Verdienen hoofdverpleegkundigen genoeg?

Ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen kampen met een acuut gebrek aan hoofdverpleegkundigen. Het groeiende takenpakket zit daar voor iets tussen, maar ook het loon. Gewone verpleegkundigen verdienen vaak evenveel of meer en zijn daarom niet happig om een functie met een pak meer verantwoordelijkheid op te nemen.



Spreken van een tekort aan hoofdverpleegkundigen is nog zacht uitgedrukt. Een vacature voor een hoofdverpleegkundige blijft gemiddeld een half jaar open staan. Dat bleek vorig jaar uit een steekproef van Zorgnet Vlaanderen, de werkgeverskoepel van de zorgsector. Van de vijftien algemene ziekenhuizen die aan het onderzoek meededen, gaven er veertien aan dat er minstens één dienst op zoek was naar een nieuwe hoofdverpleegkundige. De oorzaak van dat acute tekort ligt volgens de ziekenhuizen bij het loon.

Bij de start van hun loopbaan verdienen hoofdverpleegkundigen tot 32% meer dan een gewone verpleegkundige. Na zeven à tien jaar is dat verschil echter volledig uitgevlakt. Terwijl hoofdverpleegkundigen vastzitten aan een dagdienst zonder overuren, kunnen basisverpleegkundigen hun loon opkrikken met premies voor nacht- (tussen 35% en 50% extra) en zondagdiensten (tussen 56% en 70% extra).

Sinds juni vorig jaar krijgen verpleegkundigen met een zogenaamde erkende beroepstitel (een specialisatie in geriatrie, intensieve zorgen, spoed of oncologie, erkend door Volksgezondheid) een bijkomende premie van 3408,33 euro (bruto/per jaar). Een geriatrisch verpleegkundige met vijftien jaar anciënniteit zal daardoor meer verdienen dan haar eigen hoofdverpleegkundige. De loonspanning is intussen zo laag dat een vroedvrouw die in een regime van 80% alleen nachten werkt evenveel zal verdienen als het hoofd van haar dienst.

Hoofdverpleegkundigen = manusjes-van-alles

Volgens Peter Degadt, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet, zijn de loonbarema’s nooit meegegroeid met de functie van een hoofdverpleegkundige. “Vroeger stond de hoofdverpleegkundige in voor de contacten met de artsen en legde de uurroosters vast. Ziekenhuizen worden echter steeds meer geëvalueerd op ‘kwaliteitsvol handelen’ en daardoor heeft de hoofdverpleegkundige er telkens nieuwe taken bij gekregen.”

Door die explosie van het takenpakket werkt een hoofdverpleegkundige vandaag als een manager die van alle markten thuis is. “Het aantal managementtaken is zeker toegenomen”, beaamt Hildegard Hermans, hoofd van de personeelsdienst van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). “Hoofdverpleegkundigen coachen hun team, ze leggen verantwoording af voor de kwaliteit van de zorg door kwaliteitshandboeken bij te houden, ze houden het overzicht op de medicatie en het stockbeheer en zijn financieel verantwoordelijk voor hun dienst. Tegelijk staan ze in voor de vakantieregeling en de uurroosters, ze mogen de menselijke kant en het contact met de patiënten niet uit het oog verliezen en moeten zich vrijmaken voor opleidingen en vergaderingen met de directie.”

Intern opleiden

Niet alleen de optelsom van taken maakt de functie zwaar. Een hoofdverpleegkundige staat precies op de plek waar de vragen van patiënten, directie en verpleegkundigen samenkomen. “Omdat we zelf sinds een jaar of twee merken dat het moeilijker wordt mensen te vinden, proberen we de sterke profielen onder de verpleegkundigen intern op te leiden om de gaten te vullen”, zegt Hildegard Hermans. Maar dat is, vooral door die lage loonspanning, niet makkelijk. Verpleegkundigen zien natuurlijk ook hoe zwaar het werken is als hoofd van een dienst. Bovendien moeten ze de stap naar die promotie zetten op een moment dat ze door hun anciënniteit evenveel of meer verdienen in hun huidige functie. “De sectorverloning houdt te weinig rekening met die situatie. Zodra er geld is voor de sector moet dat naar het loon van de hoofdverpleegkundigen gaan.”

In het mini-sociaal akkoord dat half maart werd ondertekend is daar niets van terug te vinden. De sector hoopt daarom dat een nieuwe regering werk maakt van een uitgebreid sociaal akkoord voor de volgende vijf jaar. “Samen met de vakbonden hebben we een voorstel uitgewerkt waarbij alle functies opnieuw gewaardeerd worden volgens graad van verantwoordelijkheid en deskundigheid. Op basis daarvan hebben we een nieuw stelsel van verloning gemaakt. Het is echt gesneden brood voor de volgende minister van Sociale Zaken,” aldus nog Peter Degadt.

Brutoloon hoofdverpleegkundige versus brutoloon A1-verpleegkundige:

A1- verpleegkundige

Hoofdverpleegkundige

toeslag

anciënniteit

loon

anciënniteit

loon

loon

0

2100,18

0

2707,95

108,32

1

2253,05

1

2815,17

112,61

3

2320,99

3

2893,53

115,74

5

2388,92

5

2971,89

118,88

7

2722,51

7

3050,25

122,01

9

2791,79

9

3128,61

250,29

10

2837097

10

3174,79

253,98

11

2907,25

11

3253,15

260,25

13

2976,53

13

3331,51

266,52

15

3045,8

15

3409,88

272,79

16

3284,43

16

3488,24

279,06

17

3353,71

17

3488,24

418,59

19

3422,98

19

3566,59

427,99

21

3492,27

21

3644,96

437,4

23

3561,54

23

3723,32

446,8

25

3630,82

25

3801,68

456,2

27

3700,1

27

3880,04

465,6

Bron: Zorgnet Vlaanderen

Hoofdverpleegkundigen haken ook af door chronisch personeelstekort

Het loon mag dan verpleegkundigen afremmen om voor een job als hoofd te kiezen, de hoofdverpleegkundigen zelf zien hun salaris niet als het grootste probleem (zo bleek uit een recent onderzoek in opdracht van het NVKVV, de grootste beroepsorganisatie voor verpleegkundigen).

Joke Bosschaert stopte vorig jaar als hoofdverpleegkundige van een inwendige dienst, niet vanwege het loon, maar door het chronisch personeelstekort. “Wat je verdient, staat niet in verhouding tot die grote directe verantwoordelijkheid die je hebt. Dat speelt een rol, maar het geeft niet de doorslag. Mijn dienst had zich net hersteld na een paar ontslagen. En toen vertrokken er opnieuw mensen. Ik had geen tijd voor proactief werk of om een klinisch pad te ontwikkelen. Het bleef bij brandjes blussen. Dat gevoel om constant achter de feiten aan te hollen, zuigt je op de duur helemaal leeg. Zeker als je begint met het idee om de randvoorwaarden te creëren voor een dienst die draait op motivatie en goeie sfeer. En je aan het eind zelf niet meer gemotiveerd was. En omdat ik vond dat de dienst recht had op iemand die er volledig voor gaat, heb ik mijn ontslag gegeven.”

Tekst: Wouter De Broeck