Column An Olaerts: “Wie te allen tijde eerlijk zijn gedacht zegt, maakt geen carrière"

“Hoe? Mijn broek staat open en gij zegt niks? Terwijl wij al de hele voormiddag met elkaar in overleg zijn?”

Hij had zijn trui omhoog getrokken, bood mij een blik op zijn abdomen en knoopte zijn broek dicht. Hij lachte half beschaamd en gooide er nog een bezwaar tegenaan. “Dat begrijp ik nu niet, dat gij mij urenlang voor piet snot laat zitten zonder iets te zeggen. Kunnen wij dan niet gewoon eerlijk met elkaar zijn.” En terwijl hij het zei, voelde hij onder zijn trui opnieuw aan de knoop. “Hoelang hebt gij daar eigenlijk op zitten kijken?”, vroeg hij. Daarbij wendde hij enige verontwaardiging voor. Belachelijk.

Terwijl ik gewoon dacht dat hij zijn knoop kwijt was. Je hebt zo van die mannen. Vrouwen ook. Met een knoop af, met een draad los of met een vlek of met een scheur. Wie maalt erom, zolang er geen geslachten mee zijn gemoeid. Maar hij vond het niet kunnen zelfs al was zijn piemel niet uit zijn broek gevallen. Het scheen hem zelfs te choqueren dat het bij mij was opgekomen dat hij voorzien was van een piemel in die broek. Niet te geloven dat ik daar allemaal over had gezwegen, de hele vergadering lang. Dat vond hij.

En ongezegd lag daar ineens het lelijke bewijs op tafel. Ik had hem zitten beloeren. Ik was oneerlijk geweest. Plus ik had over zijn geslachtsorgaan nagedacht. Oh, wat was ik een vieze collega. Hij keek me aan met gemixte blik van teleurstelling en dedain. Alsof ik een sloerie was die hem geen hulp had willen verstrekken. In nood.

Hij besloot kort: “Jammer dat gij niet oprecht kunt zijn.” Terwijl hij blij moest zijn dat er leugens bestaan. In sommige gevallen zijn ze namelijk een proeve van beschaving. Niets dan de waarheid is slecht voor de economie. Mensen houden niet van de waarheid. Laat staan dat ze ervoor willen betalen.

Wie te allen tijde eerlijk zijn gedacht zegt, maakt geen carrière. Of hij is heilig en kan met dien verstande niet op slechte gedachten worden betrapt. Of hij heeft een leger om zijn zijn slechte gedachten manu militari door te douwen. Kortom, ik liet de waarheid van de knoop varen. Ten slotte wil ik geen heilige zijn en verplaats ik me veelal met het openbaar vervoer in plaats van per Leopard 2-tank. Zwijgen leek me in deze werkbaarder. Meer openhartigheid zou de sfeer op de vloer niet ten goede komen. Beginnend bij de knoop zouden wij immers al ras afdwalen naar een land vol venijn. De knoop was namelijk een pietluttigheid. 

Hij was weliswaar een mooie man, maar voorts een zaag van formaat. Hij gaf geen blijk van grote gedachten. Hij vermoeide mij met clichés. Hij probeerde mij met lamme zinnen te versieren. Hij was ergerlijk. Ik wenste dat het snel middag zou zijn. Ik verwenste zijn vader en zijn moeder en had medelijden met zijn vrouw. Ik vroeg mij af wanneer de koppijn zou toeslaan want dát de koppijn zou toeslaan stond buiten kijf. En na de ontdekking van de knoop schakelde de onbenul nog een versnelling hoger. Met bezwaren en geveinsde verontwaardiging. Ik dacht dat ik iets kreeg, maar ik zei niks. Behalve: “Ach, uw knoop is niks.” Eerlijk voor de goede verstaander. Professioneel voor de onnozelaar.

Streamer: “Wie te allen tijde eerlijk zijn gedacht zegt, maakt geen carrière. Of hij is heilig en kan met dien verstande niet op slechte gedachten worden betrapt.”