Wat gebeurt er met de groepsverzekering als een werknemer de onderneming verlaat?

"Ik heb zopas het bedrijf waarvoor ik werkte verlaten voor een ander bedrijf. Bij mijn eerste werkgever had ik een groepsverzekering lopen. Wat gebeurt daar nu mee?"
 

 

Als een werknemer zijn werkgever verlaat, hoeft de opbouw van het aanvullend pensioen niet noodzakelijk te stoppen. We onderscheiden drie soorten aanvullende pensioenen met elk hun eigen regels:

1. Sectorpensioen

Bij een sectorpensioen loopt de pensioenopbouw verder als de werknemer wel zijn werkgever maar niet de bedrijfstak verlaat en nadien in dienst gaat bij een werkgever die onder dezelfde sector valt. De nieuwe werkgever moet dan bijdragen voor hetzelfde sectorpensioen. Verlaat de werknemer de bedrijfstak, dan is er sprake van uittreding en stopt de financiering van het sectorpensioen. De werknemer kan zich eventueel aansluiten bij het sector- of ondernemingspensioenplan van de nieuwe werkgever.

(Isabelle Verellen, Manager SD Consult)

2. Ondernemingspensioen

Bij een ondernemingspensioenplan gebeurt uittreding door de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij de werkgever die het plan inricht.

3. Individuele pensioentoezegging

Bij een individuele pensioentoezegging gebeurt uittreding door de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij de werkgever die de individuele pensioentoezegging inricht.

Speciaal geval: continuïteit van carrière

Pensioentoezeggingen die door verschillende werkgevers van eenzelfde groep in dezelfde pensioeninstelling voor de werknemers van de groep worden uitgevoerd, voorzien vaak in een continuïteit van de carrière van de aangeslotene wanneer deze binnen de groep van werkgever verandert. Dit is het geval wanneer de nieuwe werkgever de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene overneemt. In dit geval is er geen sprake van uittreding aangezien de nieuwe werkgever omwille van de overname van de arbeidsovereenkomst alle verplichtingen heeft overgenomen.

Aanzuiveren van tekorten

De stopzetting van de aanvullende pensioenopbouw mag geen enkele vergoeding of verlies voor de werknemer meebrengen. De inrichter moet bij uittreding de eventuele tekorten aanzuiveren. De inrichter van de pensioentoezegging is dus finaal verantwoordelijk. Bij een sectorpensioen moet de sectorale CAO nader bepalen wat er gebeurt bij eventuele tekorten: moet de werkgever bij wie de aangeslotene weggaat, bijpassen, wordt het tekort verdeeld onder alle werkgevers, komt het solidariteitsfonds tussen,…?

Keuzemogelijkheden bij verlaten van bedrijfstak of werkgever

Keuzemogelijkheden
Wat er met het opgebouwde pensioenkapitaal (de verworven reserves) moet gebeuren bij het verlaten van de bedrijfstak of de werkgever kan enkel door de aangesloten werknemer beslist worden. Daartoe beschikt de betrokken werknemer over de volgende keuzemogelijkheden:

  • - De werknemer kiest ervoor om de opgebouwde reserves over te brengen naar de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter (andere bedrijfstak en/of nieuwe werkgever). De overdracht is slechts mogelijk als de werknemer bij de nieuwe inrichter ook een aanvullend pensioen kan opbouwen. In dit geval mag de nieuwe inrichter de overgedragen reserves niet weigeren en geen kosten aanrekenen. Indien de werknemer niet tot de categorie van werknemers behoort waaraan de pensioentoezegging van de nieuwe werkgever werd gedaan, is deze mogelijkheid niet van toepassing.
  • - De werknemer kiest ervoor om de opgebouwde reserves over te brengen naar een pensioeninstelling, i.e. een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds.
  • - De aangesloten werknemer kan ervoor opteren om zijn opgebouwde pensioenreserves bij de pensioeninstelling van de vorige inrichter, d.i. de bedrijfstak waaronder hij voordien ressorteerde of bij de vorige werkgever te laten:
    * De aangesloten werknemer moet steeds over de mogelijkheid beschikken om zijn pensioentoezegging zonder wijziging te behouden.
    * De aangesloten werknemer kan er ook voor kiezen om zijn reserves in het systeem van zijn vroegere inrichter te laten (in de zgn. onthaalstructuur)
  • - Een werknemer mag, nadat hij zijn werkgever heeft verlaten, zelf verder instaan voor de financiering van zijn aanvullend pensioen. Dit kan slechts gebeuren onder bepaalde strikte voorwaarden. Deze mogelijkheid bestaat alleen in het geval waarin de nieuwe werkgever voor deze werknemer geen aanvullend pensioen organiseert.

Procedure bij uittreding

Verplichting voor de inrichter

Na uittreding van een werknemer dient de inrichter de pensioeninstelling binnen de 30 dagen te verwittigen.

Verplichting voor de pensioeninstelling

De pensioeninstelling deelt op zijn beurt binnen de 30 dagen na de mededeling het bedrag van de verworven reserves en de verworven prestaties aan de inrichter mee die vervolgens de aangeslotene hiervan op de hoogte brengt.

Sectorpensioenen

Deze termijn van kennisgeving van 1 maand van de inrichter naar de pensioeninstelling, mag in het geval van sectorpensioenen verlengd worden tot maximum 1 jaar.

Wijze van mededeling

Al deze mededelingen moeten schriftelijk gebeuren of langs elektronische weg.

Uitzonderingsprocedure voor sectorpensioenen

De procedure bij uittreding wordt geregeld bij CAO.De sociale partners kunnen op beperkte wijze afwijken van de hierboven beschreven procedure. De rechtspersoon die als inrichter door het paritair (sub-)comité is aangeduid moet als inrichter de pensioeninstelling inlichten over de uittreding.

i.s.m. SD Worx