Succestapes: De meester van de revalidatie

Hij heeft een aanbieding van Real Madrid en Chelsea op zak. En hielp topsporters als Andriy Shevchenko, Johan Museeuw, Khalilou Fadiga, Marc Wilmots en Gella Vandecaveye na een zware blessure naar een succesvol carrièrevervolg. Maak kennis met Lieven Maesschalk, kinesist van uitzonderlijk niveau.

Zelfvertrouwen te koop

Twee mannen en een vrouw trappen zich verwoed in het zweet in de Antwerpse fitnesspraktijk van Lieven Maesschalk. Gefocust, zonder een woord te zeggen. Ze kijken van vijf hoog op het Museum aan de Schelde, de hijskranen van de haven en de Schelde die glinstert in de zon. Aan de muur gehandtekende truitjes van onder meer Khalilou Fadiga, Filippo Inzaghi, Ibrahim Yattara, Andriy Shevchenko, Massimo Ambrosini, Koen Daerden en Philippe Clement. Allemaal voetballers die na een zware blessure terug op weg gezet werden door Lieven Maesschalk. Hij glimlacht, schudt me de hand en spreekt in één beweging ook de vrouw aan die op de hometrainer bezig is. “Ach nee, nee, niet zo”, tikt hij haar plagend op de vingers. En vervolgens babbelt hij - zijn bril modieus op zijn hoofd - even met haar in een mengelmoes van Nederlands en Italiaans. Een playboytype, duidelijk: vlot, sportief, getaande huid en met een goed ontwikkeld zelfvertrouwen.
Vreemd is dat niet, dat laatste. Lieven Maesschalk is een grote naam in de wereld van de sportrevalidatie. Hij werkt samen met Milan Lab, het gerenommeerde laboratorium van AC Milan dat geleid wordt door de Belg Jean-Pierre Meersseman, herlanceerde Johan Museeuw toen hij geblesseerd was aan de knie, stoomde Gella Decaveye in amper enkele weken klaar voor de Olympische Spelen, en kreeg allerlei topsporters uit verschillende takken over de vloer, waaronder Tom Boonen, Justine Henin, Ricardo Kaka en Frank Vandenbroucke zaliger.

Aanbod van de Koninklijke

Onlangs kreeg hij een aanbod van Real Madrid, één van de grootste en bekendste voetbalclubs ter wereld. “Ik ben er voorlopig niet op ingegaan. Ik ben nog maar 47 jaar, ik heb geen zin om me te binden aan één club. We zijn wel nog aan het onderhandelen. Onder meer over het feit of ik alleen nog voor hen zou werken of niet. Ik zie het wel. Of ik kick op de grote naam van Madrid? Nee, daar doe ik het niet voor. Ik heb sowieso een gelijkaardig bod gekregen van Chelsea. Maar ook daar hou ik de boot liever af. Waarom zou ik ook? Ik wil mijn kennis en ervaring nog uitbouwen, en dat kan niet als ik voor één club werk. In mijn praktijk krijg ik iedereen over de vloer: mensen met een kunstheup of een nieuwe knie, sporters die terug willen tennissen, golfen, een marathon lopen, .... Heel verschillende uitdagingen. En dat is net wat het voor mij interessant houdt. Afwisseling. Als ik me begin te vervelen, hou ik er mee op. Ik zou bij Madrid overigens hetzelfde doen als bij Milan: blessurepreventie en langetermijnrevalidatie. Ik heb daar hele goeie herinneringen aan. Milan Lab was een revolutie in de sportgeneeskunde. Via algoritmes konden we scores geven die aangeven in welke mate een speler fit is om te spelen of niet. En we konden op een wetenschappelijke manier parameters vastleggen voor het begrip vermoeidheid. Heel interessant. Technologie is een geweldig hulpmiddel. Het geeft je de mogelijkheid je hoofd vrij te maken voor andere zaken."

Werken tot 100 jaar

Het is niet ver zoeken naar de professionele roots van Lieven Maesschalk. Zijn vader was een kinesist met een eigen praktijk in Lebbeke. De jonge Maesschalk wist als prille tiener al dat hij hetzelfde wou doen. Of toch bijna hetzelfde. “Mijn vader had een dorpspraktijk. Ik heb de zaak van ‘m overgekocht en er mijn eigen stempel op gedrukt. Ik heb die zaak verdertigvoudigd, stap per stap." Hij zegt het haast langs zijn neus weg, maar kan tegelijk zijn trots niet verbergen. "Ik ben kinesist, maar ik ben ook altijd een ondernemer geweest. Ik heb een heel creatieve job. Mijn vrouw houdt zich bezig met de zakelijke kant: de papieren, het personeel, de informatica, de website. Ik ben de creatieveling. Wetenschap is één ding, de toepassing ervan is een ander. Toen ik begon, zweerden de meesten nog bij rust bij een blessure. Ik was ervan overtuigd dat bewegen de sleutel was tot een goeie revalidatie. Move To Cure, zoals mijn praktijk nu heet. Toen ik begon, had ik al de wereld rondgereisd om zo veel mogelijk kennis op te doen. Ik ben naar de VS en Canada getrokken om te kijken hoe kinesisten, revalidatietherapeuten, ... daar werken. Je moet altijd je blik zo ruim mogelijk houden, zorgen dat je openstaat voor nieuwe kennis. Ik ben heel hongerig naar nieuwe kennis. Andere werkwijzen en mensen inspireren me. Ik zou het ideaal vinden dat mijn concurrenten in hetzelfde gebouw zitten als ik. Zo kan je het meest leren. Dat drijft me: bijleren, mijn ervaring en kennis uitbreiden. Ik wil dat blijven doen. Als het zou kunnen, zou ik werken tot ik honderd jaar ben.”

Gouden tijden voor kine's

Hij blaakt van ondernemingslust en dat mag niet verbazen: het zijn opwindende tijden voor een kinesist, zegt Lieven Maesschalk. De geneeskunde staat niet stil en technologie dient zich steeds nadrukkelijker aan als gesofisticeerd hulpmiddel. En, niet onbelangrijk, hij denkt als een ondernemer. "Deze markt is een groeiende business. Als je het slim aanpakt, kan je in de toekomst gouden zaken doen als kinesitherapeut. Mensen zijn bereid om te investeren in hun levenskwaliteit. Als je ziet dat de instapleeftijd in rusthuizen 75 jaar is, dan weet je dat er een grote markt is. Die mensen willen zo lang mogelijk mobiel blijven. Ook preventie wordt heel belangrijk, omdat er moet bespaard wordt op de ziekteverzekering. Er zijn heel veel werkdomeinen te ontwikkelen, disciplines die elkaar kunnen vooruitstuwen. Door de welvaart komen er ook nieuwe pathologieën, zoals repetitive strain injury (rsi)."

Ook voor Jan met de pet

En van business gesproken: Maesschalk stelt met zijn bedrijf Move To Cure veertien mensen te werk, en heeft een cliënteel van topsporters, zakenmensen, diplomaten, kunstenaars en "mensen uit de gewone werksfeer", zoals Maesschalk het zelf zegt. Hij heeft dan al het imago een kinesist met een zeer gegoed cliënteel te zijn, dat klopt niet, zegt hij. Ook al komen mensen vanuit het buitenland om door hem geholpen te worden. "Ik heb een systeem ontwikkeld waarbij mensen veel zelf kunnen doen. De natuur kan heel veel uit zichzelf. Het komt er op aan zo goed mogelijk naar het lichaam te luisteren, met wetenschappelijke meetapparatuur en eigen waarneming. Ik vertrek vanuit hetgeen het lichaam kan, met een minimale tussenkomst vanwege mezelf. Dat maakt het heel toegankelijk. Ook financieel."
Klanten heeft Maesschalk sowieso genoeg. Medewerkers vinden, dat is een heel stuk moeilijker. "We hebben hele goeie opleidingen in België, top in de wereld. Maar het beroep schrikt veel mensen af: het zijn lange uren, je moet op zaterdag werken en je wordt er al evenmin schatrijk van. Veel mensen knappen daar op af en gaan liever op zoek naar een alternatief. En die zijn er. Jonge mensen willen een hoge levenskwaliteit, en dat is goed, maar vroeger was het toch anders."

Museeuws wilskracht

Maesschalk heeft samengewerkt met topsporters, mensen die uitblonken in hun discipline. Hoe bijzonder is het om met hen samen te werken? En hoe zwaar is de druk op zijn schouders om hen terug helemaal klaar te stomen? Want tenslotte is er vaak een pak geld gemoeid met de revalidatie. "Ik ben absoluut niet bezig met of mensen nu bekend zijn of niet, wel met het herstel van een knie, schouder, ... . De rest vergeet ik als ik bezig ben. De rompslomp rond bekende mensen, dat vind ik wel vermoeiend. Je krijgt te maken met de hele entourage: de persoonlijke dokter, kinesist, de clubdokter, de manager, en die willen allemaal hun zegje doen en allemaal hebben ze hun ego. De sporters zelf vallen meestal heel goed mee. Ze kiezen heel bewust voor je. En ze zijn heel erg gefocust op hun doel: terug hun sport kunnen beoefenen."
Geniet hij mee als sporters als Wilmots of Museeuw hun oude niveau bereiken, mee dankzij hem? "Nee, mijn werk zit er op als ze hier buiten stappen. Once you're out, you're out. Maar ik herinner wel nog dat ik in de auto zat toen ik hoorde dat Museeuw ontsnapt was in Parijs-Robaix (de editie van 2000, toen Museeuw bij de meet triomfantelijk naar zijn knie wees, ds). Ik ben toen naar huis gereden om de finale te zien. Of ik een egoboost kreeg? Nee, ik bewonder vooral hém op dat moment. En dan vooral het feit dat hij uit zo'n onwaarschijnlijk diep dal komt en toch nog zo'n resultaat neer zet. Zijn revalidatie was enorm moeilijk, maar zijn wilskracht was fenomenaal. Je kan je niet voorstellen hoe verbeten hij was.

Bronzen Gella

Hetzelfde bij Gella Vandecaveye: kruisbanden gescheurd twee maanden voor de Olympische Spelen en dan nog brons halen. Drie weken later werd ze geopereerd en nog eens vijf weken later behaalde ze goud in Rome. Magnifiek. Wilskracht is belangrijk bij een revalidatie. Net als mentaliteit. Pijn is een vrij subjectieve gewaarwording, mensen gaan daar soms helemaal anders mee om. Je moet als kinesist technische kennis hebben, maar ook een zeker EQ, mensen kunnen motiveren. Revalideren is hard werk. Het is ook leuk dat je de carrière van sommige sporters kan verlengen, zoals die van Marc Wilmots. Het is ook zwaar, natuurlijk: je moet knopen doorhakken die niet altijd leuk zijn. Stoppen we ermee of gaan we toch door? Maar dat hoort er bij. Het is soms hard."

Niet op zoek naar succes

Maesschalk wil tot slot één ding benadrukken: hij heeft het succes nooit gezocht. "Nee. Het succes is naar mij toe gekomen. In het begin van mijn carrière zijn de topsporters op mij afgestapt, omdat ik een benadering had die voor hen interessant was en hen kon vooruithelpen. Mensen vragen me vaak hoe het komt dat ik zo’n succes heb als kinesist. Het antwoord is simpel: ik weet het niet. Ik stel me de vraag ook niet. Ik denk dat het een samenloop van omstandigheden is: geluk, visie, karakter. En je moet heel duidelijk zijn naar de buitenwereld: daar sta ik voor, dat doe ik voor mijn patiënten, dat is mijn benadering. Ik was al van in het begin geïnteresseerd in langetermijnrevalidatie. Daar is de uitdaging het grootst. Ik zocht iets waarin ik kon uitblinken, dat wel."