Vijf vragen die pas afgestudeerden zich stellen

Daar sta je dan: het lang verhoopte diploma op zak, klaar voor een nieuwe stap in het leven. Maar hoe vind je nu de baan die je op het lijf geschreven is? En in welke mate moet je daarbij rekening houden met factoren zoals loon, conjunctuurgevoeligheid of opleidingskansen?

1. Ga ik voor mijn droomjob of is economisch realisme beter op zijn plaats?

Ignance Glorieux (VUB), die als hoogleraar sociologie ook flink wat onderzoek verrichtte naar de transitie van school naar werk, pleit voor een pragmatische aanpak. “Zomaar afgaan op de conjunctuur lijkt me alvast geen goed idee, al was het maar omdat die economische conjunctuur heel snel kan veranderen. Jongeren die net hun diploma op zak hebben, zijn sowieso altijd nog wat op zoek. Laat hen dus vooral doen wat ze graag doen en goed doen, op voorwaarde uiteraard dat ze op dat vlak ook voldoende getalenteerd zijn, maar doorgaans hangen die twee wel samen.

Ik wil niet gezegd hebben dat je helemaal geen rekening moet houden met de economische context. Het is zonneklaar dat iemand die vandaag droomt van een carrière in de autosector het behoorlijk lastig zal hebben, omdat de jobs in die sector in ons land almaar dunner gezaaid zullen zijn. Maar toch: wie gedreven is, is vaak goed in zijn vak. Ga dus af op je gevoel en doe wat je graag doet.”

2. Welke sectoren deelden de voorbije jaren in de klappen, en laat ik mij hierdoor beïnvloeden?

Er zijn enkele trends, die algemeen gekend zijn. Zo wordt verwacht dat bijvoorbeeld de zorgsector, biotechnologie en afvalverwerking de wind in de zeilen zullen hebben. Nochtans is het niet zo makkelijk om hier wetenschappelijk onderbouwde voorspellingen te doen. Voor sectoren die de laatste jaren klappen kregen zijn harde cijfers veel meer voor handen. Neem nu de secundaire sector, de industrie zeg maar. Daarin gingen in Vlaanderen tussen het eerste kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2010 ruim 32.000 banen verloren, een daling van de totale tewerkstelling met ruim 6 procent (bron: Trendrapport Vlaamse Arbeidsmarkt 2010). Kunnen we daaruit ook conclusies trekken voor de volgende jaren?

Wouter Vanderbiesen van het steunpunt Werk & Sociale economie (KUL) nuanceert: “Ik denk niet dat je de lijn zomaar kan doortrekken, maar er zijn natuurlijk wel enkele vaststellingen waar je niet omheen kan. De zorgsector zal bijvoorbeeld blijven groeien, niet in het minst omwille van de vergrijzing. Omgekeerd valt te vrezen dat de tewerkstelling in de meeste industriële sectoren wel zal blijven afnemen, met uitzondering van de echt hoogtechnologische subsectoren, al blijft het moeilijk dit wetenschappelijk te staven.”

3. Waar vind ik de beste balans tussen werk en privé?

Wat willen jongeren van een werkgever, behalve een goed loon en een aangename werkomgeving? Juist: een goede balans tussen privé en werk. En waar kan je dan beter zitten dan bij de overheid? Dat wil toch een hardnekkig cliché.

Annie Hondeghem van het Instituut voor de Overheid van de K.U. Leuven ziet er waarheid in: “Ja, er is zeker iets van aan. De overheid voorziet allerlei mogelijkheden om werk en privé makkelijker op elkaar af te stemmen: glijdende werkuren, 4/5 werken, 35 vakantiedagen per jaar bij de Vlaamse overheid, thuiswerken, allerlei soorten verlof zoals ouderschapsverlof en verlof voor palliatieve zorg. We hebben overigens zelf ook onderzoek gedaan in 2002, waaruit bleek dat het betere evenwicht tussen werk en privé voor afgestudeerde naan universiteiten en hogescholen een reden was om bij de overheid te gaan werken. Er is geen enkele reden waarom dat nu niet meer zo zou zijn.”

4. In welke sectoren vang ik het beste startloon?

Starters met een universitair diploma verdienen – niet geheel verrassend – het meest in de chemie, energiesector en farmaceutische industrie. En jawel, het zijn sectoren die het ook op vlak van extralegale voordelen goed doen. Maar ook hier doet de overheid het goed, met een gemiddeld bruto startloon van 2.500 euro.

Gert Theunissen (KUL) van de onderzoeksgroep Personeel en Organisatie: “Voor hooggopgeleide starters zijn de loonverschillen tussen de sectoren uit de top-10 sowieso klein. De overheid is zeer competitief, maar kan niet de extralegale voordelen of bonussen aanbieden die je elders wel vindt. Maar ik kan me inbeelden dat het loon voor veel starters niet de doorslaggevende en zeker niet de enige factor is om hun keuze te maken.”

5. Waar kan ik het meest bijleren op de werkvloer?

De opleidingskansen zijn ondermaats in een aantal sectoren. Onlangs verscheen in het Belgisch Staatsblad een lijst van sectoren die in 2009 ondermaats scoorden op vlak van opleidingen. Daarbij onder meer de betonindustrie, houtnijverheid, papier- en kartonindustrie en tabaksbedrijven.

Anja Korstjens, product manager opleidingen bij SD Worx: “Een aantal sectoren doen het wel goed. Exacte cijfers hebben we niet, maar over het algemeen zit je voor opleidingsmogelijkheden het best bij de sectoren die het ook op veel andere vlakken – zoals verloning, extralegale voordelen, … - goed doen. Ik denk in de eerste plaats aan de petrochemie, de chemie en de farmacie.” Niet zozeer die ‘klassieke’ sectoren doen echt overigens goed. Ook de overheid scoort goed, omdat ze op dat vlak het verschil kan maken met de privésector.

Tekst: Dominique Soenens, Filip Michiels