gestuurd, waar ze respectievelijk wiskunde en toegepaste informatica studeerden.

Thomas: “Terwijl informatica me echt geen bal interesseerde. Mijn thesis ging over online ‘branding’, dat was de enige manier om mijn eigen interesses met mijn studies te kunnen verzoenen (lacht). Daarna kon ik in het spoor van mijn vader twee jaar bij Kellog’s aan de slag. Ook mijn grootvader baatte ooit enkele voedingswinkels uit. Ergens stond het dus in de sterren geschreven dat ook wij iets met eetwaren zouden gaan doen. Omdat er in Griekenland geen voedingswarenmerk bestond dat een kwalitatieve productlijn met eigen winkels en restaurants combineerde, was het gat in de markt relatief snel gevonden. Het vernieuwende zit hem vooral in het feit dat wij overal in Griekenland op zoek zijn gegaan naar een soort ‘culinaire ambassadeurs’, kleine producenten die wel top zijn in hun niche maar bij het grote publiek buiten hun regio relatief onbekend zijn. Bij gebrek aan centen gaven we onze producten, toen vooral honing, helemaal in het begin zelfs mee aan mijn vader. Hij was met een eigen logistiek bedrijfje gestart en kwam zo in het hele land.”

“Wij hebben intussen al een en ander opgebouwd, maar ik staar me daar vooral niet blind op. Zowel ik als mijn broer kloppen hele lange dagen, en deze winkel is letterlijk mijn werkplaats, want geld voor een mooi kantoor hebben we niet. En ik kan je verzekeren: ik heb nog elke dag schrik dat het fout loopt. We mogen dan al bijna 40 mensen in dienst hebben, ik beschouw dit niet als een ‘gevestigd bedrijf’. We hebben nood aan stabiliteit, zoals alle jonge bedrijven, en dat is ook de reden waarom we zo zwaar inzetten op internationale expansie. Londen is en blijft Londen, en een Engelse bank is vooralsnog gelukkig geen Griekse bank.”

Alle optimisme ten spijt hebben de voorbije jaren sporen nagelaten, zoveel is duidelijk. “2008 was een breekpunt voor ons, ongetwijfeld, maar veel meer nog voor dit land. We gingen collectief en keihard met ons gezicht tegen de grond, na een periode van onbezorgd leven en genieten. Na de Olympische Spelen in Athene groeiden de bomen hier tot in de hemel. Het land was één grote bouwwerf, iedereen liep bij wijze van spreken met drie kredietkaarten op zak, en de dure wagens vlogen de toonzalen uit. In 2004 vertraagde de groei enigszins, maar niemand maakte zich echt zorgen. Een lening aanvragen bij de bank was nog altijd een fluitje van een cent. En, even plots als onverwacht, ging het totaal mis. Van de ene dag op de andere belden de banken hun beste klanten dat ze hun openstaande kredieten meteen moesten aflossen. Hoe had Yannis met de pet die crisis moeten zien aankomen?”

“Ondernemen is hier plots geen taboe meer”

THESSALONIKI – “Toen we in Athene 4 jaar geleden voor het eerst ‘Open Coffee’ organiseerden, een soort netwerkavond voor startende ondernemers, kwamen er welgeteld 7 mensen opdagen,” vertelt Georgios Gatos. “Nu dagen er zowel hier als in Athene telkens minstens 100 geïnteresseerden op. Dat zegt vooral iets over de gewijzigde mentaliteit onder de jonge Grieken: ondernemen is geen taboe meer, of een soort van laatste alternatief voor een baantje bij de overheid. Nog beter nieuws is dat de jonge Grieken die vandaag dromen van een eigen bedrijfje ook al iets verder durven denken dan een zoveelste café of restaurant. Je zal me niet horen vertellen dat we hier morgen de nieuwe Zuckerberg zullen zien opstaan, maar als de crisis al één positief effect heeft dan is het dit wel: ondernemen staat plots ook op de economische agenda.”

Toch één klein probleempje voor die Grieken die nu zelf de handen uit de mouwen willen steken: waar vinden ze de broodnodige centen? Banken geven al lang geen leningen meer, investeerders financieren doorgaans enkel bedrijfjes die al bewezen hebben over een zeker potentieel te beschikken. “Dat klopt, en daarvoor zie ik voorlopig ook geen oplossing: starters zullen nergens aan geld geraken. En dus moeten we het voorlopig stellen met zeer kapitaalsarme it-bedrijfjes. Tegelijk zien we een braindrain op gang komen richting West-Europa of de VS. Dat hoeft in mijn ogen niet altijd zo dramatisch te zijn: Grieken die het maken in Brussel of Silicon Valley hebben een voorbeeldfunctie en leveren vaak ook geld aan jonge ondernemers hier in Griekenland zelf.”

 

(deze reportage dateert van voor de recente parlementsverkiezingen, FMI)

Tekst: Filip Michiels
Foto’s: Milos Bicanski