Op de agenda: werken aan kinderen

Een berg van opzijgeschoven verdriet, dat torsen de meeste koppels met een (voorlopig) onvervulde kinderwens op hun schouders. Ze ondernemen een reis in vele etappes en belanden in een emotionele storm waarbij hoop en wanhoop, extreem geluk en extreem verdriet onafgebroken met elkaar in de clinch gaan.

En waarbij hun sociaal leven en carrière vaak flink dooreengeschud wordt. Want verminderde vruchtbaarheid treft wensouders op het moment dat ze hun relatie én carrière volop aan het uitbouwen zijn. Daar knelt meteen ook voor een groot stuk het schoentje.

De helft van alle vruchtbaarheidsproblemen is te wijten aan zogenaamde lifestylefactoren, zoals ongezond eten, roken, overmatig drinken, obesitas en stress, al is er over die laatste factor geen consensus tussen wetenschappers. Maar de belangrijkste factor binnen die lifestylefactoren is de leeftijd van de vrouw: veel vrouwen stellen hun kinderwens simpelweg te lang uit.

Biologische klok versus carrière

“Een vrouw van 25 heeft 5 procent kans op vruchtbaarheidsproblemen, een 35-jarige vrouw 30 procent. Waarom stellen vrouwen die kinderwens uit? Voor hun carrière. Je kan het hen niet kwalijk nemen, het is verweven in onze huidige maatschappij en arbeidsmarkt”, vertelt Geertrui De Cock. Ze is zelfstandig consultant in de gezondheidssector en oprichtster van De Verdwaalde Ooievaar, een Belgisch (online) platform voor koppels met vruchtbaarheidsproblemen. In opdracht van het Instituut Samenleving & Technologie (IST), een autonome organisatie verbonden aan het Vlaams Parlement, voerde ze samen met een rist fertiliteitsartsen, vroedvrouwen, psychologen en wensouders, onderzoek naar de psychosociale impact van een onvervulde kinderwens."

Op 19 oktober 2010 presenteerde het IST haar aanbevelingen aan de commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement. Voor het eerst wordt nu ook de impact op werk en carrière onderzocht. Geertrui: “Dit is compleet onontgonnen terrein. We hebben dringend nood aan cijfermateriaal over de impact op de carrière. Vooral hogeropgeleiden stellen hun kinderwens uit. De media spelen hier een funeste rol in met sappige verhalen over Hollywood-actrices die op hun 45ste bevallen van een tweeling, zoals Céline Dion. Wat er niet wordt bij vermeld, of hoogstens als een voetnoot, is dat dat allemaal ivf-kinderen zijn, vaak zelfs via eiceldonatie, dus met eicellen van een meisje van 25. Veel hoogopgeleide vrouwen weten dat ze beter niet zo lang wachten, maar ze redeneren: ‘De vruchtbaarheidstechnologie staat zo ver dat ze me wel zullen verderhelpen.’ Ze beseffen te weinig dat leeftijd je kansen serieus kan hypothekeren om op een normale manier een kind te krijgen.”

1 op 6 Vlamingen met vruchtbaarheidsproblemen

Voor wie kinderen heeft, lijkt het nochtans kinderspel, kinderen krijgen. Maar één cijfer haalt deze stelling genadeloos onderuit: één op zes koppels in Vlaanderen kampt met fertiliteitsproblemen. Er zijn maar weinig mensen die echt onvruchtbaar zijn, velen zijn subfertiel of verminderd vruchtbaar, en dat verbetert niet met de leeftijd.

In België spreekt men over vruchtbaarheidsproblemen als een koppel gedurende minstens één jaar onbeschermd betrekkingen heeft zonder zwanger te worden. Lang niet ieder onvruchtbaar koppel wordt geregistreerd. Of: er kampen ongetwijfeld meer mensen met vruchtbaarheidsproblemen dan er zich laten behandelen. De medische wetenschap staat anno 2011 op eenzame hoogte: koppels beschikken over een batterij aan fertiliteitstechnologieën: van hormonenkuren, over kunstmatige inseminatie, in vitro/icsi-fertilisatie tot in-vitromaturatie, een nieuwe voortplantingstechniek waarbij voor het eerst onrijpe eicellen ongeveer 30 uur in het laboratorium tot rijping worden gebracht voordat zij worden bevrucht door middel van ivf/isci.

Maar terwijl de wetenschap met rasse schreden vooruit gaat, hinkt de psychologische begeleiding tijdens en na die behandelingen vaak mijlenver achterop. “Mijn vrouw had tweemaal een buitenbaarmoederlijke zwangerschap via kunstmatige inseminatie. We kregen op geen enkele manier psychologische begeleiding”, vertelt Jan (schuilnaam). “Zo’n buitenbaarmoederlijke zwangerschap was nochtans erg zwaar, ze kreeg bovendien chemotherapie om die buitenbaarmoederlijke vrucht weg te krijgen. Uiteindelijk zijn we zelf naar een psycholoog gestapt, los van het fertiliteitscentrum. Het is ook verschrikkelijk om net te gaan werken als je net een mislukte poging hebt meegemaakt.”

Koppels met vruchtbaarheidsproblemen worden, vaak voor het eerst in hun leven, geconfronteerd met existentiële onmacht. Ze kunnen iets niet wat voor anderen ‘de normaalste zaak van de wereld is.’ Geertrui: “Het is de eerste grote crisis in hun leven. Je hebt een diploma gehaald, een lief en werk. Je hebt tot dan controle gehad over je leven, en beschikt niet over mechanismen om met die onvervulde kinderwens om te gaan.”

Spreken op het werk zilver, zwijgen goud?

Een vruchtbaarheidsbehandeling vraagt bovendien een grote flexibiliteit en beschikbaarheid van patiënten. Ze moeten op geregelde tijdstippen naar het ziekenhuis en de momenten van inseminatie, de pick-up van eicellen en de terugplaatsing van embryo’s zijn moeilijk te voorspellen.

Geertrui De Cock: “Bij een in-vitrobehandeling moet je als vrouw in een periode van één maand tien tot vijftien keer naar het ziekenhuis. Meestal ontstaat er al heel snel een immens spanningsveld: zeg ik het aan familie en vrienden? Zeg ik het op mijn werk, of niet? Het gaat hier om iets bijzonder intiems, wat je normaal gezien in bed doet met je partner. Wanneer het niet lukt, kom je ongewild in dat spanningsveld. Vrouwen én mannen stellen zich kwetsbaar op door te vertellen dat ze in fertiliteitsbehandeling zijn. Het is een tweesnijdend zwaard, want als je zwijgt riskeer je onaangename opmerkingen of grapjes die het koppel kwetsen. Als je het vertelt, weet de omgeving zich ook vaak geen houding te geven.”

Bij de werkgever-werknemersrelatie speelt volgens De Cock een extra dimensie. “Indien je open kaart speelt, weet die werkgever: die gaat binnen x aantal maanden mogelijk zwanger zijn en beschermd zijn tegen ontslag. Als die werkgever op dat moment al twijfels heeft om u te houden, dan word je heel kwetsbaar als werknemer. Het is zeker geen schering en inslag, maar ik ken werknemers die zo sneller aan de deur gezet zijn, al kan je dat bijzonder moeilijk bewijzen. Of ze krijgen minder promotiekansen indien ze open kaart spelen.”

Veel vrouwen durven zelf ook geen belangrijke carrièrestappen zetten of durven niet veranderen van werk. Hun carrière wordt als het ware voor een tijd ‘bevroren’. En hoe langer die behandelingen duren, hoe langer de pauzeknop van de carrière ingeduwd blijft.

Toch pleiten de meeste experts voor een open communicatie én wederzijds vertrouwen tussen werkgever en werknemer. Op termijn winnen zowel werknemer als werkgever bij die openheid.
Wie erover zwijgt op het werk, zal regelmatig vakantie of ziekteverlof moeten aanvragen en een smoes bedenken. Het gevolg? Achterdocht bij de werkgever. In een plaats van een uur later te beginnen en een uur langer door te werken, zal die werknemer een of meerdere dagen vakantie of ziekteverlof vragen, wat de werkgever geld kost. De boodschap lijkt dus simpel: probeer als werknemer open te zijn over je onvervulde kinderwens tegenover je directe baas, maar gun als werkgever dan ook die flexibiliteit aan je werknemer.

Geertrui De Cock: “Als je als werkgever de stressfactor kan reduceren bij je werknemers, maken die minder snel kans om in een depressie te sukkelen. Onder de psychologen is er algemeen consensus dat bij wensouders die open kaart kunnen en durven spelen op hun werk, de stress enorm gereduceerd wordt.”

Piet, een hr-verantwoordelijke bij een kmo, die liever anoniem wenst te blijven, bevestigt dit: “Eenmaal die koppels kinderen hebben, zijn het de meest loyale werknemers die je je kan inbeelden. Ze zijn zo dankbaar dat je hen ondersteund hebt, je krijgt nadien dubbel gemotiveerde werknemers. Maar jammer genoeg zijn er ook werkgevers die het geduld niet kunnen opbrengen. Ze investeren niet meer in de carrière van die werknemer en/of proberen er zelfs van af te geraken. Ik heb zelf vroeger bij zo’n bedrijf gewerkt.”

Geertrui: “Aan de meeste stressfactoren tijdens vruchtbaarheidsbehandelingen kan je nauwelijks iets veranderen, maar de stressfactor die door het werk wordt veroorzaakt, kan je sterk reduceren. Ik pleit er hoegenaamd niet voor koppels extra bescherming te geven via extra sociale verloven, maar het is wel enorm belangrijk dat dit thema 100 procent bespreekbaar wordt tussen werknemers en werkgevers, dat werkgevers perfect geïnformeerd zijn over wat zo’n behandeling precies inhoudt, hoeveel verlof dat inhoudt, etc… .”

Geen kinderen, wel nieuwe carrière

20 procent van mensen die aan een behandeling beginnen, eindigt kinderloos. Die onvervulbare kinderwens leidt regelmatig ook tot een (radicale) carrièrebocht. Geertrui De Cock: “Koppels hebben een ééndimensionele vraag: ‘ik wil een kind’. Maar daar onder schuilt een heel grote gelaagdheid. Sommige mannen willen vooral een ‘opvolger’, er zijn vrouwen die willen koesteren en moederen, nog anderen willen vooral zwanger zijn en een kind dragen. Waaróm je kinderen wil, kan je helpen beslissen hoe je kinderen wil krijgen. Dat wordt vooral belangrijk wanneer kinderen krijgen niet vanzelf gaat. En zo komen koppels soms tot verrassende conclusies. Ik ken een vrouw die na een aantal behandelingen stopte. Ze kwam tot de conclusie dat ze vooral kinderen wou opvoeden, en dat dat niet per se haar eigen kinderen hoefden te zijn. Ze gaf haar job in een reclamebureau op, volgde een lerarenopleiding en werd juf.”

Wie definitief kinderloos eindigt, moet een heel ander leven invullen dan hij of zij zich had voorgesteld, en dan durven koppels ook dat puzzelstukje werk verleggen.  Geertrui: “Ze kiezen dan voor alle voordelen van een leven zonder kinderen, aanvaarden eindelijk die internationale promotie en verhuizen voor hun job naar New York.”

Volgens het Instituut Samenleving & Technologie (IST) kunnen preventie en sensibilisering van overheidswege een hoop leed voorkomen. Eerst en vooral moeten mensen bewust gemaakt worden van hun kwetsbare vruchtbaarheid. Het IST pleit daarom voor een eerstelijnszorg, voorafgaand aan de stap naar een fertiliteitscentrum.

Geertrui: “Wanneer koppels problemen ondervinden, trekken ze meteen naar een vruchtbaarheidskliniek. Voor ze het goed en wel beseffen, zitten ze in een puur medische context. Sinds ivf-behandelingen terugbetaald worden, hoppen koppels ook steeds sneller van de ene naar de behandeling, en wordt het rouwproces telkens uitgesteld. In fertiliteitsklinieken wordt in eerste instantie een medisch-technische oplossing geboden voor een existentieel probleem. Via zo’n voortraject zullen wensouders op een goed geïnformeerde manier keuzes maken tussen verschillende evenwaardige alternatieven."

"Een voorbeeld? Sommige vrouwen willen per se een kind baren, en kiezen voor een spermadonor. Die man gaat mee in het verhaal van zijn vrouw, maar kan zich nadien niet identificeren met dat kind. Gevolg: het koppel gaat uit elkaar. Precies daar zit vandaag nog het taboe: de psychosociale begeleiding staat nog in zijn kinderschoenen. Psychologen in fertiliteitscentra fungeren nog te veel als louter ‘poortwachters’ in plaats van als coach ‘Hoe gaat het met deze persoon?’”

Conclusie? Enkel via meer psychosociale begeleiding, zowel in fertiliteitscentra als in de werkomgeving, kan die berg van opzijgeschoven verdriet een beetje gereduceerd worden. 

Wil je ook je verhaal kwijt? Surf naar www.deverdwaaldeooievaar.be, een forum voor koppels met onvervulde kinderwens.
Testjevruchtbaarheid.be

Tekst: Sam De Kegel