Marc Lagrange: een erotisch Disneyland

“Ik zal me altijd blijven focussen op mooie vrouwen. Niet dat ik zo’n macho ben: ik houd van mooie dingen, of het nu om auto’s of huizen gaat. Ik vind het gewoon interessanter om mooie vrouwen te fotograferen”

Kunst- en reclamefotograaf Marc Lagrange

Hij is gek op vrouwen, op razend mooie vrouwen meer bepaald. Op het obsessieve af, zo denken sommige kwatongen wellicht, maar kunst- en reclamefotograaf Marc Lagrange heeft naar eigen zeggen gewoon een zwak voor sensuele femmes fatales. En gelijk heeft hij, vindt zijn schare internationale fans.

In Maison Lagrange – een al even statig als prachtig herenhuis aan de Quelinstraat in Antwerpen – weerklinkt de Bolero van Maurice Ravel. Slepende en sensuele muziek: veel beter kan een melodie niet passen bij de beelden die over het hele huis verspreid hangen, naar aanleiding van de tentoonstelling die een overzicht biedt van de 20-jarige carrière van Marc Lagrange (deze expositie liep af op 15 januari maar werd ondertussen heropend, nvdr). Foto’s bol van sensualiteit en erotiek, waarop zonder uitzondering knappe vrouwen te zien zijn. Zo vindt ook een oudere man die zich op de bovenste verdieping staat te vergapen aan de foto’s. Hij klampt mij, tot nader order een wildvreemde, aan en zegt “Meneer, als ik dat zie, dan raak ik gewoon ontroerd. Prachtig”. Ik knik, en hij verdwijnt weer, even onverwacht als hij me aanklampte. “Leuke reactie”, zegt Marc Lagrange (54) even later. “Maar de mooiste kreeg ik van een man die zei dat hij zich net als een kind in Disneyland voelt. Een erotisch Disneyland, dat is een mooie samenvatting van wat ik doe. Niet dat ik mezelf nog zo voel als ik bezig ben, daarvoor ben ik het al te gewoon. Het is uiteindelijk mijn werk. Maar ik geniet nog altijd van een mooie vrouw, dat spreekt (glimlacht). En voor alle duidelijkheid: ik heb zelf een mooie vrouw. Denk ook niet dat alleen mannen fan zijn van mijn werk. Kijk maar eens rond je heen: op deze tentoonstelling zie je veel vrouwelijke bezoekers en het zijn ook vrouwen die mijn werken kopen. De mannen kiezen, maar de vrouwen beslissen.”

Marie Jo en Delvaux

Of u het werk van Lagrange wel kent? Dat kan haast niet anders. Hij maakte reclamebeelden voor allerlei bekende lingeriemerken, waaronder enkele jaren geleden Marie Jo, en net als zijn vrije werk barsten die van verleiding en erotiek. Hij blijft dat soort reclameopdrachten ook aannemen. Onlangs regisseerde hij een reclamespot voor het Nederlandse modemerk Supertrash, van en met oprichtster Olçay Gulsen, die onlangs voorgesteld werd tijdens Amsterdam Fashion Week. En voor Delvaux begint hij aan een portretreeks van fans van allerlei leeftijden van het merk, die in de winkels van Delvaux zal tentoongesteld worden.

Lagrange heeft een mooie weg afgelegd als autodidact. Hij werkte als ingenieur bij Ebes, de voorloper van Electrabel. Hij had een diploma industrieel ingenieur elektriciteit en hield er zich bezig met hoogspanningstechniek. “Maar ik deed die job niet graag. Ik zag de mensen rondom mij ouder en grijzer worden en ik dacht: dit is niets voor mij. Ik hield me toen in mijn vrije tijd al bezig met fotografie, ik fotografeer al sinds mijn tiende. Mijn eerste toestel – een Kodak Instamatic 25 – verdiende ik door kroonkurkjes van flesjes Fanta en Sprite te verzamelen. Ik haalde later een diploma in avondonderwijs en toen ik al voorbij de 30 was en mijn vader op een bepaald moment stierf, heb ik de dingen omgegooid. Ik ben enorm veel foto’s beginnen nemen. In het begin werkte ik onder meer voor Libelle en Flair, maar gaandeweg bouwde ik dat uit tot steeds betere magazines, waardoor ik ook meer vrijheid had.” Lagrange nam ook publicitaire opdrachten aan, vooral voor C&A. In het begin werkte hij alleen in het weekend, maar stilletjesaan kon hij zijn job als fotograaf uitbouwen. “Met vele modellen maakte ik nog foto’s voor mezelf eens de verplichte opdracht erop zat. Ik boekte bewust modellen die daarvoor open stonden. Het grote kantelmoment kwam er in 2006, toen mijn werk tentoongesteld werd in het Fotomuseum in Antwerpen. Toen is de bal aan het rollen gegaan. Een geluk: ik verloor toen net C&A als opdrachtgever, terwijl ik 150 dagen per jaar voor hen werkte.”

In zijn vrije werk focuste Lagrange zich op vrouwen. “Ik doe dat nog altijd, en ik zal dat altijd blijven doen. Niet dat ik zo’n macho ben. Ik hou van mooie dingen, of het nu om auto’s of huizen gaat. Ik vind het gewoon interessanter om mooie vrouwen te fotograferen. Het mag ook nooit vulgair worden, dat heb ik vanaf het begin al voor ogen gehouden. Ik shockeer niet, ik prikkel. Wat het grote verschil is met vroeger? Dat ik nu vlugger modellen over de streep krijg. Nu zijn er modellen die naar me toekomen en me vragen of ik hen wil fotograferen. Dat is aangenaam, natuurlijk. Mannen fotograferen? Ik voel me niet tot mannen aangetrokken. Dat is nodig, vind ik, als je goed werk wil leveren. Ik fotografeer wel mannen, maar dan om de spanning op te bouwen, om een verhaal te vertellen. Liefst potente mannen, die iets uitstralen.”

Lagrange werkt vaak met dezelfde vrouwen. “Carol Caumans staat 20 à 25 keer in het overzichtsboek dat nu uit is. Ze heeft vijf of zes verschillende gezichten, dat is interessant voor mij. Martha Canalda, een meisje uit Madrid, is ook zo iemand. Ze is een beetje familie voor mij. Inge Van Bruystegem, daar heb ik ook heel graag mee samengewerkt. Ze is model, danseres en actrice.” Allemaal knappe vrouwen, en da’s geen toeval. “Ik word ziek als ik lelijkheid zie”, zei hij ooit in een interview. Hij lacht. “Ziek word ik er nu niet van, alleen een beetje misschien.”

Improviseren als een jazzmuzikant

Zou hij ook doodgewone vrouwen in de straat kunnen fotograferen? “Ja, als ze de juiste uitstraling hebben en ik een klik met ze heb. Ik ben nu bezig met een project waarbij ik vrouwen van boven de veertig fotografeer. Ik wil aantonen dat een vrouw op die leeftijd haar piek kan bereiken, qua maturiteit en seksuele prikkeling. Al kan ik daar natuurlijk minder ver in gaan dan bij een meisje van 25 jaar. Maar ik kan ook met dat soort foto’s de aandacht van het publiek vasthouden, op voorwaarde dat ze goed geënsceneerd zijn. Ik heb intussen al meer dan tweehonderd foto’s toegestuurd gekregen. Er zit van alles tussen, maar ik wil echt charismatische vrouwen. Er blijven er op dit moment maar twee of drie van over, schat ik. Da’s niet veel, hè. Ik zoek vrouwen die ‘het’ hebben.

Wat dat is? Dat kan ik niet zeggen, het spijt me. Ik moet spreken met die vrouwen om dat te weten. Zo werk ik. Ik nodig er vijf of tien uit, spreek met ze, neem enkele foto’s en beslis daarna met wie ik verder ga. Ik moet weten of het gaat lukken of niet. Ze moeten fotogeniek zijn. Het is niet altijd eenvoudig om dat vooraf in te schatten. Sommige fotomodellen loop je op straat zo voorbij, maar eens ze make-up op hebben en voor de lens staan, zijn het godinnen. Ze geven licht. Dat heb je met de allerbesten. Ik werk sowieso het liefst met actrices en danseressen en dergelijke, die ongedwongen en een beetje zot zijn. Dat is een plezier om mee te werken, omdat je nooit weet wat er gaat gebeuren. Het is zoals met een jazzmuzikant: je improviseert een beetje terwijl je bezig bent. Ik bereid mijn foto’s heel goed voor, maar ik laat ook veel ruimte voor improvisatie.”

Lagrange verkoopt zijn werk over de hele wereld, maar vooral in Europa. Zijn werken gaan voor stevige prijzen de deur uit: tussen 8.000 en 50.000 euro voor werken van een groot formaat. “De foto die voor 50.000 euro verkocht werd, is wel een pronkstuk: een beeld van twee op drie meter. Zo’n exceptioneel werk transporteren kost veel geld, want het weegt 200 kilogram. De productie kost ook veel geld: je moet met drie, vier modellen en een ploeg van make-upartiest, stylist en nog wat assistenten naar het buitenland, net als bij filmopnames.”

“Mijn werken zijn niet goedkoop omdat er heel veel vraag naar is. Mijn klanten zijn gegoede mensen. Veertigers, vijftigers. Er zitten redelijk wat kunstverzamelaars bij. Maar we hebben nu een beperkte reeks van een vijftal beelden die voor een vaste prijs verkocht worden en die ook voor dertigers toegankelijk zijn.”

Naakt is moeilijker

Critici verwijten Lagrange wel eens dat hij het zichzelf wel heel makkelijk maakt. Blote vrouwen fotograferen, dat is moeiteloos scoren. Of niet? “Nee, ze vergissen zich. Een naakte vrouw is veel moeilijker te fotograferen dan een vrouw met kleren aan. Je kan niets verbergen. Je moet echt wel weten wat je doet met licht en reflecties. Laat ze maar praten, het is echt niet zo simpel. Ik laat me vaak inspireren door andere beelden, ik heb er een hele bibliotheek van in mijn hoofd. Het zijn vooral films die me inspireren. “The Pillow Book” van Peter Greenaway vond ik waanzinnig goed. Ik heb een reeks foto’s gemaakt van lichamen beschilderd met erotische verzen. Ik ben ook weg van David Lynch, Wong Kar-Wai en Fassbinder: de sfeer in die films is fantastisch. Ik houd van decadentie, beelden die de verbeelding een beetje tarten. Die een fantasiewereld creëren.”

Lagrange is na zijn tentoonstelling in Antwerpen klaar voor een nieuw hoofdstuk in zijn carrière, zegt hij. “Ik wil me nu nog meer op het buitenland gaan richten. Ik ben bezig met enkele internationale campagnes. Ik doe in het voorjaar een shoot met 52 dansers van het Ballet van Vlaanderen. De foto’s zijn te zien in een expo bij de première van de dansvoorstelling ‘Tussel Hemel En Aarde’ in april. Dat wordt iets speciaals. Ik werk graag met mensen die met hun lichaam werken. Ik fotografeer die dansers heel puur. Het zit een beetje tussen Irvin Penn en Richard Avidon in. Dat zijn twee van mijn idolen. Penn is de grootste fotograaf ooit. Wat die maakte in de jaren veertig, daar kan niemand aan tippen.”