Waarom Marijn Devalck, Herbert Flack en andere acteurs niet vies zijn van het schnabbelcircuit

Als er met hun doordeweekse activiteiten amper een belegde boterham te verdienen valt, doen veel acteurs wat elke lotgenoot zou doen: op zoek gaan naar andere bronnen van inkomsten, naar klusjes die het maandbudget een beetje kunnen aanvullen.

Voor de meesten onder hen levert dat nauwelijks agendaproblemen op, want een acteur is geen loontrekkende die van negen tot vijf werkt. Als hij dat wil, kan hij met zijn bijberoep zelfs meer verdienen dan met zijn hoofdjob.

Iedereen doet het

Er bestaan genoeg mogelijkheden om een extra centje te verdienen. In het vakjargon heten ze schnabbels. Carry Goossens schaamt er zich allerminst voor.

"In de tijd van F.C. De Kampioenen heb ik wel een tijd meegedraaid in het circuit van openingen en braderijen. Nu heb ik daarvoor geen tijd meer. Ik vind er niets verkeerds aan. Als ik het in overeenstemming kan brengen met mijn geweten, als ik mij niet op een lage manier verkoop en de mensen er plezier aan beleven, waarom niet? Als ze mij morgen een interessant aanbod doen voor een reclameboodschap en ik kan er vrede mee nemen, dan doe ik dat ook."

Radio- en tv-presentator Herbert Bruynseels, die ook in Familie te zien is, deelt de mening van Carry Goossens.

"Zelfs de meer gerenommeerde acteurs die vroeger neerkeken op schnabbels, doen het nu ook. Als je in een vast gezelschap een aantal jaren anciënniteit hebt, verdien je niet onaardig. Maar als je als freelance acteur met gaten zit tussen verschillende producties, wordt het moeilijk om te overleven. Het statuut van toneelspeler in Vlaanderen is gewoon belachelijk."

Reputatie niet op het spel zetten

Als je een radiospot hoort met een warme, sonore stem, is het negen kansen op tien Herbert Flack. Hij voelt zich net zo goed thuis in een opnamestudio als in een af levering van Aspe.

"Reclamespots inspreken is met de jaren een metier geworden. Niemand heeft mij dat geleerd, behalve dan studiotechnici die mij tips gaven. Het plezante is dat klanten die een spot willen, vaak een tekst hebben maar nog niet weten hoe hij moet ingesproken worden. Dan vraag ik: 'Zullen we het sec maken, of zeemzoet, of een beetje hard om te choqueren?' Op de duur krijg je een hele waaier van mogelijkheden. En na twee uur blijkt vaak de eerste opname de beste. Maar het kan ook zijn dat ze met vijf secretaresses komen en dan nog eens de co-directeur. Dan zie je vanuit de studio zo’n leger zitten: 'Qu’est-ce que tu trouves ?' – want het is dikwijls in het Frans. 'Oui, c’est pas mal, mais …' Ik heb ooit eens een vlammende ruzie gehad omdat een francofone creatief mij vertelde hoe ik een Vlaamse klemtoon moest leggen. Ik zei: 'Dat doe ik niet!' 'Pourquoi pas?' 'Omdat dat een valse klemtoon is. Ik zet mijn reputatie niet op het spel. Telefoneer maar naar iemand die Nederlands spreekt en die weet waarover het gaat.' 'Mais enfin!' Waarop ik zei: 'Je m’excuse. Bonne journée !' Als je jezelf laat doen, dan doe je iets slechts. Dan mogen ze hun centen houden!"

Geen acte de présence voor een zombiepubliek

Voor schnabbels haalt Marijn Devalck zijn neus niet op. Tot het einde van zijn dagen kleeft het etiket van Balthazar Boma uit F.C. De Kampioenen op zijn voorhoofd. Hij wil echter niet om het even wat aannemen.

"Je kunt elke dag schnabbelen als je wilt, maar je moet selectief zijn. Het enige kruid dat daartegen gewassen is, is de prijs. Je kunt van café naar café lopen voor 175 euro. Dat doe ik niet. Het moet altijd op de een of andere manier iets hebben. Ik kan vrij creatief bezig zijn als ik ergens met Pascalleke een huwelijksjubileum moet opvrolijken als verrassingsgast. Meestal komen we dan ook nog bij een heel fijn publiek terecht. Van discotheken ben ik afgestapt. Daar zit je meestal met een zombiepubliek. Een acte de présence vind ik boerenbedrog. Ik wil liever animeren, rond een thema werken. Ik ken Vlaanderen als mijn binnenzak. Vlaanderen leeft, Vlaanderen is Brueghel. Wij zijn acteurs, wij moeten onder het volk komen. En liefst in alle lagen van de bevolking. Daar doen wij onze voeding op. Wij moeten onze neus niet ophalen voor de gewone man.’

Dit artikel is een samenvatting van het hoofdstuk ‘Andere walletjes’ uit het boek ‘Geld & Glamour – Een blik in de portemonnee van bekende Vlamingen’ van Will Jensen.

Het boek is uitgegeven door Standaard Uitgeverij en kost 17,95 euro.