Mario Fleurinck: "Wil je creatief zijn? Leer zo weinig mogelijk"

“Ik heb mijn carrière nooit vorm gegeven. Alles kruiste gewoon mijn pad.” Aan het woord is Limburgs ondernemer Mario Fleurinck, ceo van 3D-printingbedrijf Melotte. Vijf vragen over creativiteit en innovatie aan een geboren creatieveling.

1. Hoe belangrijk is creativiteit in uw carrière?

Mario Fleurinck: “Heel belangrijk. Ik ben een heel creatieve persoon. Dat is aangeboren, denk ik. Het heeft te maken met de manier waarop je brein georganiseerd is. Ik heb een hele goeie interactie tussen mijn beide hersenhelften, waardoor ik heel snel de link kan leggen tussen complexe dingen. In mijn carrière is dat heel belangrijk geweest, al heb ik mijn loopbaan nooit richting gegeven. Alles kruiste gewoon mijn pad. Ik maak graag cross-overs tussen verschillende werelden. Bij Melotte ontwikkelen we biometrische toepassingen, die steunen op principes uit de natuur. De technologie daarvoor halen we uit de chemie en we passen dat alles toe in de medische wereld. Allemaal verschillende vakgebieden. Ik ben nu ook bezig met een technologie om te schilderen zonder verf te gebruiken, via een soort trompe-l’oeil. Heel duurzaam en vernieuwend, maar de verfindustrie is er niet echt blij mee.”

2. Kan je leren om innovatief en creatief zijn?

Mario Fleurinck: “Creativiteit is voor een stuk aangeboren. Maar je kan meer innovatiever en creatiever worden als je zo weinig mogelijk leert. Als je je geest zo weinig mogelijk belast, hou je meer ruimte over om creatief te denken. Mensen die heel weinig creatief of innovatief zijn, hebben van nature een heel sterke diepteanalyse. Ik heb dat niet. Misschien ben ik daarom bevoordeeld, vandaag de dag. Er wordt momenteel enorm veel een beroep gedaan op creativiteit. Voor veel mensen is dat lastig. Ze moeten creatieve ondernemers zijn, maar dat gaat niet vanzelf. Je kan dat niet opdringen aan mensen. Trouwens, creativiteit is tegelijk een sterkte en een zwakte. Creatievelingen hebben een hele goeie structuur nodig. Dat heb ik gelukkig altijd gehad. Ik was van kinds af heel resultaatgedreven. Het ging me niet alleen om de creativiteit. Ik wil mijn ideeën omzetten in producten, in iets tastbaars. Ik ben creatief, maar ik ben geen fantast. Ik heb de eerste digitale fabriek staan, en ze is al helemaal terugbetaald.”

3. Besteedt het onderwijs genoeg aandacht aan innovatie en creativiteit?

Mario Fleurinck: “Ons onderwijssysteem draait vooral om van buiten leren. Er is een tekort aan spiritualiteit. Mensen moeten opnieuw leren om te gaan met de natuur. Als kind was ik dolblij wanneer het gesneeuwd had, nu blijven de kinderen binnen als het sneeuwt. Dat is triestig. Maar goed, ik was een drama op school. Ik rebelleerde, ging in discussie met de leraars en dat was ‘not done’. Ik had leraars die me het maximum van de punten gaven en leraars die me buisden. En dan rebelleerde ik nog meer. Wel ben ik onder de indruk van de intelligentie van de jeugd van vandaag. Echt indrukwekkend. Dat laat zich ook voelen op de arbeidsmarkt: jonge werknemers blijven nooit erg lang bij één bedrijf. Je weet dat je als ondernemer hun competentie kan gebruiken voor anderhalf of twee jaar en dat ze dan ergens anders naartoe gaan. Ik vind dat goed. We moeten leren delen, ook als het over mensen gaat. Nu, ik moet zeggen: ik krijg mijn jonge werknemers niet eens weg bij Melotte. Ook al zeg ik na drie jaar dat ze weg mogen. We leggen de nadruk op de balans tussen werk en privé. En dat loont, blijkbaar.”

4. Is onze economie innovatief genoeg?

Mario Fleurinck: “Ik vind de Belgische economie minstens even innovatief als de andere grote, leidende economieën in de wereld. Er is wereldwijd geen enkele computer die verkocht wordt zonder dat er Europese technologie aan de basis van ligt, geen enkele batterij die geproduceerd wordt zonder Belgische technologie. De twee grootste recyclagebedrijven ter wereld, Solvay en Umicore, zijn gevestigd in ons land. Én we hebben een open en transparante economie. Er is maar één minpunt: we ontwikkelen vanuit de luwte. We zijn underdogs. We moeten meer ruchtbaarheid durven te geven aan wat we doen. We hebben er reden toe. Belgen zijn een fantastisch volk, zeker als het over innovatie gaat. Dat wordt ook wereldwijd erkend. Ik werk samen met de NASA, ik heb gesproken op het ‘World Creativity Forum’ en ik geef eind dit jaar een college aan Stanford University over ‘biomimicry en system engineering’. We krijgen dus erkenning, maar we moeten ook zelf naar buiten komen. Weet je wat ik als een bedreiging voor innovatie zie bij ons? De grote concentratie van steeds dezelfde families aan de industriële top in België. Als dat de nodige hervormingen tegenhoudt, zijn we verloren. Daarom was ik blij toen bekend werd dat Ford Genk de deuren zou sluiten. Dat geeft creatief Limburg de kans om uit die schaduw te treden.”

5. Welke richting moet innovatie uitgaan in de toekomst?

Mario Fleurinck: “We moeten in de toekomst met minder grondstoffen meer toegevoegde waarde creëren om mensen een toekomst te bieden en werk te geven. We gebruiken nu al anderhalf keer de capaciteit van de aarde per jaar. Energie besparen, minder grondstoffen gebruiken en internationale expansie: dat zijn de criteria waar ik naar kijk om de prestaties van Melotte te beoordelen. Financieel rendement natuurlijk ook, zoals elk bedrijf, maar dat is zeker niet het enige. We leven sowieso in interessante tijden. Er zijn nog nooit zo veel technologieën en interessante maatschappelijke projecten geweest als vandaag. Alleen moeten we ervoor zorgen dat de mensen de handen uit de mouwen steken en ondernemen. We creëren geen dynamiek meer. Alles wordt opgelost voor de mensen. Wat kan de wereld voor mij doen, is het enige wat ze zich afvragen. Ze denken nooit na over wat ze zelf voor de wereld, hun buren, hun collega’s … kunnen betekenen. Het is door te delen dat je het verschil maakt. Het Europese niveau is daarbij belangrijk. De grootste kans op een duurzame toekomst komt vanuit Europa. We moeten niet blijven hangen in Vlaanderen of België. Nee, we moeten de navelstaarderij voorbij.”

Tekst: Dominique Soenens
Fotografie: Griet Dekoninck