Koddaert handelt wereldwijd in tweedekeuze-metaal

Het was de grootvader van huidig zaakvoerder Jean-Pierre Heynderick die na de Tweede Wereldoorlog begon met Koddaert in Koekelaere. In de kleine smederij werden landbouwkarren vervaardigd. Met Heyndericks vader aan het roer, vanaf de jaren 1960, ging Koddaert zich toeleggen op de handel in tweedekeus metaal. “Mijn vader kocht nieuw metaal op, dat  door productiefouten of overproductie werd afgedankt, en verkocht het aan de detailhandel, waarna het terechtkwam in de bouwindustrie, voor de vervaardiging van producten waarvoor geen eerstekeus-certificaat nodig is. Golfplaten bijvoorbeeld, of balustrades.”

Toen Jean-Pierre aantrad in het goed draaiende bedrijf, begin jaren 1980, meende hij dat wat in België werkte, ook elders moest aanslaan. En dus ging hij in Duitsland en Frankrijk op zoek naar klanten en leveranciers. Met succes, maar ondertussen reikt de blik van Koddaert oneindig veel verder. “Voor niet-gecertifieerd staal is in West-Europa nog weinig plaats. De voorbije 10 jaar deden we vooral in het Oostblok goede zaken, maar ook daar gelden nu al strengere standaarden. Draaiden we 5 jaar geleden amper 10 procent van onze omzet buiten Europa, dan is dat nu 70 à 80 procent.” Om de activiteiten in Zuid-Amerika te coördineren, opende Koddaert onlangs een satellietkantoor in Chili. “Een relatief makkelijk land, omdat de cultuur er nogal Europees is. We zijn nu bezig met de voorbereidingen voor vestigingen in Dubai en Shangai. Een stuk moeilijker. Gelukkig kunnen we rekenen op de steun van Flanders Investment & Trade.”

Onder meer de VN prijken op de klantenlijst van Koddaert. “Wij leveren hen ondermeer staal voor de bouw van afdaken na overstromingen, golfplaten voor eenmalig gebruik en staal voor tijdelijke wegversperringen. Toepassingen waarvoor je geen luxestaal nodig hebt.”

De omzet van Koddaert maakt serieuze sprongen: van 29 miljoen euro in 2010 naar 44 miljoen in 2011, en verwacht wordt dat die tendens zich doorzet. De tewerkstelling is niet evenredig gevolgd. “We hebben de evolutie kunnen beperken van 15 naar 20 mensen, maar nu moeten we écht aanwerven. Eerlijk gezegd ben ik op dat vlak voorzichtig,” bekent Heynderick. “We hebben nu een geweldige ploeg, en ik ben bang dat te snelle groei de sfeer en de betrokkenheid zou aantasten.” Als goede  pater familias wil Heynderick ook pas rekruteren wanneer hij zeker is dat jobs duurzaam zijn.

De grootste uitdaging voor Koddaert zit aan de aanbodzijde. “Wanneer de staalproductie daalt, zoals nu het geval is, dan is er ook minder tweedekeus staal voorhanden.” Klanten vinden, daarentegen, lijkt geen probleem. “Er zal altijd een markt zijn voor tweedekeus staal, al zullen de toepassingen veranderen. Qua producten spelen wij gewoon in op de marktvraag.” En wat als de strenge kwaliteitsnormen voor staal overal zullen zijn opgelegd? “Dat is nog lang niet voor morgen. En tegen die tijd hebben wij onszelf weer opnieuw uitgevonden. Dat we dat kunnen, hebben we in het verleden al bewezen.”

 << Terug naar het dossier West-Vlaanderen