Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Kathy Fortmann: "Vrouwen hoeven niet altijd en overal perfect te zijn"

Kathy Fortmann, tweede in de strijd voor de AXA Wo_Men@Work Award 2013 en ‘business unit leader’ bij voedingsproducent Cargill, heeft één gouden raad voor vrouwen: denk beter na over je carrière. En over wat je wil in je leven tout court. “Vrouwen hoeven niet altijd en overal perfect te zijn.”

Kathy Fortmann heeft iets met wetenschappen. Van kinds af. Ingenieursstudies, dat zou ze doen, wist ze als tiener al. “Het was simpelweg een kwestie van aanleg. Wiskunde en wetenschappen zijn altijd mijn ding geweest. Ik werd er van thuis uit niet speciaal voor gestimuleerd. Onze ouders prentten mij en mijn broers en zussen wel altijd in om voluit te gaan als we iets deden. Dat heb ik onthouden. Ik koos voor chemisch ingenieur, omdat je daarmee verschillende richtingen uit kan. Mijn volleybalcoach op de universiteit moedigde me ook aan, omdat ik er volgens hem aanleg voor had. Een man met oog voor talent, maar misschien is er een uitstekende volleybalster aan mij verloren gegaan”, lacht Fortmann. “Ik was in ieder geval één van de weinige meisjes in mijn richting. Meisjes lopen niet massaal warm voor harde wetenschappen. Daarin verschillen de VS en Europa niet veel van elkaar. Niet dat er iemand van opkeek. Of toch: mijn grootvader was gechoqueerd, toen ik zei dat ik ingenieur zou worden. Hoe dan ook, ik was gek op wat ik deed. Ik heb overwogen om verder te specialiseren in chemie, maar op dat moment deed de arbeidsmarkt het goed en besloot ik om te beginnen met werken. En dat deed ik even graag als studeren.”  

Fortmann begon bij DuPont, producent van hoogtechnologische materialen, dat haar naar Duitsland stuurde en haar een managementfunctie aanbood. Ze genoot. “Ik beleef veel plezier aan strategieontwikkeling en de ontwikkeling van businessmodellen. Ik volgde er toen zelfs een MBA-opleiding voor, want je hebt toch een theoretische achtergrond nodig in zo’n functie.” Even later stapte Fortmann over naar Cargill. Ze is er nu ‘business unit leader’ van de Europese afdeling zetmelen en zoetstoffen. Ambitie is haar niet vreemd, geeft ze toe. “Sommige mensen noemen me wellicht een carrièrevrouw, maar zo voel ik me niet. Ik heb er nooit bewust voor gekozen om al dan niet carrière te maken. Ik geniet gewoon heel erg van wat ik doe. Ik heb de wereld gezien en heel veel interessante mensen ontmoet. Daar ben ik enorm blij mee. Mijn werk voelt niet aan als werk. Een cliché, maar het klopt. Het bewijs: ik klop lange uren bij Cargill, zonder dat ik daarbij stilsta. Soms vraagt het bedrijf of ik niet wat meer aandacht moet besteden aan de balans tussen werk en privé. Ik apprecieer hun bezorgdheid, maar ik zit heel goed in mijn vel.” (lacht)

Dames, niet zo bescheiden

Afgaand op haar cv heeft Fortmann amper last gehad van het glazen plafond. Ze stoomde
gestaag door naar meer verantwoordelijke functies. Af en toe tot haar eigen verbazing. “In sommige selectieprocedures heb ik ongelijkheden ervaren, dat wel. Mensen die dachten dat een vrouw een bepaalde functie niet aankon. Dat was vooral te wijten aan een gebrek aan kennis of begrip bij de betrokkenen, eerder dan aan kwade wil. Alles bij elkaar heb ik slechts zelden te maken gekregen met een glazen plafond. Er was eerder sprake van het omgekeerde: mensen moedigden me aan om functies aan te nemen waar ik me niet klaar voor voelde. De functie die ik had in Duitsland, bijvoorbeeld, daar zou ik zelf nooit aan gedacht hebben. Terwijl de persoon die het me vroeg, het net heel vanzelfsprekend vond.”

Opmerkelijk, toch? Kathy Fortmann haalt de schouders op. “Dat is iets wat je wel meer ziet bij vrouwen. Ze zijn te bescheiden. Véél te bescheiden. Ze focussen op wat ze nog niet kunnen, in plaats van op wat ze wél al kunnen. Als een man voor 20 procent klaar is voor een job, zal hij ervoor gaan. Bij een vrouw moet dat 80 procent zijn. En liefst nog meer. Een man denkt vlugger dat hij een job aankan en dat hij zijn tekortkomingen wel zal kunnen opvangen, zodra hij in het bad gegooid wordt. Vrouwen zouden dat ook meer moeten doen. Je moet niet altijd kijken naar wat je in het verleden al gedaan hebt. Zet dat van je af en ga ervoor. Voor leidinggevenden is het belangrijk dat ze weten dat vrouwen zichzelf soms te weinig promoten. Ik maak daar zeker werk van. Als er een vacature is op mijn afdeling zijn er vaak meer mannelijke kandidaten. Maar ik krijg ook meteen van mijn medewerkers te horen welke vrouwelijke kandidaten geschikt zijn voor de job. En daar hou ik rekening mee.”

Een m/v met een carrièreplan

In vrouwenquota gelooft Fortmann dan weer niet. Contraproductief, vindt ze. En fundamenteel fout. “Je vastpinnen op cijfers en daar sancties aan koppelen, dat is de wereld op zijn kop. Cijfers mogen nooit een doel op zich zijn. Het is beter om bepaalde doelstellingen te hebben in verband met het aantal vrouwen op de werkvloer, en programma’s om die doelstellingen te realiseren. Vervolgens kijk je heel nauwgezet na hoe goed je het doet.”

Geen quota dus. Maar als vooral attitude een probleem is bij vrouwen, hoe kunnen ze die dan veranderen? En kunnen bedrijven daaraan bijdragen? “Vrouwen en mannen moeten een carrièreplan hebben en duidelijk maken wat hun behoeften zijn. Mensen laten mogelijkheden schieten, omdat ze niet duidelijk maken wat ze willen en wat ze nodig hebben, wat hun prioriteiten zijn en hun behoeften op lange termijn. Binnen twee, drie jaar, maar net zo goed binnen tien jaar. Hoeveel mensen denken daarover na? Veel te weinig. Dat is natuurlijk niet alleen hun eigen verantwoordelijkheid, maar ook die van hun leidinggevende. Bij Cargill stimuleren we onze mensen om na te denken over hun carrière op langere termijn. Dat zie je vandaag nog niet overal, maar bedrijven worden er zich wel bewuster van. Op die manier belet je ook dat je mensen van werkgever veranderen. Vaak gebeurt dat omdat ze geen mogelijkheden meer zien om te evolueren. Je moet daarover praten.”

Fortmann, die zelf overigens geen kinderen heeft, werkt er dus hard aan om bij haar werknemers na te gaan wat ze willen. En hoe ze hun leven zien. “Een voorbeeld: een vrouw die we echt heel goed vonden bij Cargill kreeg op een bepaald moment kinderen. Ze mocht flexibele werkuren hanteren, verminderde werktijden … We zorgen ervoor dat ze haar werk en haar privéleven zo goed mogelijk kon combineren. Toen ze op ouderschapsverlof vertrok, heb ik een gesprek met haar gehad, om haar te laten merken dat ik begaan ben met carrièreontwikkeling en –kansen. Ik heb duidelijk gemaakt dat we verder wilden met haar, dat ze zoveel ouderschapsverlof mocht nemen als ze wou en dat we daarna een gesprek zouden hebben over haar carrièreopties. Nu heeft ze een managementfunctie, waarin ze het heel goed doet en op prijs gesteld wordt door iedereen. Het komt er dus op aan heel duidelijke afspraken te maken en duidelijk te maken waar je naartoe wil, aan beide kanten. Je moet een cultuur creëren waarin mensen niet bang zijn om daar eerlijk voor uit te komen.”

Carrièrevrouwen, slechte moeders?

Fortmann heeft een interessante anekdote in dat verband, vertelt ze. “Eén van de oudere, meest ervaren ingenieurs bij DuPont kwam bij me langs toen ik net als leidinggevende begon. Hij zei dat hij niet wist of het wel zou werken, omdat hij nog nooit eerder een vrouwelijke baas had gehad. Ik antwoordde dat ik hem perfect begreep: ik had zelf ook nog nooit een vrouwelijke baas gehad. (lacht) Ik apprecieerde het dat hij zo eerlijk was. Als leidinggevende heb je dat nodig. Mensen moeten zich comfortabel genoeg voelen om zulke dingen te zeggen. Dat is niet evident. Toen ik na twee jaar een andere weg insloeg, koos het management opnieuw voor een vrouw om me te vervangen. Fantastisch. Dat is een voorbeeld van hoe je dingen in de praktijk geleidelijk kunt veranderen. Mensen die daarvoor open staan en moed, dat is wat je nodig hebt.”

Openheid is dus belangrijk. Met een veelzeggende glimlach vertelt Fortmann dat mannen makkelijker toegeven dat ze thuis werken omdat hun kinderen ziek zijn. “Vrouwen hebben het daar om één of andere reden moeilijker mee. Ze doen veel moeite om het niet te hoeven zeggen. Dat is ironisch. Ik moedig mijn mensen aan om hier open over te zijn, maar vrouwen blijven kampen met een zekere schroom. In ieder geval: kinderen en carrière zijn perfect te combineren. Ik heb heel veel vriendinnen en vrouwelijke collega’s die daar het levende bewijs van zijn. En ik vraag hen ook vaak hoe ze het aanpakken. Eén van de dingen die vaak naar boven komen: vrouwen hoeven niet altijd en overal perfect te zijn. Het is oké als je ergens hulp voor nodig hebt, of als je deeltijds wil werken.”

Op donderdag 25 april en vrijdag 26 april vindt in Brussel het JUMP Forum plaats, een event gewijd aan de carrière van vrouwen en het promoten van diversiteit. Thema van deze editie: vrouwen en mannen als bondgenoten voor meer gelijkheid. Meer info: www.forumjump.eu/brussels.

 

5 tips voor meer diversiteit

  1. Zorg voor openheid, zodat je medewerkers durven te zeggen wat hen bezighoudt, of wat hun op de lever ligt.
  2. Zorg dat je medewerkers nadenken over hun carrière op langere termijn.
  3. Ga zoveel mogelijk na wat je medewerkers willen.
  4. Hou er rekening mee dat vrouwen minder geneigd zijn om zichzelf te promoten dan mannen.
  5. Vergeet quota. Kathy Fortmann: “Je laten leiden door cijfers is de wereld op zijn kop.”