"De kwaliteit van het Waalse onderwijs is ondermaats"

Te weinig ondernemingszin, een loodzware openbare sector en vakbonden die bij de politici op schoot zitten: als Waalse werknemers vandaag soms fundamenteel anders met hun carrière omgaan, dan wortelen die verschillen paradoxaal genoeg veeleer in het verleden dan in het heden.

Al het communautaire gekibbel van de voorbije maanden te spijt, blijft de arbeidswetgeving nog altijd grotendeels federaal. “Als er al verschillen bestaan in de wijze waarop Walen en Vlamingen met hun loopbaan, arbeidstijd of pensioen omgaan, dan hebben die dus weinig of niets met het wettelijke kader te maken”, concludeert ook Vincent Reuter, gedelegeerd bestuurder van de Union Wallonne des Entreprises (UWE). “En dus moeten we het elders gaan zoeken: hebben we in Wallonië andere prioriteiten in ons leven, kijken we anders tegen werk aan, zijn er verschillen die historisch gegroeid zijn?”

Langer werken en meer tijd voor het gezin, dat zijn in Vlaanderen al enkele jaren twee van de belangrijkste credo’s op de arbeidsmarkt. Ziet u dezelfde trend in Wallonië?

Vincent Reuter, gedelegeerd bestuurder van de Union Wallonne des Entreprises: “In Vlaanderen, maar net zo goed in Wallonië, Frankrijk of Duitsland, ondervinden ondernemingen de grootste moeite van de wereld om echt goede werknemers aan zich te binden. En een Waals bedrijf heeft het vandaag even lastig als een Vlaams bedrijf om pakweg ingenieurs of it’ers binnen te halen. Wat stellen we dan ook vast? Waalse bedrijven zetten de voorbije jaren massaal in op maatregelen waarmee ze hun werknemers in de watten kunnen leggen, in een poging die zo aan het bedrijf te binden. Daarin verschillen onze bedrijven dus helemaal niet van de Vlaamse, op één, niet onbelangrijke uitzondering na misschien: het mobiliteitsbeleid. Het is voor een Waals bedrijf nog altijd stukken eenvoudiger om zijn werknemers een goede en vlotte woon-werkverbinding aan te bieden, zodat die geen uren nagelbijtend in de file moeten slijten. De afstanden in Wallonië zijn doorgaans iets groter, maar de ochtendspits in Luik of Namen valt niet te vergelijken met het dagelijks aanschuiven richting Antwerpen of Brussel. Dat verklaart wellicht ook waarom een groter percentage van de Walen dan van de Vlamingen bereid is om zich dagelijks naar het werk te verplaatsen. Dat was voor mij een bijzonder verrassende vaststelling in een recent onderzoek daarover.”

En wat met het pensioendebat, hoe leeft dat in Wallonië?

Vincent Reuter: “Ook daar blijft de wetgeving voorlopig haast volledig federaal. Net zoals we moeten erkennen dat de Waalse bedrijven - en dat is in Vlaanderen niet anders - zich bijzonder weinig enthousiast tonen om oudere werknemers aan het werk te houden of, erger nog, aan te werven. Persoonlijk ken ik in Wallonië haast geen bedrijven die echt een beleid op poten hebben gezet om hun oudere werknemers langer aan boord te houden, bijvoorbeeld door hen opleidingen aan te bieden. Omgekeerd valt er ook bij de Waalse werknemers bitter weinig animo te bespeuren om langer aan het werk te blijven. Zolang onze politici op federaal niveau geen doortastende beslissingen nemen op dat vlak, zal dat ook niet veranderen, vrees ik.”

Welke rol spelen de vakbonden, die in Wallonië traditioneel toch een stuk sterker staan dan in Vlaanderen, in dat debat?

Vincent Reuter: “Die vakbonden, en dan vooral de FGTB (socialistische vakbond, nvdr), hebben hier effectief meer impact. Die vertaalt zich evenwel vooral op politiek vlak. De band tussen de socialistische vakbond en de PS is bijzonder nauw, en vermits de PS hier al jarenlang de lakens uitdeelt, heeft de vakbond haast automatisch ook flink wat politieke invloed. Jullie hebben dat in Vlaanderen overigens ook jarenlang gekend, met de band tussen de toenmalige CVP en het ACV, maar de laatste jaren lijkt dat me toch flink afgezwakt. Doordat de FGTB – goed voor net niet de helft van alle vakbondsleden in Wallonië - sterk gekant is tegen elke poging om werknemers langer aan het werk te houden heeft die vakbond dus wel degelijk een reusachtige invloed op het pensioendebat hier.”

Een andere opvallende vaststelling: bijna 4 op tien werkende Walen verdienen hun boterham in de openbare sector. Dat is een stuk meer dan in Vlaanderen?

Vincent Reuter: “Dat klopt, al denk ik niet dat Walen nu zoveel liever voor een openbaar bestuur werken dan Vlamingen. In Wallonië wordt een baan in de openbare sector vooral als een garantie voor werkzekerheid beschouwd. Almaar meer ten onrechte, vrees ik, want het aantal contractuele ambtenaren neemt steeds toe. Ik denk dan ook dat dit vooral een erfenis uit het verleden is.

Omgekeerd telt Wallonië relatief gezien ook een pak minder bedrijven dan Vlaanderen. Is dat geen bedreiging voor de verdere economische ontwikkeling van de regio?

Vincent Reuter: “Daar heb je zeker een punt : we hebben te weinig bedrijven, en op de koop toe zijn ze gemiddeld ook een stuk kleiner dan in Vlaanderen. Ook hier ligt de verklaring volgens mij deels in het verleden: na het verdwijnen van de staalindustrie zijn we er niet in geslaagd om ons economisch weefsel voldoende te versterken met nieuwe, goed draaiende kmo’s. Op de koop toe hebben we vandaag ook te weinig grote bedrijven: in heel Wallonië vind je amper 16 bedrijven die meer dan 1.000 werknemers tellen. Die factoren dragen er ongetwijfeld toe bij dat zoveel Walen hun heil zoek in de openbare sector.”

Hoe schat u de toekomst van Wallonië dan in?

Vincent Reuter: “We moeten meer bedrijven en zo ook meer toegevoegde waarde scheppen, dat staat vast. Terwijl jullie in Vlaanderen per duizend inwoners 23 ondernemingen tellen, zijn dat er bij ons maar 20. Bovendien stelt een Vlaams bedrijf gemiddeld 11 mensen tewerk, in Wallonië is dat maar negen. De grootste uitdaging ligt volgens mij evenwel elders: ons onderwijs is niet goed genoeg. Zelfs als we vandaag meer bedrijven zouden tellen, zouden die de grootste moeite van de wereld hebben om voldoende goed gekwalificeerde werknemers te vinden. En begrijp me niet verkeerd: ik zeg niet dat we niet voldoende centen investeren in ons onderwijs, nee, de kwaliteit ervan is gewoonweg ondermaats. In tegenstelling tot het Marshallplan, dat de voorbije jaren echt een regeringszaak was hier in Wallonië, blijft het onderwijsbeleid al te veel versnipperd op verschillende bevoegdheidsniveaus. Dat maakt ook dat ik de toekomst eerder pessimistisch tegemoet blik: zolang we onze jongeren niet beter opleiden, zijn ook heel wat inspanningen en projecten in het kader van het Marshallplan min of meer verloren moeite.”

Terug naar het hoofdverhaal "Op zoek naar de ziel van de Waalse arbeidsmarkt".