Hoe Elio Di Rupo doctor in de chemie werd

Journalist Francis Van de Woestyne van La Libre Belgique voelde de afgelopen maanden toekomstig premier Elio Di Rupo grondig aan de tand voor zijn boek Elio Di Rupo: Leven en Visie.

Di Rupo had zeker geen makkelijke jeugd: zijn vader overleed toen hij amper één jaar was, enkele van zijn broers werden ondergebracht in een weeshuis. Geen vanzelfsprekende basis voor een succesvolle carrière, maar de Italo-Belg slaagde er toch in. En het begon allemaal op de schoolbanken.

"Omdat mama me niet kon helpen bij mijn studie, stelde men voor om me naar het internaat van het atheneum te sturen. Men verzekerde haar dat dat voor mij de beste oplossing was. Dus stemde mama toe. Toen ik twee weken na het begin van het schooljaar in het internaat aankwam, bleek er geen plaats meer te zijn bij de kinderen van mijn leeftijd. Ik moest me dus installeren in de lsaapzaal van de oudere jongens. Het was voor mij best wel schokkend om in die bende van zeventien-, achttienjarigen te worden gedropt, want tussen zulke belhamels en een jongetje van twaalf lagen er in die tijd lichtjaren van verschil."

"Ik werd geplaagd door ernstige hoofdpijn. De dokter dacht aan sinusitis en een jaar lang liep ik elke week met wieken in mijn neus. Dat eerste jaar voelde ik mij zo slecht dat ik haast nooit op school was. Het volgende jaar ging het niet veel beter. Het gevolg was dat ik mijn eerste jaar middelbaar drie keer heb moeten overdoen."

[…]

"Op en dag zei mijn leraar chemie: ‘Di Rupo, ik moet met je praten na de les.’. Vijftig minuten lang heb ik me zitten afvragen of ik iets fouts had gedaan. Na de les wachtte ik op de leraar. Het gesprek duurde nauwelijks een minuut, maar het heeft mijn hele verdere leven beïnvloed …
Het enige wat de man zei, was: ‘Luister Di Rupo, ik heb je in de gaten gehouden. Je kunt het wel. Je moet werken!’"

"Het was de eerste keer dat ik door een volwassene als een gelijke werd behandeld. Mijn moeder, mijn broers en mijn zus waren er ook, maar dat was niet hetzelfde. Het was een echte schok voor mij en tegelijkertijd een ongelooflijk gevoel. Vanaf het moment dat ik besefte dat een volwassene vertrouwen had in mij, vroeg ik me af hoe ik ervoor kon zorgen dat ik die persoon niet zou ontgoochelen. Omdat hij mij had aangeraden te werken, deed ik dat ook. Ik was zeventien en ik had al twee jaar vertraging opgelopen."

"Ik kreeg de smaak van het studeren te pakken, werd een goed student. Chemie, die mix van theoretische en praktische dimensies, was een passie voor mij geworden. Ik mocht stage lopen in bedrijven, waar ik erg van genoot."

"Maar dan kwam het einde van mijn middelbare studies eraan … Wat nu? We waren met zijn drieën; Jean-Pierre, Michel en ik wilden graag voortstuderen in dezelfde richting. De leraren verzekerden ons dat we alle drie een universitaire studie aankonden."

[…]

"Het werd Bergen. Ik herinner me de eerste twee lesuren nog als gisteren. We kwamen samen in een ongelooflijk groot auditorium, heel overweldigend. De amanuensis kondigde de professor kristallografie aan. De les begon. Ik snapte er niets van. Niets! Het meisje naast mij, een zittenblijver, vertrouwde me toe: ‘Weet je, als je dit nu niet begrijpt, dan zul je het nooit begrijpen en dan zit je hier volgend jaar opnieuw …’ Ik kwam in tranen op mijn kamer aan, uren heb ik gehuild."

"Ik besloot Franz Aubry, mijn leraar chemie, te bellen. Hij nodigde ons uit om de volgende zondag langs te komen. En ook de daaropvolgende zondagvoormiddagen brachten we door in Carnière. Hij bracht ons de basis van de fysica bij, waarop onze volledige universitaire studie was gesteund. Ik heb als een gek gestudeerd. Zodra ik de basis onder de knie had, was de rest kinderspel. Nooit heb ik nog problemen gehad en ik werd zelfs student-assistent in de afdeling Wiskunde."

"Ik heb mijn universitaire studie zonder moeite kunnen afmaken. Later heb ik nog een doctoraat in de chemie gehaald, dankzij een beurs van de Britse consul zelfs gedeeltelijk aan de universiteit van Leeds. Na mijn terugkeer heb ik het theoretische gedeelte verder afgewerkt. In 1978 promoveerde ik tot doctor in de wetenschappen, ik behaalde de titel met grote onderscheiding. Het onderwerp van mijn thesis was De studie van het reactieve sinteren van zirkonium en aluminiumoxide alfa."

[…]

"Voor de publieke verdediging van mijn thesis had ik mijn familie uitgenodigd. Ik zie mijn moeder nog voor me. Ze begreep niet goed wat er gebeurde, maar besefte wel dat het belangrijk was. Ze droeg een hoed met een voile, alsof ze haar zoon ten huwelijk gaf."

"En die avond, de avond van mijn thesisverdediging, heb ik voor het eerst een federaal congres van de socialistische partij bijgewoond."

Leven en visieUit: Elio Di Rupo: Leven en visie

Auteur: Francis Van de Woestyne

Uitgeverij Lannoo