Holding Dexia: werken op een zinkend schip

Een jaar geleden vormde de Dexiatoren ’s nachts een fraai verlicht landmark op het Rogierplein in Brussel. Nu flikkert er nauwelijks nog een lamp. Steeds meer werknemers van Dexia NV vinden elders onderdak en de kantoren lopen leeg. De achterblijvers vragen zich af wie als allerlaatste het licht zal doven.

2006 was een heuglijk jaar in de geschiedenis van Dexia. Want toen nam de florerende financiële groep het gloednieuwe 136 meter hoge hoofdkwartier aan het Brusselse Rogierplein feestelijk in gebruik. Achter de 4.200 ramen van de 34 verdiepingen tellende Dexiatoren flikkerden duizenden kleurrijke ledlampjes. The sky leek voor Dexia the limit. Tot een jaar later door de financiële crisis Dexia’s Amerikaanse dochter FSA met haar rommelkredieten zwaar in de problemen kwam. Vandaag is het alsof er van de ooit zo fiere Dexiagroep niets meer dan een smeulende puinhoop overblijft. De belangrijkste onderdelen, de Belgische, Franse en Luxemburgse banken, werden eind vorig jaar genationaliseerd of verkocht. Het restant, de holding Dexia NV, bestaat uit 75 miljard euro aan rommelkredieten, een fikse schuldenberg en een aantal gezonde onderdelen dat op verdere afhandeling of verkoop wacht. Het voortbestaan van de holding wordt voorlopig gegarandeerd door de Belgische en Franse overheden, waarbij België garant staat voor 60,5 procent. Als Dexia vooralsnog failliet gaat, zal dat elke Belg 5.000 euro kosten.

Sinds de nationalisatie in oktober vorig jaar van de voormalige Dexia Bank Belgium en haar recente naamsverandering in Belfius, gloort er voor de 6.000 medewerkers van die bank een straaltje licht aan het eind van de tunnel. Voor de 350 overblijvers in de restbank Dexia NV bleef er alleen onzekerheid en vertwijfeling. In theorie kunnen 323 van hen de overstap maken naar Belfius. Of ze werkelijk een schitterende toekomst tegemoet gaan, zal de geschiedenis leren.

Job voor het leven

Woensdagochtend 18 april. Er hangt verslagenheid in de kantoren van Dexia NV in de recent tot Rogiertoren herdoopte Dexiatoren. Het nieuws dat een collega gisterenavond uit het leven gestapt is, is ingeslagen als een bom. “Die collega had serieuze privéproblemen”, zegt Frank. “Misschien was de onzekere, stresserende toestand op het werk de druppel die de emmer heeft doen overlopen.”

Diezelfde ochtend staat Dexia in de kranten weer op de voorpagina met het bericht dat ex-voorzitter Pierre Richard voor zichzelf een extra pensioen van jaarlijks 583.000 euro voor twintig jaar lang onderhandeld had. “Ik verslikte me niet in mijn ochtendkoffie toen ik dat las”, zegt Franks collega Johan. “Bijna iedereen op de werkvloer wist dat Richard voor een appeltje voor de dorst gezorgd had. Ik ben niet de enige hier die het er moeilijk mee heeft dat degenen die de boel om zeep geholpen hebben, geen rekenschap moeten afleggen en met veel geld zijn vertrokken. In het verleden hebben ook ‘gewone’ personeelsleden zware fouten gemaakt. Zij werden, terecht, op staande voet ontslagen met een slechte C4 en zonder een cent ontslagvergoeding.”

Frank startte zijn carrière begin jaren tachtig als bediende bij het Gemeentekrediet; Johan volgde een decennium later. De ene wacht op wat komen zal; de andere heeft een job gevonden bij een andere bank en vertrekt binnenkort. “Toen ik pas van school kwam waren de examens van het Gemeentekrediet legendarisch”, herinnert Frank zich. “Mensen deden er massaal aan mee omdat ze droomden van een stabiele job voor het leven. Na de versmelting in 1996 van Het Gemeentekrediet en Crédit Local de France tot Dexia bleef die droom intact. Tot vorig jaar geloofde ik zelfs nog dat Dexia de orkaan wel zou doorstaan. Nu kun je bij de collega’s de believers op de vingers van een hand tellen. Het geloof in dit bedrijf is weg. Bij Belfius komt dat geloof na verloop van tijd wel weer terug, maar bij de restbank is het voltooid verleden tijd.”

Werknemers met een ‘vervaldatum’

Volgens vakbondsverantwoordelijke Elke Maes van LBC-VBK zit Dexia NV vandaag middenin een ‘grote transformatie’. “Veel personeelsleden zijn bezig met het maken van de overstap naar Belfius, anderen hebben dan weer elders een nieuwe job gevonden. Voor de achterblijvers is dat moeilijk. Maar ook niet iedereen die naar Belfius vertrekt, is even blij. Sommigen zijn ooit bij het Gemeentekrediet begonnen en hebben indertijd bewust hun overplaatsing naar de holding gevraagd. Ze staan niet te springen om terug te keren naar een bank waar ze ooit van ‘weggevlucht’ zijn.”

Johan bevestigt dat niet alle ‘overlopers’ naar Belfius even enthousiast zijn. “Zeker collega’s die vroeger van de bank naar de holding overgestapt zijn omdat ze ruzie hadden met hun leidinggevenden, hebben schrik om terug te keren naar hun oude bank met de nieuwe naam. Anderen vinden het dan weer niet leuk om over te schakelen van een relatief kleine entiteit naar een mastodont met duizenden personeelsleden.”

Nadat beslist was dat Dexia NV alleen nog de ‘lopende zaken’ zou afhandelen, kregen alle werknemers een ‘vervaldatum’ opgekleefd. Johan: “Voor elke functie ligt vast hoelang ze nog moet blijven bestaan om de afbouw van Dexia te kunnen realiseren. Sommige mensen zijn nu al vertrokken, aan anderen is gevraagd om te blijven tot juni, september of tot eind dit jaar. Voor wie naar Belfius kan, heeft de holding een overeenkomst gemaakt met de bank over de timing van die overstap. Een aantal diensten van Dexia zijn integraal overgenomen door Belfius, maar voor een groot deel van de openstaande jobs moeten mijn collega’s gaan solliciteren.”

Hoeveel mensen zijn er nu al bij de holding vertrokken? Frank: “Ruim 100. Er wordt gezegd dat ongeveer 60 mensen bij Dexia NV zullen blijven werken. Maar daar bestaat geen zekerheid over, want niemand weet hoe de restbank gestructureerd zal zijn. We weten alleen dat de laatste overblijvers zich zullen bezighouden met de afbouw van de portefeuille. Dat is een ingewikkelde materie die gerust nog vijftien jaar kan duren. Het is een misvatting dat alles wat in de portefeuille zit rommel is. Natuurlijk bevat hij kredieten en aandelen die flink onder druk staan, maar er zitten ook prima onderdelen in. Het grote probleem is dat zij op lange termijn lopen en dat ze alleen iets opbrengen als we tot de einddatum kunnen wachten om ze te verzilveren. Als we ze nu moeten verkopen, is het verlies gigantisch.”

Apathie in plaats van paniek

Bestaat de kans dat de rommel Dexia voortijdig de das zal omdoen, voor de waardevolle onderdelen geïncasseerd kunnen worden? Johan: “Volgens onze collega’s van Risk and Finance blijft de integrale portefeuille beheerbaar en lossen de problemen op termijn zichzelf op. Wat nu als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt, is de beslissing van de Europese Commissie over de staatswaarborg. Voorlopig worden we ingedekt door die overheidsgarantie, maar als de Commissie daar een stokje voor steekt, zit Dexia NV echt diep in de shit, want dan dreigt het faillissement.”

Zorgt die onzekerheid voor paniek op de werkvloer? Frank: “De paniek is aan het wegebben; bij veel mensen is er apathie in de plaats gekomen. Ze hebben voor zichzelf uitgemaakt dat ze zullen vertrekken. Slechts een heel kleine groep ziet het hier nog zitten. Dat zijn dan vooral mensen van Risk and Finance die kicken op het beheer van ingewikkelde financiële producten.”

Johan: “Het is niet bevorderlijk voor de groepsgeest als je voortdurend afscheid moet nemen van collega’s die naar elders verkassen. Sommige verdiepingen staan voor de helft leeg. Af en toe vertrekken mensen die beter even gebleven waren om ingewikkelde dossiers af te handelen. Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen dat ze in deze moeilijke omstandigheden eieren voor hun geld kiezen. Het is niet ondenkbaar dat er te veel specialisten vertrekken waardoor Dexia nieuwe mensen zal moeten zoeken. Nu is dat nog niet zo en wordt er ook niemand extra aangeworven. Ik zou gechoqueerd zijn als dat toch zou gebeuren. Maar ik kan me wel voorstellen dat binnenkort uitzendkrachten aangeworven worden. Door de leegloop raken sommige secretariaten onbemand, waardoor het gewone dagelijkse werk in het gedrang komt.”

Frank: “De voorbije maanden gingen de gesprekken in de koffiekamer uitsluitend over de hopeloze toestand; nu wordt er terug over koetjes en kalfjes gesproken. De situatie is zoals hij is: we moeten hier weg en we hebben ons daarbij neergelegd.”

Dexiawerknemers Johan en Frank hebben op eigen verzoek schuilnamen.

Tekst: Jan Stevens