De maandag van Gunther Broucke, intendant van het Brussels Philharmonic

Gunther Broucke, intendant van het Brussels Philharmonic, slaagde er maandag wonderwel in om over te gaan tot de orde van de dag, amper een paar uur nadat zijn orkest mee mocht delen in de Oscarroem van componist Ludovic Bource, voor de film ‘The Artist’.

0u00. In het Flageygebouw begint een warming-upfeestje voor de uitreiking van de Oscars. Behalve musici en medewerkers van het Brussels Philharmonic en van het Brussels Jazz Orchestra, is ook een deel van de ploeg van Rundskop aanwezig en medewerkers van L’Unanime, het productiehuis dat meewerkte aan de derde Belgische Oscarkandidaat ‘Van de kat geen kwaad’. Alles bij mekaar bijna 800 mensen.

0u45. Ik rijd naar de studio’s van Videohouse in Vilvoorde. In afwachting van de uitreiking geef ik een interview voor  de digitale Telenet-zender Prime.

2u30. Weer naar Flagey. We volgen de live-uitzending uit L.A. op een groot scherm. Van de achthonderd mensen zijn er nog een paar honderd over. Het moment van de uitreiking komt dichterbij.

4u20. De zaal ontploft. Ludovic Bource wint de Oscar voor de beste soundtrack. Ik ben de eerste om de uitreiking te relativeren, maar dit is een emotie die je meezuigt. Het deed me denken aan het beeld van die sportdirecteur die zijn renner ziet winnen, waarop iedereen in de auto juicht, handen in de lucht, en niemand die zich afvraagt of ze niet meteen ergens tegenaan botsen. Het was een echte ontlading toen die enveloppe openging. Zodra Jennifer Lopez ‘Lu’ zei, ging het dak eraf.

4u30. We drinken champagne. We feliciteren en worden gefeliciteerd. Dit was een adrenalinemoment zoals ik dat nooit eerder had ervaren. Iedereen kent zijn overwinningen en nederlagen in het leven. Maar ik had geen idee dat een zege zo zoet kon smaken.

5u30. Ik ga naar het hotel en kruip in mijn bed.

8u00. De telefoon gaat. Het is Michel Tabashnik, onze chef-dirigent. Hij wil afspraken maken voor volgende week. ‘Heb ik je misschien wakker gebeld’, vraagt hij.

9u00. Het houdt niet meer op. Kranten, tv, radio, iedereen belt voor een interview.

11u30. Ik ga naar Flagey om een aantal lopende zaken te regelen. Een soliste die volgende week met ons zou spelen, heeft afgezegd. Ik moet op zoek naar vervanging. Het doet deugd om onmiddellijk weer tot de orde van de dag over te gaan. Euforie werkt bedrieglijk. Tussen de 400 felicitatiemails zitten misschien 30 belangrijke berichten die dreigen door de mazen van het net te glippen.

15u00. Ondernemingsraad, onze maandelijkse ontmoeting met de vakbonden. We praten tien minuten over de Oscaruitreiking en spreken af om elkaar niet te feliciteren. Dat zou belachelijk zijn.

16u00. Ik spreek het orkest toe. Niet vanwege de Oscar, geregeld vertel ik hen waar we staan, waar we naartoe gaan, welke de bedreigingen zijn. Het is een gevoelig moment. Wij zijn een instelling die voornamelijk werkt met geld van de Vlaamse gemeenschap. En die heeft net laten weten dat ze 550 miljoen euro zoekt om de begroting te laten kloppen. Wij hebben al drie besparingsrondes achter de rug. Het is dus bang afwachten. Het enige wat ik hen kan melden, is dat men mij verzekerd heeft dat ze de sector willen vrijwaren.

16u30. Ik heb een vergadering met een technisch verantwoordelijke van een op handen zijnde productie. Tussendoor geef ik een interview aan Ter Zake.

18u00. Het gaat richting Kortijk. Ik heb een raad van bestuur van het autonoom gemeentelijk bedrijf Buda, een project dat oude bedrijfsgebouwen een culturele bestemming tracht te geven.

23u30. Ik kom aan in Mechelen. Thuis schenk ik mezelf een Gouden Carolus Tripel uit. Zelden heeft die zo gesmaakt. Ik lees nog een half uurtje in de laatste Vargas Llosa en ga dan slapen.