Hoogopgeleiden combineren twee jobs: poen of passie?

Bijna 200.000 mensen in België hebben een tweede job. En dat aantal neemt nog toe. Niet noodzakelijk door de crisis, maar wel uit financiële overwegingen. Ook de nood aan iets nieuws speelt dikwijls een rol bij multi-jobbers, of het najagen van een oude droom.

Jef Adriaenssens (48) past precies in de definitie van de multi-jobber: een werknemer die verschillende jobs, in loondienst of als zelfstandige, combineert. Vroeger werkte hij voltijds als verpleger op de spoedafdeling van het Sint-Jozefziekenhuis in Malle. In 2008 behaalde Jef eindelijk de master in Verpleegkunde af die al zo lang door zijn hoofd spookte. Hij studeerde af als primus en kreeg een aanbod om aan de universiteit van Leiden een doctoraat te maken. Aan de Thomas Moore hogeschool in Turnhout doceert Jef vandaag wetenschappelijk onderzoek en werkt hij er als onderzoekscoördinator. Zijn grote passie is de praktische toepasbaarheid van het laatste wetenschappelijke onderzoek in de dagelijkse verpleegkunde, waarvoor hij van het NVKVV – de grootste beroepsorganisatie van de verpleegkundigen – de vraag kreeg om voor heel Vlaanderen een project uit te rollen. O ja, zes nachten per maand werkt Jef nog steeds op de spoeddienst in Malle.

Het aantal mensen met één of meer jobs is vanaf 2009, het eerste volle crisisjaar, duidelijk gestegen. Niet genoeg, weliswaar, om van een direct verband te spreken. “Het gaat vooral om loontrekkenden die in hun eerste job al behoorlijk verdienen. Dat geeft aan dat financiële noodzaak niet het belangrijkste motief is”, zegt Boie Neefs, onderzoeker bij het Steunpunt Werk en Sociale Economie (KU Leuven). “Afwisseling, de uitdaging, een opstapje naar een nieuwe job. Het kan allemaal, maar het blijft giswerk.”

Opvallend is wel dat het meestal de goedverdienende en intellectuele beroepen zijn die er een tweede job op nahouden. “Dat laat vermoeden dat er ook een fiscale reden moet zijn”, zegt Maarten Goos, professor arbeidseconomie aan de KU Leuven. “Het gaat niet toevallig om loontrekkenden, zij dragen de zwaarste fiscale lasten op arbeid. Maar wellicht zitten in die groep ook heel wat managers, consultants en IT-ers die via een vennootschap of als zelfstandige in bijberoep factureren. Zij worden in hun tweede job aan een lager tarief belast dan wanneer ze voor hetzelfde werk in loondienst zouden zijn. Zolang die constructie rechtvaardig en correct blijft, kan ze perfect als uitlaatklep functioneren.” Goos verwacht niet dat de economische crisis het aantal multi-jobbers nog zal opdrijven. “De stijging die we sinds 2009 zien, blijft beperkt. De besparingen hebben de inkomens van de gezinnen niet aangetast. Anders dan in Nederland – waar de nieuwe hypotheekrenteaftrek vreet aan het inkomen – of in Spanje ontbreekt er bij ons voorlopig een echte stimulans om bij te verdienen.’

Geld was ook nooit een reden voor multi-jobber bij uitstek Jef Andriaenssens. “Mijn loon ligt vandaag wel hoger dan wanneer ik alleen op spoed zou werken. Dat is mooi meegenomen, maar het was nooit een doel op zich.” Ook met carrière is Jef niet echt bezig. “Ik zal heel blij zijn als ik kan meehelpen om een link te leggen tussen wetenschappelijk onderzoek en de dagelijkse verpleegkunde. Om echt nog grote carrièrestappen te ondernemen, ben ik te lang braaf op spoed blijven werken.” (lacht) Maar als zijn doctoraat – over werkdruk en traumatische stress bij verpleegkundigen op spoed – een nieuwe job oplevert, zal Jef die niet weigeren. “Het is altijd mijn bedoeling geweest om aan wetenschappelijk onderzoek te doen. En daar sta ik nu heel dicht bij. Ik kijk er echt naar uit om deel uit te maken van een onderzoeksgroep waar ik kan werken rond de thema’s die me de afgelopen jaren hebben bezig gehouden.”

Het moeilijkste voor Jef is om alle uren en afspraken in een doenbaar geheel te gieten. “Ik werk zeven dagen per week, meestal tot 22 uur. Alleen op zondag wil ik al eens vroeger stoppen. Maar door hyperefficiënt te plannen krijg je veel gedaan. Het helpt ook dat mijn nevenactiviteiten bijna allemaal hetzelfde doel dienen. In sommige vergaderingen draag ik twee verschillende petten. Bovendien doe ik mijn werk graag, en dan lukt het vanzelf allemaal veel beter.” Het familieleven heeft niet te lijden onder zijn hyperactieve beroepsleven. Jef woont op tien minuten van de school waar hij lesgeeft. “Ik werk grotendeels van thuis uit. Mijn vrouw heeft een winkel in zoete delicatessen en is altijd thuis. Mijn oudste dochter zit op kot in Leuven en mijn zoon werkt zijn zesde middelbaar af. Ik zorg ervoor dat we elke dag minstens één keer van een warme maaltijd samen genieten. Lekker koken, aperitieven, een flesje wijn, voor mij dat kan gerust ook tijdens de week. Alleen uitstapjes en vakanties moeten lang op voorhand worden gepland. Al mijn vrije tijd gaat op aan het werk. Maar als dat is om mee de verpleegkunde naar een volgend niveau te helpen tillen, dan heb ik daar geen problemen mee.”

Luc heeft vijf kinderen en vier jobs

Niet dat hij zijn job als vertegenwoordiger van zeep en handontsmettingsmiddelen moe was, maar na 20 jaar vond Luc Fontyn (44) dat zijn professionele actieradius aan uitbreiding toe was. Fontyn, vertaler van opleiding en vader van vijf kinderen tussen 8 en 15, begon anderhalf jaar geleden in bijberoep te vertalen. “Het was nooit in mij opgekomen om er nog een job bij te nemen. Tot ik me opeens afvroeg waarom ik nooit iets met dat vertalen had gedaan”, zegt Luc Fontyn. Naast de uitdaging om een zelfstandige activiteit op te richten, en overeind te houden, was ook geld een motief. “Het idee is om een spaarpot aan te leggen waarmee ik de studies van de kinderen kan betalen. Het werk loopt intussen vlotjes binnen. Ik vertaal zelf, maar besteed ook dingen uit. Alles bijeen ben ik daar tussen 7 en 20 uur per week mee zoet. Prospecteren doe ik bewust niet, omdat ik nog meer werk niet aankan.” Het bedrijf waarvoor Luc als verkoper werkt, ziet geen graten in zijn nevenactiviteit. “Zolang ze mijn werk niet voor de voeten loopt, is er geen probleem. Overdag doe ik niets voor mijn tweede job, ik zal hooguit een mail versturen tijdens de middagpauze. Veel geld heb ik er wel nog niet aan overgehouden. Ik wissel het vertalen af met tuinonderhoud en dakisolatie. Al mijn verdiensten tot nog toe heb ik geïnvesteerd in materiaal om ook die jobs zo professioneel mogelijk te doen. Vanaf volgend jaar begin ik te sparen.” Het is alleen jammer dat er zoveel werk is dat hij niet kan aannemen, vindt Fontyn. De familie, die heeft ondertussen leren leven met zijn hyperactief bestaan. “De kinderen vinden het geweldig. Papa heeft vier jobs, zeggen ze. Alleen mijn vrouw zucht soms hoorbaar wanneer ik in ons vrije weekend een hele zaterdag ga werken en op zondag uitgeteld in de zetel zak.”

Delfien heeft twee jobs bij één werkgever

Omdat ze geen werk vond als zoöloge, schreef Nathalie Abbeloos (45) zich twee jaar geleden in bij twee uitzendkantoren. Niet in de hoop alsnog iets te vinden dat bij haar opleiding aansloot, maar om haar werkloosheidsuitkering aan te vullen met wat werk in de horeca. “Helemaal vreemd is het niet. Mijn grootmoeder was traiteur. Eerst schilde ik mee de aardappelen. Later mocht ik op feesten opdienen” vertelt Nathalie, die alleenstaand is en vlakbij de Grote Markt in Brussel op een appartement woont, boven dat van haar moeder. Ze coördineert nu de bediening bij de privé-etentjes die banken en bedrijven dagelijks organiseren. “Tafels dekken, ervoor zorgen dat alles is opgeruimd, de aanwezigen met de nodige zorg bedienen, afruimen, afwassen en alles weer proper achterlaten.Vaak tot twee keer per dag. Het zijn dan ook moeilijke dagen. Meestal werk ik 10 uur per dag, soms op twee verschillende plaatsen. Zonder auto betekent dat vaak een tram en nog eens twee bussen. Als uitzendkracht heb ik geen recht op een onkostenvergoeding voor mijn verplaatsingen. Het is dus behoorlijk vermoeiend, wat niet wil zeggen dat ik ooit werk weiger. Toen ik de eerste keer bij Randstad langsging, keken ze ervan op dat ik ook de opdrachten van vier uur wilde doen. De meeste mensen weigeren die, omdat ze dan maar vijf euro méér verdienen dan hun uitkering. Ik weiger nooit. Zo kan ik ’s avond nog een opdracht aannemen en word ik vaker opgeroepen.” Als uitkeringsgerechtigde werkzoekende mag Nathalie 28 dagen werken met een interim-contract, zonder dat ze haar werkloosheidsuitkering verliest. “Dat is jammer. Ik moet een hele boekhouding bijhouden om ervoor te zorgen dat ik niet boven mijn 28 dagen ga. Veel vrije tijd blijf er inderdaad niet over. Maar wat moet je doen als je geen werk vindt? Ik kan toch niet de hele dag thuiszitten? Om te leven, moet je werken. En moeilijk gaat ook.’

De complete job

Twee jobs bij dezelfde werkgever. Merkwaardig, maar wel een feit voor Delfien Verhelst (26) uit Kortrijk. Delfien is verpleegkundige op de dienst abdominale chirurgie en werkt als kwaliteitsmedewerker mee aan de invoering van de internationale standaarden voor kwaliteitsvolle zorg, allebei in het AZ Groeninge. “Een maand nadat ik was begonnen als verpleegkundige kreeg ik de vraag of ik ook als kwaliteitsmedewerker wilde werken”, vertelt Delfien. Ze heeft geen moment getwijfeld. “Ik kon meteen mijn twee diploma’s gebruiken: dat van verpleegkundige en mijn master in de verpleegkunde die ik een jaar voordien in Leuven had afgewerkt. Mijn ene job is niet belangrijker dan de andere. Ze vergen misschien andere vaardigheden, maar ze vullen elkaar ook aan. Ik heb het gevoel dat ik zowel praktisch als theoretisch constant kan bijleren”, zegt Delfien. De combinatie geeft haar voldoening, maar is ook zwaar. “Op maandag en dinsdag werk ik aan kwaliteitszorg en van woensdag tot vrijdag sta ik op de verpleegkundige dienst. Soms zit daar ook een weekend tussen. Het is een heel onregelmatig schema, dat alleen haalbaar is als je heel planmatig werkt.” Toch heeft Delfien niet het gevoel dat haar drukke dubbele job haar tijd ontneemt. “Het blijft continu leerrijk. Ik kom zowel op het operatiekwartier als in de keuken. Als het van mij afhangt, blijf ik dit nog een tijd doen. Niet noodzakelijk om een grote carrièresprong te maken, nee. De vaardigheden ik nu opdoe, hoop ik in een latere job te kunnen gebruiken – wat die ook zal zijn. Maar dat is geen primair doel.”

Profiel van de multi-jobber

  • Volgens cijfers van de FOD Economie en Eurostat had 4,2% van de Belgische werknemers twee of meer job in 2011, tegenover 3,8% in 2006. In absolute cijfers betekent dat respectievelijk: 187.000 en 160.000 mensen.
  • De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid schat het aantal multi-jobbers zelfs op 6,3%, waarmee België de VS (5,2% in 2009) achter zich laat.
  • Belgische mannen (4,4%) hebben iets vaker een tweede job dan de vrouwen (3,9%). Vrouwen met meer jobs combineren meestal banen in loondienst, terwijl mannen vaker werken als zelfstandige in bijberoep.
  • In de leeftijdscategorie 25 tot 49 jaar heeft 4,5% een tweede job, bij 50-plussers is dat 3,8% en bij jongeren tussen 25 en 24 gaat het om 2,5%.
  • Vooral hoogopgeleiden (5,5%) houden er een tweede job op na, gevolgd door werknemers met een gemiddeld opleidingsniveau (3,8%). Slechts 2,3% van de laaggeschoolde werknemers heeft een tweede job.

bron: FOD economie

Het aantal tweede jobs volgens sector

Sector

% van totaal aantal tweede jobs

Landbouw

3,5%

Industrie

4,6%

Bouw

7,4%

Groot-en detailhandel

10,4%

Verschaffen van accommodatie en maaltijden

6,6%

Informatie en communicatie

4,2%

Vrije beroepen, wetenschappelijke en technische activiteiten

8,2%

Administratieve en ondersteunende diensten

6,7%

Openbaar bestuur

5,8%

Onderwijs

12,9%

Gezondheidszorg

12,8%

Kunst, amusement en recreatie

6,0%

Overige diensten

4,8%

bron: FOD economie

Tekst Wouter De Broeck
Fotografie Annelie Vandendael