Is er nood aan verpleging voor e-verslaafden?

Volgens sommige bronnen raadplegen al de helft van de Amerikaanse meisjes hun facebookpagina nog voor ze zich aankleden. In vele gezinnen bestaat de maaltijd uit stilzwijgende mensen die hun mail raadplegen. Zogenaamde ‘face to face’ vergaderingen dienen steeds meer om elektronische achterstand in het halen. Niemand luistert nog naar wat er gezegd wordt.
Door prof. dr. Smaranda Boros, Vlerick Business School

Stilaan wordt er een nieuw klinisch syndroom zichtbaar: zware verslavingen aan elektronische communicatiemedia. Alle symptomen zijn aanwezig van een typische verslaving: hunkeren naar het verslavende product, het gevoel iets gemist te hebben als men niet ‘online is’, een steeds grotere dosis nodig hebben om zich goed te voelen, dwangmatig gedrag en zware afkickverschijnselen, en allerlei leugens om het verboden product toch te kunnen gebruiken: in het geheim de iPhone raadplegen, stiekem naar Facebook surfen. De smartphone wordt onder een stapel papieren gestopt, en af en toe gluurt men even, of hij wordt oordeelkundig op de schoot gelegd.

Verslaving

Elektronische media vertonen alle kenmerken van snel verslavende prikkels: de beloning is onmiddellijk, af en toe is er een heel grote beloning (‘moet je nu eens weten’), en de straf om iets niet te weten is aanzienlijk, dan tel je niet meer mee. Bovendien is het een sociaal aanvaardbaar product (zoals alcohol, koffie en roddel), je hoort er immers bij als je meedoet.

Uiteraard zijn er ook al alarmerende studies verschenen over ‘internet addiction disorder’.  Blijkbaar is het brein van internetverslaafden anders dan het brein van gewone mensen. Het is nog niet helemaal duidelijk wat er eerst komt: het gestoorde brein of het gestoorde gedrag.

Genezing?

De vraag is natuurlijk of en hoe deze ‘ziekte’ moet verzorgd worden. In extreme gevallen moeten de verslaafden wel degelijk therapeutisch begeleid worden. De e-verslaving heeft hun volledige leven overgenomen. Maar meestal zijn de symptomen niet echt extreem en kan men nog rekenen op de zelfredzaamheid van de betrokkenen en hun vermogen om zelf limieten te bepalen. Het zal altijd wel beginnen met zelfonderzoek. Hoe erg is het probleem?

Zolang er geen depressieve gevoelens, ernstige tics of angstaanvallen mee gepaard gaan, is er geen reden om te panikeren. Mensen brengen uren door al lezend, biddend, of televisiekijkend, zonder dat men over ‘reading addiction disorder’ spreekt. Vele ‘overdrijvingen’ gaan spontaan voorbij. Zorg er in ieder geval voor dat het internet niet de enige bron van contact is. Zolang je met anderen ‘gewoon’ blijft communiceren is er geen reden tot paniek.

Registratie

Als je toch denkt dat het patroon zorgwekkend is, dan moet je slechts één ding aanpakken: registreer in een soort dagboek (desnoods een elektronisch) hoe vaak en hoe lang je ‘online’ bent. Het vreemde aan ongewenst gedrag is dat het bijna spontaan vermindert als je het registreert.

Als registreren niet voldoende is, dan kan je op zoek gaan naar een patroon. Wanneer is de verslaving het sterkst? Aan welke behoefte lijkt dit patroon te voldoen (sociaal contact, nieuwsgierigheid, bevestigd worden)? Dan kan men op zoek gaan naar andere, liefst minder verslavende activiteiten, die eenzelfde behoefte invullen.