Nog altijd een pioniersgevoel bij Electrawinds

In 14 jaar tijd is Electrawinds uitgegroeid van kleine familieonderneming tot internationaal hernieuwbare energie-bedrijf met projecten in wind, zonne-energie en biomassa. Maar het pioniersgevoel is er naar verluidt nog altijd.

Het windmolenpark langs het Boudewijnkanaal in Brugge, gebouwd in 1999, was het eerste project van Electrawinds. Ondertussen heeft de firma 27 operationele windparken, 4 biomassacentrales en 20 zonne-energieparken. “Voor een stabiele energieproductie heb je naast wind- en zonneparken ook installaties nodig die niet afhankelijk zijn van klimatologische omstandigheden,” vertelt ceo Luc Desender. “Dat heeft ons ertoe aangezet om te starten met biomassa. Daarbij maken we hernieuwbare energie uit afvalproducten zoals dierlijke afvalvetten en geselecteerd huisvuil.” Een voorbeeld dat tot de verbeelding spreekt is de potvis die vorige maand in Knokke aanspoelde. Electrawinds heeft de 12,5 ton vet van het dier in zijn biobrandstofcentrale verwerkt tot groene stroom.
Electrawinds is ook betrokken bij de ontwikkeling van drie nieuwe windturbineparken op de Noordzee – Rentel, Seastar en Norther –, die nog in de ontwikkelingsfase zitten. “In biomassa verbeteren we ieder jaar onze installaties. Verder denken we na over nieuwe technologieën die rendabeler zijn en die afvalstromen kunnen verwerken die vroeger niet interessant waren.”

Vandaag heeft Electrawinds operationele projecten in België, Frankrijk, Italië, Roemenië, Bulgarije en Zuid-Afrika. In de loop van 2012 komen daar nog Servië en Ierland bij. Luc Desender: “Voor een groeibedrijf als Electrawinds is de Belgische markt te klein. De geografische spreiding heeft ook als voordeel dat je je beter wapent tegen risico’s.”

Op de cijfers voor 2011 is het nog even wachten. In 2010 bedroeg de omzet al 110,4 miljoen euro, in 2009 was dat nog maar 79,8 miljoen euro, in 2006 amper 19,6 miljoen euro.  In totaal werken er zo’n 275 mensen voor Electrawinds, waarvan een 50-tal in het buitenland. “We merken dat we aantrekkelijker worden als werkgever. Werd ons hoofdkantoor in het begin vooral bevolkt door West-Vlamingen, dan zien we nu ook steeds meer Oost-Vlamingen en  Antwerpenaren naar Oostende afzakken. Op enkele specifieke technische profielen na, lukt vacatures invullen vrij vlot, ook in het buitenland. Hernieuwbare energie blijkt een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op jonge mensen.”

<< Terug naar het dossier West-Vlaanderen