Succestape: De Britse letterontwerper Matthew Carter is de meest gelezen man ter wereld

Naam: Matthew Carter

Geboortedatum en -plaats: 1937, Londen

Burgerlijke stand:
heeft twee zonen die in Londen wonen en twee kleindochters van 9

Carrière: ging in 1965 voor Linotype in New York werken

startte in 1981 Bitstream op

verlaat Bitstream in 1992 om Carter & Cone Type Inc. op te richten

ontwierp ondermeer de lettertypes Verdana, Georgia, Bell Centennial, Galliard, Miller, Snell Roundhand, Cascade Script ...

gaf jarenlang les aan de Yale University School of Art.

Prijzen en awards:
kreeg een Lifetime Achievement Award van het National Design Museum in New York

kreeg een eredoctoraat van het Minneapolis College of Art and Design

werd toegelaten tot de MacArthur Fellowship, een prestigieuze Amerikaanse stichting die creatieve mensen bekroont voor hun uitzonderlijke verdiensten.

 

De kans dat u het bij de naam Matthew Carter in Keulen hoort donderen, is groot. Om niet te zeggen heel groot. Nochtans kent u de Britse letterontwerper wél. Van het alomtegenwoordige lettertype Verdana bijvoorbeeld – het meest gebruikte lettertype op het internet -, of van Miller, ’s werelds meest courante krantenletter. Maak kennis met de meest gelezen man ter wereld.

We ontmoeten de Brit Matthew Carter in Antwerpen, waar hij een tentoonstelling over zijn werk komt openen. De krasse zeventiger met zilveren paardenstaart draait nog altijd mee aan de top in zijn branche, maar is er bescheiden bij gebleven. Dat hij de voorbije jaren de ene prijs na de andere binnenrijfde, zegt volgens Carter minder over hem dan over de aandacht voor de typografie. “Als iemand mij vroeger op een etentje vroeg wat ik deed, dan vond ik dat  vervelend,” vertelt hij. "Zelfs goed opgeleide mensen snapten niet waarmee ik bezig was. Nu kan ik een intelligente conversatie voeren over mijn werk met een 9-jarige. Dankzij de personal computer zijn fonts een deel van ons dagelijks leven geworden. Weet je dat het Museum of Modern Art in New York nu een typografische collectie heeft? Dat was tot voor kort ondenkbaar.”

“Ik heb geen pensioenplan. Ik blijf letters ontwerpen tot ik dood ga.”

Dat Carter letterontwerper werd, is te wijten aan een speling van het lot. Hij kreeg de liefde voor de typografie met de paplepel mee, dat wel. Zijn vader Harry Carter was historicus gespecialiseerd in typografie en boekdrukkunst aan Oxford University. Matthew zou aan diezelfde prestigizeuze universiteit Engels gaan studeren, na de toen nog verplichte legerdienst van twee jaar. “Omdat ik als kind aan astma leed, werd ik afgekeurd. De universiteit stelde voor dat ik mijn studie een jaartje uitstelde,  omdat ik anders twee jaar jonger zou zijn dan mijn studiegenoten.”

Op stage tussen letters

En dus moesten pa en ma Carter op zoek naar een manier om de jonge Matthew een jaar zinvol bezig te houden. Dankzij de relaties van zijn vader kon Matthew in 1955 een jaar stage lopen in het Nederlandse Haarlem, bij drukkerij Johannes Enschedé en Zonen. “Het plan was dat ik in de loop van dat jaar alle afdelingen zou aandoen, maar ik begon bij de lettergieterij en was daar zo door gebeten dat ik er niet meer weg wilde.” De jonge Carter leerde er metalen letters snijden en zetten, op dezelfde manier als Gutenberg dat deed in de 15de eeuw. Enschedé was op dat moment de enige commerciële drukkerij die nog eigen letters met de hand sneed.

In diezelfde periode was vader Carter bezig met onderzoek in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. Matthew kwam hem in de weekends helpen. “Ongemeen opwindend vond ik het om te kunnen snuisteren in de 16de-eeuwse collectie van Plantijn. Die museumbezoeken en mijn stage bij Enschedé hebben mijn hele verdere leven bepaald, terwijl dat jaar bedoeld was als tussendoortje. Want toen het tijd was voor Oxford, zag ik dat niet meer zitten. Met een academicus als vader verwachtte ik nogal wat tegenstand, maar tot mijn verbazing deden mijn ouders niet moeilijk over die beslissing.”

Moeilijker was de confrontatie met de realiteit. Carter zou er snel achter komen dat hij met zijn passie voor het lettersnijden praktisch gezien weinig kon aanvangen. “Wat ik in de Lage Landen had geleerd, bleek niet veel meer dan een verouderd ambacht.” En dus ging hij in Londen letters leren ontwerpen bij de beste grafici van die tijd. Hij deed dat zo goed dat hij in 1965 een jobaanbod kreeg van Linotype in New York, toen dé referentie in letterontwerp. Carter zette er zijn tanden in enkele uitdagende projecten. Zo ontwierp hij in 1974 de Bell Centennial, een nieuw lettertype voor de telefoongidsen van de Amerikaanse telecommaatschappij AT&T, ongetwijfeld het meest geconsulteerde lettertype ter wereld. “Het lettertype moest zo klein mogelijk zijn – om te besparen op inkt, papier en transport – maar toch goed leesbaar op papier van slechte kwaliteit. Hoe groter de beperkingen, hoe creatiever ik word.”

Eind jaren zeventig zakte de business van Linotype echter als een pudding in elkaar. “Het bedrijf haalde het gros van zijn omzet uit de verkoop van zetmachines waarvan de letters een vast onderdeel waren,” legt Carter uit. “Toen de technologie van het fotozetten ingang vond, viel de verkoop van die machines terug. En Linotype weigerde licenties voor zijn lettertypes aan derden te verkopen, omdat het bedrijf die als concurrenten beschouwde.”

Vergaderen beu

Carter zag het anders en verliet in 1981 Linotype, om met drie collega’s Bitstream op te zetten. “We ontwierpen digitale letters en verkochten die in licentie aan alle mogelijke derde partijen: ontwikkelaars van soft- en hardware, uitgevers, etc.” Met groot succes. “Op ons hoogtepunt hadden we 200 medewerkers in dienst. Maar toen werd het ook minder leuk. Omdat ik willens nillens bezig was met marketingplannen en personeelsproblemen, en niet meer met ontwerpen. Op een bepaald moment was ik het beu om mijn tijd te spenderen aan vergaderingen over wie welke parkeerplaats kreeg. (lacht). Ik wilde opnieuw kunnen ontwerpen. Ik was tenslotte al de vijftig voorbij, waar wachtte ik nog op?”

En dus verliet Carter in 1992 Bitstream om samen met Cherie Cone, een van zijn partners bij Bitstream, de typografische ontwerpstudio Carter & Cone Type Inc. op te zetten. Carter & Cone Type Inc.verkoopt licenties voor lettertypes aan eindgebruikers en ontwerpt lettertypes op maat. “Die combinatie van retail en maatwerk is een zeer valabel businessmodel. En omdat we de licentieverkoop hebben uitbesteed, kunnen wij focussen op het maatwerk, het ontwerpen dus.” Tot de opdrachtgevers behoren Time, Newsweek, Wired, The Washington Post, The New York Times, The Guardian, Le Monde en El País, maar ook Microsoft en Apple en een heleboel andere bedrijven.

Verdana en Georgia, die hij in 1996 ontwierp voor Microsoft, zijn wellicht zijn  meest gekende en meest verspreide lettertypes. Beide fonts zijn goed leesbaar op een beeldscherm, zelfs in een zeer klein formaat. De Verdana is een van de standaardlettertype op Windows-computers, Verdana is het meest gebruikte lettertype op het internet. Het laatste is zo wijdverspreid dat critici zelfs klagen over een ‘homogenisering’ van de  digitale typografie. Toen meubelgigant Ikea in 2009 besloot om zijn catalogi voortaan in Verdana te drukken, schreeuwden fanatieke liefhebbers van de Futura, het tot dan toe door Ikea gebruikte lettertype, moord en brand. “Ook ik was ook geschrokken van die hevige emotionele reacties,” zegt Carter. “Ik heb nochtans genoeg redesigns van kranten meegemaakt om te weten dat er altijd grote weerstand is, en dat de tegenstanders altijd het hardst roepen. Feit is dat lettertypes een emotionele connotatie hebben. Ze worden ook vaak in emotionele termen beschreven, als “koud” of “warm” bijvoorbeeld.”

Inspiratie uit het verleden

Carter heeft in zijn lange carrière een technologie (r)evolutie meegemaakt, van handgesneden metalen letters tot digitale fonts. Dat hij snel wist in te pikken op iedere nieuwe technologie, heeft zeker bijgedragen aan zijn succes. Carter voelt  feilloos aan hoe nieuwe tekstdragers nieuwe letters vereisen. “Een lettertype dat oorspronkelijk ontworpen werd om op papier te lezen, werkt niet noodzakelijk op een beeldscherm. En een lettertype dat werkt op pc, is daarom niet even geschikt voor de iPad. Maar op zich verandert de job van letterontwerper niet.

De technologie heeft het ontwerpen minder tijdrovend gemaakt, dat wel. Maar de vrijheid blijft beperkt. Je kan niet ineens een “b” zo hertekenen dat ze geen “b” meer is. Je zit aan de conventies vast, en toch moet je altijd weer een variant vinden die net dat tikkeltje anders is.”

Inspiratie daarvoor haalt Carter meer dan eens uit het verleden. Dat geldt bijvoorbeeld voor een van zijn bekenste letters, de Galliard, de  huisstijlletter van de Vlaamse overheid en de standaardletter voor heel wat universitaire en wetenschappelijke uitgaven. Die Galliard is gebaseerd op een lettertype van de zestiende-eeuwse Franse typograaf Robert Granjon. “Ik heb altijd een grote fascinatie gehad voor historische lettertypes. Mijn tijd in het Plantin-museum, weet je wel, en de invloed van mijn vader natuurlijk.”  Carter’s ontwerpbureau is gevestigd in Cambridge, Massachussetts, in de schaduw van het wereldbefaamde MIT (Massachusetts Institute of Technology).  Na al die jaren in de V.S. is de minzame Engelsman een beetje Amerikaan geworden. “Ik geniet nu eveneel van baseball als van cricket,” lacht hij. “Of toch bijna. Ik keer graag terug naar Engeland, waar mijn zonen en kleindochters wonen, maar de kans dat ik er ooit weer zal wonen, is klein. 

Als ontwerper zou ik in principe overal kunnen werken, maar het is toch handig dat ik vanuit Cambridge makkelijk bij onze klanten in New York raak.”

Of hij misschien terugkeert eens hij stopt met werken? “Weet je wat mijn pensioenplan is? De dood.” Hij ziet mij even schrikken en vervolgt: “Dat klinkt heftig, maar ik meen het:  zolang ik dat kan, zal ik nieuwe lettertypes blijven ontwerpen.” Wat van al zijn werk zijn favoriete lettertype is, wil ik nog weten. “Die vraag mag je mij niet stellen. Dat is als mij doen kiezen tussen mijn kinderen.”

Nog tot en met 30 december loopt in Antwerpen de tentoonstelling “Type an sich” over zijn gevarieerde werk in de projectruimte ‘Kades Kaden’ van Catapult, Rubenslei 10, 2018 Antwerpen. Open: Maandag–vrijdag van 10 tot 18 uur. (gesloten op feestdagen). Inkom: Gratis. www.typeansich.be

Tekst: Karin Eeckhout