Quota tegen ‘old boys network’ bij de ambtenarij

Vanaf volgend jaar moet één derde van het top- en middenkader bij de federale overheid uit vrouwen bestaan. Daarom voeren minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet (cdH) en Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten Hendrik Bogaert (CD&V) quota in.

Die moeten een cultuurverandering teweegbrengen, waardoor vrouwen hun plaats aan de top van de ambtenarij makkelijker kunnen innemen.

Begin dit jaar bestond slechts 13 procent van de 114 benoemde topmanagers en 27 procent van de 1820 ambtenaren in het middenmanagement van de federale administratie (klassen A3, A4 en A5) uit vrouwen. De situatie is dus vooral bij het topmanagement problematisch. Zo staat vandaag slechts één vrouw aan het hoofd van een van de veertien federale overheidsdiensten.

Nochtans onderneemt de federale overheid al heel wat acties om de doorstroom van vrouwen in de administratie te bevorderen. Zo ondersteunt Felink vrouwen bij het uitbouwen van hun eigen netwerk en zijn vacatures genderneutraal gemaakt. Ook binnen Selor, het selectiebureau van de overheid, krijgt het thema heel wat aandacht. “Onze selectiedeskundigen volgen een opleiding rond diversiteit, we voeren een gerichte communicatie, we screenen de genderneutraliteit van testen en we stellen onze selectiejury's evenwichtig samen”, stelt diversity-manager Silvia Akif.

Maar het paradepaardje van Selor vormt Top Skills, een project dat vrouwen ondersteunt in hun ambitie om een managementfunctie uit te oefenen. De inschrijvingen voor de 4e editie zijn zopas afgesloten. “Momenteel zijn we bezig met het screenen van de curricula vitae. Het Top Skills-programma vindt in de maanden mei en juni plaats. Tijdens het project worden vrouwen via een simulatie voorbereid op een interne selectieprocedure. Zo willen we hen vertrouwd maken met die procedures en de belemmeringen van vrouwen identificeren en wegwerken,” vertelt Akif.

“Voor de vier edities samen ontvingen we ongeveer 1200 inschrijvingen. Meer dan tweehonderd vrouwen konden effectief deelnemen. Een vierde van deze vrouwen solliciteerde binnen het half jaar na hun deelname voor een managementfunctie. Na de eerste editie van Top Skills steeg het aantal vrouwelijke kandidaten voor managementselecties van Selor met 10 procent. Zo was in 2008 een vijfde van de sollicitanten een vrouw. In 2011 liep dat aantal op tot een derde vrouwelijke kandidaturen”, stelt Akif.

Geslaagd examen, maar geen job

Helaas vertaalt de toename van het aantal vrouwelijke kandidaten voor topfuncties bij de overheid zich niet in een evenredige stijging in het aantal vrouwen dat daadwerkelijk benoemd wordt. Volgens staatssecretaris van Ambtenarenzaken Bogaert is de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in eerste instantie een cultuurkwestie. “Samen met de andere maatregelen moet dit initiatief voor die cultuurverandering zorgen. We hebben voldoende talentvolle vrouwelijke kandidaten die slagen voor de tests, maar toch stoten ze niet door naar de top. Deze quota zijn een tijdelijke aansporing om die ongelijkheid weg te werken.”

Net omdat het om tijdelijke quota gaat, kan Selor, dat met projecten zoals het eerder vermelde Top Skills veeleer de nadruk op competenties legt, zich wel vinden in deze maatregel. “Ik verkondig inderdaad al jaren dat ik een tegenstander van quota ben, en een voorstander van sensibilisering in de diepte. Maar blijkbaar bereiken we daar vooral in de fase van de benoemingen te weinig mee”, zegt Selors gedelegeerd bestuurder Marc Van Hemelrijck.  “Met de tijdelijke quota maken we het, zolang de proportie er niet is, onmogelijk te kiezen voor de mannelijke laureaat wanneer er een equivalente vrouwelijke laureate is. Maar we kijken nog altijd eerst en vooral naar competenties.”
Ook Milquet en Bogaert benadrukken dat een minder gekwalificeerde vrouw nooit de job zal krijgen ten nadele van een man die beter geschikt is. Het is enkel de bedoeling het glazen plafond te doorbreken en een cultuurverandering teweeg te brengen, zodat een grotere hoeveelheid vrouwelijke kandidaten voor federale topfuncties ook daadwerkelijk doorstromen naar de top.

Vlaamse streefcijfers

Op Vlaams niveau bestaan er voorlopig geen quota, enkel streefcijfers. Tegen 2015 streeft de Vlaamse overheid naar 33 procent vrouwelijke personeelsleden in top- en middenkaderfuncties. Volgens de laatste officiële cijfers eind 2010 bedroeg het aantal vrouwelijke personeelsleden in de topfuncties 24 procent, en dit zou onveranderd zijn gebleven in 2011.  Deze streefcijfers worden in het oog gehouden door de emancipatieambtenaar, die als het moet aan de alarmbel kan trekken.
Dirk Van Melkebeke, woordvoerder van het College van Ambtenaren-Generaal van de Vlaamse regering, noemt streefcijfers een soepeler instrument.

“Als er een engagement tegenover staat van politiek en leidinggevende ambtenaren, benaderen streefcijfers de hardheid van quota. Daarmee vergeleken zijn quota een ‘hardere’ oplossing, die soms tot onrealistische toestanden leidt.” 

Zowel de Vlaamse als federale overheid haalt als voornaamste reden om het aantal vrouwen in topfuncties op te drijven aan dat de departementen een afspiegeling van de samenleving moeten zijn. Als alle lagen en groepen in de samenleving vertegenwoordigd zijn, komt de overheid makkelijker tot een bredere en evenwichtiger besluitvorming. “Bovendien kunnen vrouwen de nog te vaak heersende machocultuur binnen de administratie helpen doorbreken”, zegt woordvoerder van de Vlaamse ambtenaren Dirk Van Melkebeke.

Van zodra er meer vrouwen een topfunctie bekleden, zullen meer andere vrouwen op natuurlijke wijze doorstromen naar de top van de organisatie. Uit een studie van McKinsey & Company uit 2007 blijkt dat een evenwichtiger samenstelling van het management tot betere prestaties leidt. Ook valt het volgens Joëlle Milquet op dat bijna alle Europese staten waarvan het bruto binnenlands product (bbp) hoger ligt dan dat van België, zoals onder andere Noorwegen, Nederland, Zwitserland en Groot-Brittannië, betere resultaten hebben in termen van man-vrouwgelijkheid.

Uiteindelijk houdt deze maatregel ook nauw verband met de waarden die de overheid wil uitdragen. “Werknemers, zeker uit de jongere generaties, hechten veel belang aan waarden als jobfierheid en de combinatie werk-gezin. Ze willen dat ook bij hun werkgever, in dit geval de overheid, terugvinden”, zegt staatssecretaris Bogaert. “Met meer vrouwen aan de top wil ik sneller kunnen moderniseren. Want een overheid moet flexibel en betrouwbaar werken. Meer vrouwen aan de top zijn daarbij essentieel.”

Situatie in de buurlanden

Wat betreft het sekse-evenwicht in topfuncties bij de overheid lijken onze buurlanden voor dezelfde uitdagingen te staan. In Nederland nam het aantal vrouwen in de ambtelijke top van de rijksoverheid (het ‘federale’ niveau, nvdr) van 2008 tot 2010 toe met 6 procent. Hun aandeel steeg van 20 procent naar 26 procent, terwijl een streefcijfer van 25 procent was vooropgesteld voor 2011.

In Frankrijk waren er in 2008 51,7 procent vrouwen bij de overheid. Vrouwen vertegenwoordigden op dat moment 57,4 procent van de kaderfuncties en 20,1 procent van de directiefuncties in de ministeries. Maar in deze cijfers zijn ook het onderwijs en het leger inbegrepen.

Tekst: Lissa Van Doorsselaere