Onderwijsminister Pascal Smet: “Niet iedereen kan leerkracht worden.”

Pascal Smet (45), Vlaams minister van Onderwijs

Op zijn zeventiende krijgt Pascal Smet het politieke virus te pakken en sluit hij zich aan bij de SP. Hij wordt gemeenteraadslid, provincieraadslid in Oost-Vlaanderen en voorzitter van de jongsocialisten. Begin jaren 90 gaat hij dan werken bij het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen, waar hij  in 2000 aan het hoofd van komt te staan. In september 2003 duidt Steve Stevaert Smet aan als Brussels staatssecretaris van Mobiliteit. In 2004 wordt hij Brussels minister en sinds juni 2009 is Smet Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel.

Vacature legt elke dag in september een spilfiguur binnen zijn sector dezelfde tien vragen voor over zijn toekomstvisie en eigen carrière. Vandaag: onderwijsminister Pascal Smet.

1. Wat zijn volgens u de jobs met toekomst in het onderwijs?

“De komende jaren hebben we 20.000 nieuwe leerkrachten nodig. We zoeken in het bijzonder kleuteronderwijzers, leerkrachten Frans, wiskunde en PAV. Daarnaast hebben we ook nood aan schooldirecteurs. In het onderwijs zijn dat echt knelpuntberoepen geworden.”

2. Welke profielen zijn geschikt om deze functies in te vullen?

“Daar moet je een onderscheid maken tussen enerzijds de leidinggevende functies en anderzijds de pedagogische functies. Om te weten hoe het profiel van toekomstige leraars er moet uitzien, heb ik opdracht gegeven om in samenwerking met de SERV een beroepscompetentieprofiel op te stellen. Ik wil daarbij meteen duidelijk maken dat niet iedereen zomaar leraar kan worden. Je hebt kennis van de leerstof nodig en een pedagogisch bekwaamheidsbewijs, maar daarnaast moet je ook veel goesting hebben,  moet je geduldig zijn, openstaan voor vernieuwing, in team kunnen werken, interesse hebben voor digitale media en multiculturele uitdagingen durven aangaan.”

“Een directeur moet niet alleen een hart voor onderwijs hebben, maar ook managementsvaardigheden. In de toekomst zullen we verschillende profielen van directeurs nodig hebben: mensen die gericht zijn op de organisatie, op personeelsbeleid en op financieel beleid, maar ook directeurs die meer de pedagogische leiding op zich nemen.”

3. Zijn er op de arbeidsmarkt voldoende mensen met deze profielen beschikbaar?

“Ik denk wel dat die mensen beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt, alleen kiezen zij op dit moment niet voor onderwijs. Dat betekent dus de we de aantrekkelijkheid van het beroep moeten vergroten. Dat kan door meer ondersteuning en afwisseling te bieden of door de vlakke loopbaan te doorbreken, allemaal zaken die we momenteel bespreken in het loopbaanpact. Daarnaast vind ik het ook jammer dat het onderwijs vaak onterecht negatief in beeld gebracht wordt in de media.”

4. Bereidt het onderwijs in België studenten voldoende voor op deze jobs met toekomst?

“Nog niet zo lang geleden is de lerarenopleiding hervormd, maar we denken dat er toch nog verdere bijsturing nodig is, bij voorbeeld op het gebied van multiculturaliteit, diversiteit en zorgnoden. Ook moeten we bekijken of we op basis van het beroepscompetentieprofiel aanpassingen moeten doen aan de opleiding. ”

5. Wat zijn momenteel de belangrijkste trends en uitdagingen voor het onderwijs?

“De grootste uitdaging is volgens mij werkzekerheid bieden aan jonge leerkrachten. Ook moeten we meer nieuwe Belgen en mannen in het onderwijs krijgen. Nog belangrijke punten zijn de professionalisering van de besturen, een betere begeleiding bij het begin van de lerarenloopbaan, een minder vlakke loopbaan, de verdere digitalisering van het onderwijs en een meer evidence based aanpak. Vandaag wordt de expertise in het onderwijs nog veel te weinig gedeeld met elkaar.”

6. Waar ligt het ‘groeipotentieel’ bij onderwijs? Is er een toename van het aantal leerlingen?

“Ja, dat zien we nu al in het kleuteronderwijs. Die kinderen zullen vervolgens doorstromen naar het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Over een tiental jaar voorzien we dan weer een afname. In combinatie met de pensionering van heel wat leerkrachten zorgt de demografische groei er dus voor dat we in de toekomst nood hebben aan 20.000 nieuwe mensen in het onderwijs.”

7. Welk project wil u nog realiseren voor 2020?

“Onderwijs versterken daar waar nodig, bijvoorbeeld met de hervorming van het secundair onderwijs, en voldoende goed opgeleide en gemotiveerde leerkrachten blijven vinden.”

8. Wat vindt u het moeilijkste aan de crisisperiode die we al enkele jaren doormaken?

“Het is goed dat mensen in tijden van crisis ook nadenken over een mogelijke carrière in het onderwijs, maar dat kan enkel als ze daarvoor ook de juiste motivatie hebben. Je mag dus geen leerkracht willen worden omwille van de werkzekerheid, wel omdat je kennis wil overdragen.”

9. Wat is de grootste fout die u zelf maakte in uw carrière?

“Grote fouten heb ik niet echt gemaakt, maar ik was in 2003 wel op weg naar een internationale carrière in de migratiewereld. Ik heb dat aanbod dan afgewezen en dat betreur ik niet, maar mijn leven had er wel heel anders uit gezien mocht ik er wel op ingegaan zijn. Waarschijnlijk woonde ik dan in Genève of in New York.”

10. Wat is uw tip aan jonge starters die nu beginnen als leerkracht?

“Blijf je passie koesteren en laat je niet afleiden door anderen.”

Lees ook de interviews met andere CEO's uit deze reeks