Stuur me een mail en ik zeg wie je bent...

Wist je dat je taalgebruik, schrijfstijl en lettertype in je e-mails heel veel verraden over je persoonlijkheid? Ziehier welke verborgen booschappen wij konden ontwaren. Tijd om lessen te trekken?

1. De gevoelsmens

Jouw mailgedrag:

  • Je correspondent helpen is je belangrijkste drijfveer.
  •  Je blijft je sympathieke zelf, ook al moet je een vervelende boodschap brengen.
  • Je geeft je mail een persoonlijke touch. Je vraagt hoe het met je correspondent gaat en brengt hem op de hoogte van eventuele nieuwtjes voor je je vraag stelt.

Conclusie: Je hebt een warme, ontspannen persoonlijkheid. Je bent misschien zelfs een tikje te familiair.

Onze raad: Word nooit te familiair, sommige correspondenten zullen zich hieraan ergeren. Het kan de indruk wekken dat je niet professioneel bent. Hou je mail dus sober en neem wat meer afstand, zeker in je aanspreking of je ondertekening.

2. De dictator

Jouw mailgedrag:

  • Je hebt meteen je oordeel klaar en vergeet vaak naar die van anderen te vragen.
  • Je windt er geen doekjes om, je komt meteen to the point.
  • Je gebruikt veel uitdrukkingen als 'Je moet' en 'Het is nodig dat'.
  • Vette of rode letters zijn voor jou de normaalste zaak. Je onderstreept de belangrijkste boodschap in je mail.

Conclusie: Je bent dominant. Je wil dat anderen handelen zoals jij het voorzien hebt.

Onze raad: Met je agressieve toon kan je anderen op de zenuwen werken of ronduit stresseren. Lees je mail altijd opnieuw en verzacht de stijl hier en daar. Probeer minder dwingend over te komen.

3. De clown

Jouw mailgedrag:

  • Je schrijft zoals je praat.
  • Van klassieke beleefdheidsvormules als 'vriendelijke groeten' hou je niet.
  • Je gebruikt zinnetjes als 'Alles goed?' en 'Echt supercool!'.
  • Smileys zijn helemaal jouw ding.

Conclusie: Je houdt wel van enige rebellie. Te strakke regels, daar kan je niet mee om.

Onze raad: Ken je je correspondent, doe dan gerust je ding. Bij anderen (en zeker bij je baas) kan je je maar beter een beetje inhouden en een iets serieuzere toon uitproberen. Reserveer je mopjes en woordspelletjes exclusief voor je vrienden.

4. De kommaneuker

  • Je houdt je aan de feiten en let op details. Cijfers onderstrepen of vet zetten, doe je regelmatig.
  • Je taalgebruik is een tikje stijf. 'Beste' is voor jou de beste aanspreking.
  • Je brengt structuur aan in je mail.
  • Je mails bevatten geen persoonlijke info.

Conclusie: Je bent perfectionistisch, wil alles zo efficiënt mogelijk laten verlopen.

Onze raad: Probeer je aan te passen aan je correspondent. Niet iedereen is thuis in jouw vakjargon. Soms moet je iets minder in detail willen treden. Haal ook je meest menselijke kant maar boven, zoniet denken je collega's misschien wel dat je een computer bent.

5. De verleider

  • Je reageert heel snel op mails.
  • Om sneller te kunnen tikken, gebruik je in je mail afkortingen als 'wsl' en 'asap'.
  • Voor je de ander iets vraagt, geef je hem eerst een complimentje.
  • Je werkt vaak met 'PS' onderaan je mail.

Conclusie: Je houdt ervan anderen al dan niet bewust naar je hand te zetten.

Onze raad: Die afkortingen kunnen voor anderen erg vervelend zijn, vooral als ze niet op de hoogte zijn van de betekenis ervan. Verzorg dus je stijl, toon respect voor je correspondent. Dat je zo snel reageert, kan arrogant overkomen. Hou je dus af en toe een beetje in.

6. De dromer

  • Je antwoordt niet of traag op mails.
  • Je stuurt alleen korte mails.

Conclusie: Je werkt graag in alle stilte, zonder veel intermezzo's. Je houdt er niet van als anderen je uit je cocon halen.

Onze raad: Probeer toch iets sneller te reageren. Sommige dossiers kunnen geen drie weken wachten. Voor je het weet, bestempelt de ander je als onbekwaam of niet betrokken. Werk voor dringende zaken indien nodig met post-its. Misschien lukt het zo beter om het ritme van anderen te volgen.

Bron: Management n°177