Paradox op de arbeidsmarkt: hoogopgeleiden met en zonder jobaanbiedingen

Je bent jong en je wilt wat. Een fijne job, bijvoorbeeld. Of je bent iets ouder en wilt iets anders: een nieuwe carrière. Wat voor de ene een fluitje van een cent lijkt, wordt voor de andere een haast eindeloze zoektocht. En terwijl veel bedrijven zich suf zoeken naar geschikte kandidaten, raken almaar meer hoogopgeleide werknemers nergens (meer) aan de bak. De Belgische arbeidsmarkt is een vat vol tegenstellingen, en dat laat niemand onberoerd. De ‘war for talent’ in de praktijk, in een dubbelinterview en twee portretten.

Maarten en Geert zijn allebei medio twintig, kunnen een mooi diploma voorleggen en staan aan het begin van hun carrière. Maar daar houdt elke vergelijking op en komt de harde realiteit van onze arbeidsmarkt op de proppen. Terwijl Maarten met allerlei lucratieve werkaanbiedingen om de oren wordt geslagen, schippert Geert tussen losse opdrachten en werkloosheid.

Maarten (24), IT-specialist
Bachelor toegepaste informatica
Werkt als IT-consultant bij EASI
Geert (26), werkzoekende journalist
Master communicatiewetenschappen, extra opleiding journalistiek
Ruim een jaar afgestudeerd

 

Jullie zijn een levende illustratie van de stelling dat studiekeuzes niet zelden een bepalende invloed hebben op iemands verdere levensloop. In welke mate heeft het ‘economisch potentieel’ van jullie studierichting ooit een rol gespeeld?

Maarten: “Bwa, als 16-jarige lig je daar niet echt van wakker. Ik was toen wel al fel geïnteresseerd in alles wat met IT te maken had, maar mijn moeder drong er net op aan dat ik iets heel anders zou studeren. Economie of zo.”

Geert: “Ik wist natuurlijk dat ik niet bepaald alleen zou zitten in de richting communicatiewetenschappen, maar ik ging ervan uit dat de meest gemotiveerde studenten wel zouden komen bovendrijven. Ook al ben ik nu werkloos, ik zou exact dezelfde keuze maken, mocht ik kunnen herbeginnen. Niemand heeft me ooit afgeraden om voor communicatiewetenschappen te kiezen.”

De arbeidsmarkt ziet er natuurlijk helemaal anders uit dan de studentenwereld. Wanneer is dat besef bij jullie doorgedrongen?

Maarten: “In het derde en laatste jaar van mijn opleiding kreeg ik door dat ik blijkbaar goed in de markt lag. Plots kwamen er allerlei ‘gastdocenten’ opdraven die verkapte reclame maakten voor een bedrijf, er werden ‘handshake events’ opgezet waar bedrijven je doodknuffelden met allerlei gadgets, de jobbeurzen volgden elkaar op. Toen ik uiteindelijk, op aanraden van mijn vader, een profiel aanmaakte op LinkedIn, was het hek helemaal van de dam. Via een soort ‘summer school’ ben ik in contact gekomen met een bedrijf dat me onmiddellijk een baan aanbood, terwijl ik op dat moment nog twee herexamens moest afleggen en dus nog geen diploma had. Tja, dan hap je toe, niet?”

Geert: “Voor mij klinkt dat allemaal nogal exotisch. Het echte leven was nochtans niet slecht begonnen, met een stageplaats bij Woestijnvis en enkele stukjes voor Humo, maar sindsdien heb ik nooit echt vast werk gehad. Wel al enkele keren op een haar na een baan gemist, maar daar koop je natuurlijk niets mee.”

Gemengde gevoelens dus, bij jullie eerste stapjes op de arbeidsmarkt.

Maarten: “Het grote gevaar, in mijn geval, is dat je al te overhaast keuzes begint te maken. Je kent niets van de arbeidsmarkt, en plots staat daar iemand te zwaaien met een mooi startloon van 1.450 euro netto, een gsm, een internetverbinding op kosten van het bedrijf, een auto met tankkaart, maaltijdcheques … Pas een jaar later heb ik ingezien dat die job toch niet zo schitterend was. Maar toen ik liet uitschemeren dat ik wilde vertrekken, boden ze me prompt een pak meer. Ik geef toe dat ik dat wel wat heb uitgespeeld, net omdat ik toen al veel beter kon inschatten wat ik waard was en welke richting ik uit wilde.”

De extralegale voordelen, het type bedrijfswagen, zijn dat dan echt gespreksthema’s onder pas afgestudeerde IT’ers?

Maarten: “Uiteraard, zeker de auto’s. (lacht) Ikzelf kreeg als startwagen een Peugeot 206, daarna boden ze me een Opel Astra. Toen die aangekomen was, heb ik mijn ontslag aangeboden. Nu rijd ik met een Golf, je hoort me dus niet klagen. Ze hebben me altijd voorgehouden dat je in de IT-sector je eerste nettoloon minstens moet verdubbelen na tien jaar. Voorlopig zit ik mooi op schema, al heb ik bij het bedrijf waar ik nu werk veel meer voor de jobinhoud en voor het toekomstpotentieel dan voor de centen gekozen.”

Geert, ben je toch niet een tikkeltje jaloers als je dit soort verhalen hoort? Geen spijt over de keuze die je gemaakt hebt?

Geert: “Toch niet. Je moet kiezen in functie van je talent en interesses, ook al is de consequentie daarvan dat ik al 26 ben en nog nergens sta. Tja, dat is soms confronterend, maar wat is het alternatief? De lat almaar lager leggen, en bijvoorbeeld een baan als copywriter aanvaarden? Dat heeft helemaal niets met journalistiek te maken. Ik probeer hier en daar wat te freelancen en doe nu ook echt journalistiek werk als vrijwilliger, in de hoop dat ik zo wat naambekendheid verwerf en een netwerk kan uitbouwen. Voorlopig krijg ik nog geen reacties van mensen die vinden dat ik nu echt wel eens een job moet vinden. Gelukkig. Onze samenleving bekijkt dat tev eel vanuit een economisch perspectief. Ik vind het erg hoe de markt altijd op de eerste plaats komt.”

Maarten, hoe sta jij daar tegenover? Begrijp je dat hij zo ‘koppig’ is?

Maarten: “Als je een bepaalde job echt ambieert en als je niets anders wil doen – zelfs niet tegen een hoger loon – dan begrijp ik dat. Maar ik zou alternatieven zoeken, want op een bepaald moment zou ik toch geld willen verdienen. Zeker als iedereen rond mij een huis koopt, op vakantie gaat …”

Hoe onrechtvaardig vinden jullie het enorme verschil tussen jullie beiden?

Maarten: “Ik vind het onrechtvaardig, maar het is nu eenmaal de markt. Als er geen vraag is naar je profiel, ben je de pineut. Ik vind wel dat men studenten moet sensibiliseren voor ze aan een opleiding beginnen. En niet ergens halverwege zeggen dat slechts vijf procent van hen een job zal vinden. Ik wou bijvoorbeeld eerst toneelschool doen, maar dat hebben ze uit mijn hoofd kunnen praten. Net om die reden.”

Geert: “Het gaat toch vooral om je talenten, vind ik. Ik heb gemerkt dat ik goed ben in talen en vlot kan schrijven, maar informatica, daar moet ik niet aan beginnen. Ik ben een ramp in wiskunde.”

Maarten: “Je moet je job graag doen, natuurlijk. Mensen zeggen wel dat je broodje gebakken is als IT’er, maar ik kom vaak laat thuis, omdat ik me nog moet bijscholen. En soms zit ik ‘s morgens om 6 uur al in de wagen, omdat ik naar een klant in Gent moet. Hard werk, dus. Wie het niet graag doet, gaat er vroeg of laat uit. Tijdens de studies al. Of anders tijdens de sollicitatieprocedures. Bedrijven zijn kritisch, ook al is er een tekort aan informatici.”

Hechten bedrijven te veel belang aan diploma’s, hoewel ze vaak het tegendeel beweren?

Geert: “Als journalist heb je geen diploma nodig. Ik heb sowieso een vrij algemeen diploma, en dat is geen geschenk. Ik denk dat een specifiek diploma, zoals dat van Maarten, een stuk beter is.”

Maarten: “Niet iedereen die een diploma heeft, komt er bij ons in. Het is niet omdat je IT gedaan hebt dat alle bedrijven staan te springen om je aan te werven. Dat moet je nuanceren. Ze bieden wel tegen elkaar op voor bepaalde profielen en daarom komen ze met al die voordelen over de brug.”

Maarten, je zit zelf in een zeer comfortabele situatie. Hoe anders kijk je nu naar de toekomst?

Maarten: “Ik zit goed bij mijn huidige werkgever. Ik doe mijn job graag, heb fijne collega’s en doorgroeimogelijkheden. Misschien krijg ik wel een hele mooie aanbieding, maar dan zal ik toch eerst kijken om wat voor bedrijf het gaat. Een bedrijfswagen en een mooi loon zijn voor mij niet het enige wat telt. Als ik me inzet, komt dat hogere loon vanzelf wel. Op dit moment word ik minstens tweemaal per maand opgebeld door headhunters, maar die scheep ik af.”

Wat doet dat met jou?

Maarten: “Ik voel me gevleid, maar ik weet ook dat er bij veel bedrijven mensen fulltime bezig zijn met het screenen en contacteren van kandidaten. Ook bij ons. We krijgen een bonus en een iPad als we iemand kunnen overtuigen om bij ons te komen werken. Dat zet de zaken enigszins in perspectief. Het is wel zo dat ik nog nooit heb moeten solliciteren. Mijn vriendin vroeg me onlangs om haar te helpen bij het schrijven van een sollicitatiebrief. Ik heb het opgegeven, want ik had er geen benul van hoe ik het moest aanpakken.”

Wat denk jij als je dat hoort, Geert?

Geert: “Dat is een totaal andere realiteit. Ik kan er alleen maar van dromen. Figuurlijk dan toch, want geld is voor mij niet het belangrijkste. Een mooi loon is handig, maar ik kies liever voor een job die ik graag doe – tegen een lager loon – dan voor een job die ik niet zo graag doe, tegen een hoger loon. De combinatie van een droomjob en een hoog loon is ideaal natuurlijk, maar daarvoor zit ik niet in de juiste sector.”

Maarten, zou jij genoegen nemen met een lager loon?

Maarten: “Als ik de job graag doe wel. Maar het loon is voor mij belangrijk. Zeker als ik zie hoe alles almaar duurder wordt.”

Geert: “Ik ken mensen die al vier jaar bij de VRT werken en het nog altijd met  weekcontracten van het interim-kantoor moeten stellen. Daarmee moet je niet bij een bank gaan aankloppen. Die mensen hebben geen perspectief, ook al werken ze daar al vier jaar. Op dit moment denk ik zo weinig mogelijk na over de toekomst, want daar word ik depressief van. Ik zou al blij zijn dat iemand me een job geeft. En in de media is dat nu eenmaal vaak per project, of met een tijdelijk contract.”

Wat zou je hem in zijn situatie aanraden, Maarten?

Maarten: “Als je naambekendheid wil, kan je een blog starten. Zorg ervoor dat je opvalt.”

Geert: “Ik zit op Twitter. Niet om de aandacht naar mij toe te trekken, maar toch. Ik schrijf recensies en interviews voor een muzieksite. Dat is leuk, maar ik verdien er niets mee.”

Hoe moeilijk is het om als 26-jarige zonder perspectief te leven?

Geert: “Het is niet de makkelijkste weg. Ik vervloek mezelf soms. Als je daarover begint na te denken, word je depressief. Er zijn leeftijdgenoten die een huis kopen, ik sta met lege handen. Ik moet er zelfs niet aan denken. Het is hard, maar toch blijf ik geloven in mijn droomjob. Ik heb geen alternatief.”

Wat nu?

Twee jonge talenten. De ene krijgt de ene jobaanbieding na de andere. Een luxeprobleem, zowaar. De andere zoekt zich een ongeluk, maar de job van zijn leven laat op zich wachten. Beide extremen zijn gebaat met goeie raad, vindt Marc Timmerman, directeur van Axiom Consulting Partners in de Benelux.

 

Tips voor Maarten: “Kies voor een bedrijfscultuur die bij je past”

 

“Kies niet halsoverkop voor de eerste de beste job”, waarschuwt Marc Timmerman. “En laat je niet verleiden door de meest ronkende titel, het hoogste salaris of de dikste bedrijfswagen. Wie zich door zulke ‘blingbling’ laat inpakken, stelt achteraf meestal snel vast dat de job hem toch niet blijkt te liggen.” Volgens Timmerman loopt de jonge generatie een risico, omdat ze alles van dag tot dag bekijkt. Jongeren missen een plan, klinkt het. “Vanuit hun voorkeur en hun kennis zouden ze zich eerst een duidelijk idee moeten vormen van de kant die ze op willen. Hun eerste job moet daarvan de hoeksteen vormen.”

 

Kies je heel bewust voor een bepaalde job, zorg er dan voor dat je eerst een goed beeld van je toekomstige werkgever krijgt, voor je toehapt. De selectieverantwoordelijke is je eerste bron om af te toetsen welke kansen er voor jou zijn weggelegd. Beter nog: je toekomstige directe chef, of de leiding van de organisatie van je dromen. Na enkele gesprekken krijgt alles al veel duidelijker vorm. Marc Timmerman: “Vrouwen stellen veel vaker dit soort vragen, terwijl jonge mannen zich sneller laten afleiden door een bonus, of een blinkende bedrijfswagen.”

 

Kortom, kies voor een bedrijfscultuur die bij je past, geeft Timmerman nog mee. Al ziet hij de zaken de goeie richting uitgaan: “Jongeren zeggen toch dat ze hun jobkeuze niet meer uitsluitend laten afhangen van een bepaald soort bedrijf. Ze hebben ook oog voor de interne communicatie en voor de manier waarop er met medewerkers wordt omgesprongen. Ze controleren zelfs het personeelsbeleid van een bedrijf op het internet.”

 

Tips voor Geert: “Zoek dringend begeleiding”

 

Eerst het goeie nieuws, in het bijzonder voor jonge talenten die een eerder algemene vorming hebben genoten. “Bedrijven zoeken niet zozeer technische kennis, maar een bereidwilligheid om ervoor te gaan en bij te leren”, verzekert Marc Timmerman. “Als een bedrijf in je gelooft, zorgt het er wel voor dat je de nodige technische bagage op de werkvloer meekrijgt.”

 

Toch is het volgens Timmerman een goed idee om gericht (bij) te studeren. Als je je bijvoorbeeld kunt bekwamen in de software van SAP, betekent dat een extra troef op je cv. Een duidelijke focus kiezen, is dus de boodschap, adviseert Marc Timmerman. “Neem snel contact met een specialist carrièreadvies en loopbaanbegeleiding. Besef dat de arbeidsmarkt momenteel een moeilijk verhaal is, en dat bedrijven erg selectief zijn – in het bijzonder voor profielen met een algemeen diploma.”

 

Als je niet meteen een job vindt, betekent dat dus niet dat de fout uitsluitend bij jezelf ligt. Toch moet je jezelf de vraag durven te stellen of je niet te breed zoekt, vindt Timmerman. “Daarom moet je eerst, samen met je coach, uitzoeken welke kant je op wil. Maak een plan. Dan ga je veel systematischer mikken op functies en bedrijven die je liggen en in je plan passen.” Extra tip? Laat je coach je sollicitatiebrieven en je cv nakijken. Zeker als je nooit verder raakt dan de eerste sollicitatieronde. Kom je wel overtuigend over? Hoe is je houding? Soms ligt het aan kleinigheden, waar je zelf niet meteen zicht op hebt. Succes!

Tekst: Filip Michiels, Dominique Soenens, Erik Verreet
Fotografie: Griet Dekoninck