Wanneer heb ik recht op outplacement?

"Er hangen in mijn bedrijf een aantal ontslagen in de lucht. Ik heb gehoord dat we in dat geval recht zouden hebben op outplacement. Wat omvat dit precies en wie heeft daar eigenlijk recht op?"
Het antwoord van Karin Buelens, SD Worx

Wat is outplacement?

Outplacement is een geheel van diensten, tips en raadgevingen die door een derde (dienstverlener), in opdracht van de werkgever, wordt verleend. Dit moet het mogelijk maken dat de werknemer zelf zo snel mogelijk een nieuwe baan vindt of een activiteit als zelfstandige opstart.

Volgende diensten kunnen worden verstrekt:

  • psychologische begeleiding
  • het opmaken van een persoonlijke balans
  • hulp bij het uitbouwen van een zoekcampagne naar jobs
  • begeleiding met het oog op de onderhandeling van een nieuwe arbeidsovereenkomst
  • logistieke en administratieve steun
  • ...

Voor wie?

Sinds 1 januari 2014 is outplacement een belangrijk element van het ontslagpakket van de werknemer.

Het recht op outplacement is immers niet langer voorbehouden voor 45+'ers, maar is veralgemeend naar al wie recht heeft op een opzeggingstermijn van 30 weken of een opzeggingsperiode die minstens deze periode dekt.

In geval van ontslag wegens dringende reden vervalt dit recht.

Opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken

Wanneer een werknemer ontslagen wordt met een opzeggingsvergoeding die een periode van minstens 30 weken dekt of het resterende gedeelte van die termijn, heeft de werknemer recht op een ontslagpakket dat bestaat uit:

  • een outplacementbegeleiding van 60 uren, ter waarde van één twaalfde van het jaarloon van het kalenderjaar die het ontslag voorafgaat, met een minimumwaarde van 1.800 euro en een maximumwaarde van 5.500 euro. Werkt de werknemer halftijds, dan worden deze bedragen herleid aan de hand van de tewerkstellingsbreuk.
  • een opzeggingsvergoeding die met 4 weken loon wordt ingekort.

Opzeggingstermijn van minstens 30 weken

Wanneer een werknemer ontslagen wordt met een opzeggingstermijn van minstens 30 weken, maakt de werknemer aanspraak op een ontslagpakket dat bestaat uit:

  • een outplacementbegeleiding van 60 uren. De tijd die besteed wordt aan deze outplacementbegeleiding wordt aangerekend op het sollicitatieverlof.
  • de basisopzeggingstermijn die niet wordt ingekort.

Residuaire regeling (45+)

Sinds 1 januari 2014 geldt deze regeling nog enkel voor werknemers die niet aan de voorwaarden van het veralgemeend stelsel voldoen, maar wel aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • minstens 45 jaar oud op het moment van het ontslag;
  • minstens één jaar ononderbroken anciënniteit bij de werkgever op het moment van het ontslag;
  • niet ontslagen om dringende reden.

Het recht wordt niet langer toegekend vanaf het ogenblik dat de werknemer zijn rustpensioen kan aanvragen.

Aan werknemers die minder dan halftijds werken en aan zij die niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt, is de werkgever niet verplicht spontaan een outplacementbegeleiding aan te bieden. Hij moet het wel aanbieden wanneer ze er uitdrukkelijk om vragen.

Wanneer moet de werkgever een outplacementaanbod doen?

Binnen de 15 dagen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever schriftelijk een outplacementaanbod doen aan de werknemer die er recht op heeft.

Doet hij dat niet, dan stelt de werknemer binnen één maand na het verstrijken van die termijn (15d) de werkgever in gebreke. Als de arbeidsovereenkomst zonder opzeggingstermijn is beëindigd, dan heeft de werknemer negen maanden tijd voor deze ingebrekestelling.

De werkgever doet binnen een termijn van één maand na het tijdstip van de ingebrekestelling aan de werknemer schriftelijk een geldig outplacementaanbod.