Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Wordt een hersenscan het alternatief voor een assessment?

Wetenschappers slagen er steeds beter in om aan de hand van een foto van iemands brein uitspraken te doen over zijn intelligentie. Betekent dit dan dat we in de toekomst een hersenscan zullen meesturen met onze sollicitatiebrieven?

Foto's van onze hersenen zijn momenteel vooral nog een medisch hulpmiddel. Dokters kunnen aan de hand van een hersenscan een patiënt onderzoeken op de aanwezigheid van tumoren, ouderdomsziekten of andere kwalen. Toch slagen onderzoekers er met behulp van computeranalyses ook steeds beter in om de intelligentie van mensen in kaart te brengen. In de afgelopen decennia zijn tientallen eigenschappen, zoals de vorm, de activiteit en de ‘bedrading’ van onze hersenen al in verband gebracht met intelligentie.

Slimmerd heeft grotere hersenen

De bekendste parameter voor intelligentie is de hersengrootte. Zo evolueerde het menselijk brein in de loop der tijden van 600 cc bij de Homo Habilis tot 1250 cc bij de huidige mens, wat gedeeltelijk door de toenemende intelligentie te verklaren valt. Maar ook als je individuen onderling vergelijkt, blijken intelligentere personen gemiddeld een groter formaat van hersenen te hebben. Enig probleem: dit wordt pas meetbaar als je grote groepen met elkaar vergelijkt. Voor één persoon is het onmogelijk om betrouwbare uitspraken te doen op basis van zijn hersengrootte.

De grootte van specifieke hersenregio’s wordt ook vaak genoemd als graadmeter voor intelligentie. Hoe meer grijze hersenstof mensen zouden hebben in gebieden voor bijvoorbeeld taal, geheugen, ruimtelijk denken en logisch redeneren, hoe slimmer ze zouden zijn. Uit onderzoek blijkt evenwel dat slechts 6% van de grijze hersenstof, de ‘rekenmachines’ van onze hersenen, in direct verband staat met intelligentie.

Wetenschappers van de Washington Universiteit in New Jersey slaagden er deze zomer in om de resultaten van IQ-tests bij verschillende personen gedeeltelijk te verklaren op basis van verbindingen in hun prefrontale cortex. Dit gebied net achter het voorhoofd wordt gezien als het commandocentrum van de hersenen. Volgens het vaktijdschrift Journal of Neuroscience lukte het de Amerikaanse wetenschappers wel slechts om 10% van de variaties in intelligentie bij de proefpersonen te verklaren.

Wegennetwerk

Nog een element dat de intelligentie mee bepaalt: witte stof, materiaal dat bestaat uit de uitlopers van hersencellen die verschillende gebieden in het brein met elkaar verbinden. Deze ‘hersenkabels’ zijn omhuld met myeline, een wit vetlaagje dat ervoor zorgt dat zenuwimpulsen sneller kunnen worden verstuurd.

Witte stof kan gezien worden als een soort netwerk dat bepaalt hoe snel en efficiënt iemand denkt. Bij slimme individuen kan je dit vergelijken met goed geasfalteerde snelwegen tussen gebieden die veel met elkaar communiceren, bij minder intelligente mensen zijn het eerder omslachtige verbindingen die je kan zien als kriskras aangelegde zandweggetjes.

In 2009 slaagde de Nederlandse hersenonderzoeker Martijn van den Heuvel erin om het IQ van negentien proefpersonen voor 15 tot 20% te verklaren aan de hand van deze verbindingen die hij op hersenscans zag. “We moeten af van het idee dat één gebied of verbinding bepaalt hoe slim we zijn”, verklaart hij. “Het is de som van alle hersendelen, vandaar dat verbindingen veel zeggen over intelligentie, zeker als we die combineren met gegevens over hersengrootte en de hoeveelheid grijze stof.”

Scan als test?

Blijft de vraag of een hersenscan ooit een IQ-test zal kunnen vervangen en dus inzetbaar wordt bij sollicitatieprocedures. “Ik denk het wel”, zegt van den Heuvel. “Op dit moment zijn we nog niet zo ver, maar gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren is het volgens mij goed denkbaar dat we op basis van hersenscans straks ook individuele uitspraken over intelligentie zullen kunnen doen.”

Een tweede vraag die dan rijst is hoe waardevol die scan dan zal zijn. Er is namelijk een verschil tussen de zogenaamde ‘fluïde’ intelligentie, die aangeeft hoe snel iemand nieuwe informatie verwerkt, en ‘gekristalliseerde intelligentie’, die te maken heeft met je aangeleerde vaardigheden en kennis.

Enkel echte IQ-tests kunnen ook die tweede vorm van intelligentie meten, hersenscans zijn daarvoor niet geschikt. Dat hersenscans minder afhankelijk zijn van de ‘vorm van de dag’ dan IQ-tests is dan weer een voordeel.

Een hersenscan hoeft een IQ-test hoe dan ook niet volledig te vervangen, vindt Van den Heuvel. “Het is eerder een toevoeging, waarmee je iemands capaciteit in kaart kan brengen. Maar algemene kennis en andere vaardigheden kan je daarnaast gewoon meten via een gesprek of met een aanvullende test.”

Bron: intermediair.nl