Mohammed moet zich voordoen als Alexander voor de klanten. Discriminatie?

Een Frans bedrijf ontsloeg een telemarketeer omdat hij zijn naam niet wilde veranderen. Mohammed Lamour werd door zijn werkgever gevraagd de telefoon voortaan te beantwoorden met de naam 'Alexander'. Zijn echte naam zou de klanten afschrikken, aldus de werkgever. Mohammed Lamour heeft ondertussen een zaak aangespannen tegen het bedrijf waar hij werkt. Is dit een vorm van discriminatie en hoe gaat men hier in België mee om?
Het antwoord van Karin Buelens, SD Worx

De wetgeving over gelijke behandeling verbiedt discriminatie op grond van de volgende kenmerken: godsdienst, levensovertuiging, politieke overtuiging, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele voorkeur, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte, leeftijd, arbeidsduur (fulltime en parttime werk) en soort contract (vast of tijdelijk). We noemen dit de discriminatiegronden.

Wat is discriminatie?

De antidiscriminatiewetgeving kent een onderscheid in een direct en indirect onderscheid:

Bij directe discriminatie wordt er direct onderscheid gemaakt naar één van bovengenoemde discriminatiegronden. Een voorbeeld: een jongen mag de discotheek niet in omdat hij van Marokkaanse afkomst is. Er wordt dan direct onderscheid gemaakt op grond van zijn afkomst.

Er is sprake van indirecte discriminatie wanneer een eis of werkwijze in eerste instantie neutraal lijkt, maar via een omweg tot leidt tot discriminatie. Een voorbeeld: in een restaurant worden honden niet toegelaten. Hierdoor wordt indirect onderscheid gemaakt op grond van handicap: mensen met een blindengeleidehond mogen niet naar binnen.

Hoe een onderscheid rechtvaardigen?

Indirect onderscheid kan toegestaan zijn als er sprake is van zogeheten ‘objectieve rechtvaardiging'. Dit betekent kortgezegd dat er een goede reden voor is die bovendien zwaarwegend genoeg wordt geacht om het onderscheid toe te staan.

Indien het doel van een maatregel (vragen een valse naam te noemen) de ware origine van een werknemer te verdoezelen is, dan is dit niet gerechtvaardigd. Voor dit doel is immers geen objectieve rechtvaardiging. Bijgevolg is dit indirect onderscheid niet gerechtvaardigd en dus discriminatie. Discriminatie is niet toegelaten.

Conclusie

Een werknemer mag weigeren een valse naam te noemen bij het beantwoorden van de telefoon, indien de bedoeling hiervan is zijn ware origine te verdoezelen. Wordt hij om deze reden ontslagen, dan riskeert de werkgever een veroordeling wegens discriminatie.