Hoe kan je routine in je werk zoveel mogelijk ten goede aanwenden?

“Het kunnen aanspreken, maar net zo goed het verder ontwikkelen van de eigen vaardigheden en capaciteiten is zonder meer de sterkst motiverende factor om je goed te voelen in je baan,” weet hoogleraar arbeidspsychologie Hans De Witte.

“De positieve stimulans, zeg maar. Daar tegenover staat werkdruk, de hoeveelheid werk doorgaans, als een potentieel gevaar om oververmoeid of uitgeblust te raken. Het komt er dus op aan een goed evenwicht te vinden tussen die twee.”

“Als uw werk als een sleur aanvoelt, kan dat voortvloeien uit een gebrek aan werk en stimuli, maar net zo goed het gevolg zijn van een baan waarin u te weinig wordt aangesproken op uw vaardigheden. Toch hoeft dat niet altijd een probleem te zijn: iemand die zijn job hoofdzakelijk als routinematig ervaart – neem een postbode die elke dag eenzelfde ronde doet – kan daarin perfect worden aangesproken op zijn vaardigheden. Op dat moment zal hij of zij die routine wellicht ook niet als problematisch ervaren, net omdat ze goed aansluit bij de eigen capaciteiten. Alleen is het risico groot dat te routineus werk door de meeste mensen als een onderbenutting van hun vaardigheden wordt beschouwd.

Omgekeerd kan iemand die heel complex werk doet een routineus intermezzo soms als bijzonder heilzaam ervaren. Moraal van dit verhaal: routine biedt u de mogelijkheid om even te “herstellen”, maar is alleen positief als u daarmee echt uw capaciteiten benut. Neem nu een portier of onthaalbediende: op zich is dat een eerder routineuze job, maar voor heel sociaal ingestelde mensen is dit misschien net hun droomjob. Dus is het absoluut in het belang van werkgevers dat ze erover waken dat de juiste mensen op de juiste plaats uit worden gespeeld. Waarbij we maar beter in het achterhoofd houden dat sommige taken die in de ogen van hooggeschoolden als bijzonder routineus beschouwd worden, dat niet noodzakelijk ook zijn voor de mensen die ze uitvoeren.”

<< Terug naar de andere tips