Sociale media maken of kraken je carrière

Ons leven op en buiten het werk speelt zich steeds vaker af op het internet. Maar onze online zichtbaarheid kent ook valkuilen, waarschuwt Andrew Keen, pionier van de eerste internetgeneratie en nu beroepscriticus van de internetcultuur. “We moeten ons virtuele leven niet wissen, maar het veel beter beheren.”

Wie vandaag niet op Facebook, LinkedIn, Google+, Twitter of andere sociale media zit, bestaat nauwelijks nog. Althans, dat orakelen de voorvechters van die sociale media. Terecht? Andrew Keen behoort tot de pioniers van de eerste internetgeneratie. In 1995 richtte hij Audiocafe.com op, in hartje Silicon Valley. In 2008 werd hij op slag wereldberoemd met  ‘The Cult of the Amateur: How the Internet is Killing our Culture’, in het Nederlands vertaald als ‘De @-cultuur’. Toont hij zich in dat boek als een echte antichrist van de internetcultuur, dan is hij in zijn jongste boek ‘De digitale afgrond’ iets milder, de titel ten spijt. Al blijft hij heel polemisch: “De huidige sociale mediarevolutie maakt ons vaak heel eenzaam. Neem nu Robert Scoble, die in 2011 door de ‘Financial Times’ tot een van de vijf meest invloedrijke twitteraars ter wereld werd bestempeld. Zijn leven is hyperzichtbaar – je weet wat en waar  hij ’s middags eet via Foursquare, My Fav Food en Instagram – maar hij heeft naar eigen zeggen nog nooit één woord met zijn buurman gewisseld. En hij woont met vrouw en kinderen in een door hekken omgeven wijk, die hem van de rest van de wereld afsluit.”

In uw jongste boek ‘De digitale afgrond’ zegt u: ultieme vrijheid betekent dat niemand weet waar ik ben. Is dit straks een utopie?

Andrew Keen: “Vandaag onthullen we op elk moment waar we zijn, onze smartphones worden spionnen. Ook onze werkgevers willen voortdurend weten waar we uithangen. Je moet altijd bereikbaar en beschikbaar zijn. Onlangs wandelde ik zonder smartphone door Amsterdam. Ik vond het fantastisch dat mensen niet wisten waar ik was. In het Rijksmuseum bewonderde ik in alle rust de schilderijen van Vermeer en Rembrandt. Maar als je in het museum al je kostbare tijd opsoupeert om de wereld te tonen dat je voor een Vermeer staat, dan kijk je niet meer aandachtig naar dat schilderij.”

Sociale media vertroebelen je aandacht, maar ook je interpretatievermogen en je creativiteit?

Keen: “Velen hebben de mond vol over netwerkintelligentie: samenwerken, samen leren en samen innoveren via de sociale media. Maar echte innovatie komt nog steeds van het individu, en niet van de menigte. ‘Think together’ is een contradictio in terminis. Het kan heilzaam zijn voor Wikipedia, maar een auteur schrijft een boek alleen, een schilder schildert alleen, zelfs de computer is door een individu uitgevonden. Mensen zijn geen schapen die de kudde volgen, maar je kan niet ontkennen dat we ons op het sociale netwerk steeds vaker als schapen gedragen. Jonas Lehrer, die bestsellers over neurologie op zijn naam heeft staan, zegt onomwonden dat het web nieuwe manieren van collectief handelen heeft mogelijk gemaakt, maar ook nieuwe vormen van collectieve domheid. In plaats van zelf na te denken, herkauwen we wat door anderen al herkauwd is. Echt inzicht betekent dat je voor jezelf denkt. We hebben als mensen die stilte en contemplatie broodnodig, zoals Susan Cain zo mooi beschrijft in haar recente bestseller ‘Quiet’, een pleidooi voor introverte werknemers. Die zogenaamde ‘solitary people’, die zich af en toe verwijderen van de menigte, zijn het meest innovatief omdat ze voor zichzelf durven te denken. Op een transparant netwerk, waar iedereen non-stop naar elkaar kijkt en ziet wat de ander uitvoert, wordt het steeds moeilijker om aan echte innovatie te doen.”

Geldt dat ook op de werkvloer, waar sociale media niet alleen worden ingezet als marketinginstrument, maar ook gretig gebruikt worden door de werknemers zelf?

Keen: “Werkgevers moeten niet kinderachtig doen: sociale media kan je niet meer verbieden. Maar werkgevers moeten ook voorzichtig zijn met tools zoals chat en Yammer (waarbij werknemers via kleine berichten elkaar vertellen waarmee ze bezig zijn, SDK), waardoor iedereen voortdurend online is. Ik geef toe dat de nieuwe generatie uitblinkt in multitasken. Mijn veertienjarige zoon doet zijn huiswerk, houdt zijn Facebook-account in de gaten en kijkt naar tv op hetzelfde moment, al ben ik er niet zeker van of zijn huiswerk goed gemaakt is (lacht). Sociale media kunnen dus de productiviteit van je werknemers ondermijnen. Heel wat werknemers hebben gelukkig geen behoefte om tijdens het werk op allerlei sociale media te zitten, ze willen gewoon werken. Omgekeerd zie je op sociale media vaak werknemers die zichzelf heel goed kunnen verkopen en meesters zijn in netwerken, terwijl ze niet noodzakelijk heel goed zijn in hun job. Ze timmeren voortdurend aan ‘Incorporation Me’. Vandaag moeten we misschien steeds minder op kantoor zijn, maar het wordt steeds moeilijker om een onderscheid te maken tussen ontspanning en werk. We moeten altijd beschikbaar zijn, maar willen we dat wel? Er komen continu nieuwe bedrijfsapplicaties op de markt, zoals Rypple, waarmee managers hun werknemers non-stop kunnen coachen en evalueren. ‘Every day becomes evaluation day.’ Werkgevers hebben het recht om je te evalueren, maar niet om je 24 uur op 24 in de gaten te houden. Zulke tools ruïneren het werkplezier.”

Om een goeie job te bemachtigen, moet je natuurlijk eerst slim solliciteren. Welke impact hebben sociale media op de rekruteringswereld?

Keen: “Het klassieke cv is weldra dood en begraven. Het is niet alleen saai, het is ook gedateerd. Sociale media en nieuwe technologieën kunnen een schitterend middel zijn om je carrière en prestaties in de schijnwerpers te plaatsen: in realtime, interactief, via een filmpje … Elke werkgever smacht naar creatieve werknemers. Met een saai cv kom je niet creatief over.”

Zonder LinkedIn-account prijs je je als werknemer uit de markt? Rekruteerders kennen immers al heel goed de weg naar de sociale media.

Keen: “Klopt. Rekruteerders hebben nu iets in de vingers waardoor ze op voorhand heel veel kunnen te weten komen over jou. Als ik een goeie verkoper nodig heb, zal ik als werkgever eerder een dag rondstruinen op LinkedIn dan een advertentie plaatsen. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de beste jobs niet gepubliceerd worden. De slimmeriken raken aan de leukste jobs door wie ze kennen, dankzij hun rijke netwerk dus. Net daarom moeten we heel sterk waken over onze online reputatie en ze ook managen. Onze reputatie wordt mee bepaald door wat anderen over ons denken en schrijven op het internet. Onze online reputatie bepaalt dus steeds meer onze ‘waarde’ in deze wereld, ze is de nieuwe valuta.”

Ligt de gemiddelde Facebook-gebruiker eigenlijk wel wakker van zijn online reputatie?

Keen: “We laten zoveel digitale vingerafdrukken achter, waardoor elke pijnlijke video, intieme foto of botte e-mail teruggevoerd kan worden tot de bron. Giganten zoals Facebook maken het ons ook heel moeilijk om gegevens definitief te verwijderen. Hoe publieker je bent, hoe meer data, en hoe meer reclame-inkomsten voor Facebook en co. Al zie je nu dat privacy het allernieuwste webproduct wordt, niet alleen bij reuzen als Microsoft en Google, maar ook bij startende bedrijfjes. Ondernemingen als Reputation.com, Reppler.com en Safety Web, die inspelen op onze terechte zorgen over onze persoonlijke data als product, rijzen als paddenstoelen uit de grond. En onderzoekers aan de Universiteit van Twente werken aan technologieën die data beperkt houdbaar maken, zodat het internet leert te ‘vergeten’. Hopelijk durven we als consumenten ook neen te zeggen tegen een aantal absurde of destructieve sociale netwerken die ons privéleven te grabbel gooien. We moeten ons virtuele leven niet wissen, we moeten het veel beter beheren. Kinderen moeten van jongs af bewust gemaakt worden dat hun online reputatie hun waarde zal determineren en mee zal bepalen of ze aan een job raken – of zelfs aan een partner. Daarom is het heel stom om onnozele foto’s te publiceren, of jezelf te linken met ongepaste lieden. Daarom hoop ik dat mensen hun diepste zielenroerselen niet delen op het internet. We moeten ze creatief leren liegen op het internet, zodat ze een goeie online reputatie hebben.”

Vanaf wanneer moeten we onze dochters en zonen opvoeden over sociale media?

Keen: “Simpel: zodra ze toegang krijgen tot de mobiele wereld via een laptop, iPhone of iPad. Maar je moet hen vooral niet pushen. Een achtjarig kind moet nog geen iPhone hebben. Laat het buiten ravotten, of boeken lezen. Mijn dochter is nu 10, leest bijzonder veel en is heel gelukkig. De filosofie van de Steinerschool waar ze naartoe gaat, is: leer een kind lezen als het er klaar voor is en het dat zelf graag wil. Mijn dochter leerde iets later lezen dan de gemiddelde leerling, maar is er nu verzot op. Ze heeft nog alle tijd van de wereld om het internet en de sociale media te ontdekken.”

De digitale afgrond. Hoe de huidige sociale online revolutie ons eenzamer en hulpelozer maakt, Andrew Keen, 19,95 euro, Meulenhoff