"Bankiers moeten opnieuw saai worden"

Sinds begin oktober doceert de bekende Belgische antropoloog en ex-bankier Paul Jorion over ethische financiële dienstverlening aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn boodschap? “De bankier van de toekomst moet fundamenteel anders zijn. Als alles bij het oude blijft, rijden we onszelf de vernieling in.”

In zijn boek ‘Le Capitalisme à l’Agonie’ (‘De doodsstrijd van het kapitalisme’, DS) – dat vorig jaar verscheen – kondigde Paul Jorion het einde van het kapitalisme in zijn huidige vorm aan. Straffe taal, maar de sociaal antropoloog weet waarover hij spreekt. Hij is een ervaringsdeskundige, die 18 jaar in de Amerikaanse financiële sector gewerkt heeft. Nu woont Jorion in Bretagne en schrijft hij columns voor de economiebijlage van de gezaghebbende krant ‘Le Monde’. Hij heeft ook gedoceerd aan de universiteiten van, onder meer, Brussel, Cambridge en Paris VIII. Geen wonder dus dat VUB-rector Paul De Knop hem verzocht om in Brussel te komen doceren over de financiële sector, maar dan vanuit een ethisch perspectief. ‘Stewardship of Finance’: dat is de naam van de nieuwe leerstoel die de VUB heeft opgericht, samen met zes grote verzekeringsmaatschappijen die ernaar streven om hun activiteiten op een duurzame en verantwoorde manier te ontplooien.

Wat is het beoogde doel van de nieuwe leerstoel precies?

Paul Jorion: “Onze bedoeling is een discussie op gang te trekken over de maatschappelijke rol van verzekeraars en bankiers. We merken dat ze daar ook zelf om bekommerd zijn. Alleen vinden velen geen antwoord op de vragen waar ze mee zitten. We richten ons voor alle duidelijkheid niet alleen op bankiers, of op toekomstige bankiers. De leerstoel heeft, naast onderwijs, nog een tweede pijler: onderzoek. Doctorandi zullen de thematiek van ethische financiële dienstverlening onderzoeken vanuit diverse wetenschappelijke disciplines. Sociale wetenschappers, rechtenstudenten, wiskundigen: we nodigen iedereen uit. Heel bewust. Nadenken over de ethiek en moraal van financiële activiteiten is nu eenmaal een maatschappelijke plicht.”

Dat klinkt nobel, maar staat de financiële sector daar echt voor open?

Paul Jorion: “Het besef dat het zo niet verder kan, neemt toe. Ook in de financiële sector. De crisis speelt daar een cruciale rol bij, al zijn er natuurlijk financiële instellingen die zichzelf helemaal niet ter discussie willen stellen. Ze zoeken allerlei drogredenen om niets te moeten veranderen. Neem nu speculatie, een probleem dat in mijn ogen hoogdringend moet worden aangepakt. Maar velen in de financiële wereld willen er niet aan raken, omdat dat veel te complex zou zijn. Onzin, natuurlijk. In de negentiende eeuw al bestond er een verbod op speculatie, en daar was helemaal niets complex aan. Enkele wetsartikelen volstonden. Het is louter een kwestie van willen.”

Heeft u dan geen vertrouwen in de zelfregulering van de financiële sector?

Paul Jorion: “Daar geloof ik absoluut niet in. Zeker niet op dit moment. Zelfregulering werkt alleen als het goed gaat. In crisistijd moet je ingrijpen. Vergelijk het met een bioscoop waar paniek uitbreekt: iedereen loopt door elkaar en er heerst chaos. In zo’n situatie heb je goeie regels nodig. En je moet maatregelen nemen om te voorkomen dat het nog eens gebeurt.”

Welke maatregelen dringen zich op?

Paul Jorion: “Bij banken en verzekeringsmaatschappijen moet maatschappelijke dienstverlening voorop staan, in plaats van de winst. Dat betekent dat financiële instellingen hun rol fundamenteel moeten herdenken. Waarom moet er overigens winst worden gemaakt op de diensten die ze aanbieden? Bij een ziekteverzekering is dat toch ook niet zo?”

Hebben ook jonge bankiers in spe boter op het hoofd? Hoge bonussen blijven een belangrijke motivatie om in de financiële sector aan de slag te gaan.

Paul Jorion: “Het is niet meer dan menselijk dat jongeren worden meegezogen in die winstlogica. Ik kan ook begrijpen dat jonge afgestudeerden zich aangetrokken voelen tot het beroep van trader, want traders kunnen ontsnappen aan de routine die je vaak terugvindt in de financiële sector. Wat ik niet begrijp, is dat directieleden in de banksector de voorbije jaren werden vergoed als genieën, terwijl ze dat allesbehalve waren. Dat is dan nog een understatement, want ze brachten er niets van terecht. En veel erger nog: vaak zijn ze zelfs niet in staat tot zelfkritiek. Ik besef heel goed dat mijn boodschap niet opwindend is voor jongeren. De bankier van de toekomst wordt opnieuw een ‘saaie’ bankier, die spaargeld ophaalt en kredieten verstrekt. Dat is de maatschappelijke taak van financiële instellingen.”

De vraag blijft of uw boodschap effect zal sorteren, met name in de financiële sector.

Paul Jorion: “Sommige banken hebben zich de voorbije jaren helemaal niets aangetrokken van de publieke verontwaardiging. Dat is stuitend. Maar zoals ik zei: binnen de sector zie ik de oprechte wil om het anders aan te pakken. Er is volgens mij ook weinig keus. De bankier van de toekomst moet fundamenteel anders zijn. Als alles bij het oude blijft, rijden we onszelf de vernieling in. Dat heeft deze crisis ruimschoots bewezen.”

Tot slot: hoe kijkt u terug op uw carrière als bankier?

Paul Jorion: “Het was enorm leerrijk. En ja, ik heb even goed meegedaan aan het irrationele gedrag dat zo kenmerkend was – en vaak nog steeds is – voor de financiële sector. Ik heb, bijvoorbeeld, gewerkt met complexe financiële producten die mee geleid hebben tot de huidige crisis. Dat was nu net het probleem: banken snapten op den duur niet meer waar ze mee bezig waren, ze vertrouwden blindelings op hun computerprogramma’s. Wat je me niet kunt verwijten, is dat ik passief ben blijven toekijken. Ik heb geprobeerd om de crisis tegen te houden. Als enkeling was dat uiteraard zo goed als onmogelijk. Daarom probeer ik nu op een andere manier mijn steentje bij te dragen.”

Tekst Dominique Soenens