Het gevaar van de superster

Tiger Woods is een fantastische golfspeler. Michael Jordan was in zijn beste dagen een sublieme basketballer en Mohammed Ali een genadeloze bokser.

Maar de topsporters konden ook genieten van het zogenaamde ‘superstar-effect’, een verschijnsel dat onlangs beschreven werd door onderzoekers van de Northwestern University. Zij zijn tot de bevinding  gekomen dat het succes van de topsporters in kwestie ook gedeeltelijk zou te wijten zijn aan het verlammende effect dat sterren hebben op hun concurrenten.

Wanneer Tiger Woods op het toppunt van zijn kunnen deelnam aan tornooien, bleken zijn tegenstanders het slechter te doen dan wanneer Woods niet meedeed. “In plaats van een tandje bij te steken, leken de concurrenten zich net bij zijn heerschappij neer te leggen”, stelt Jennifer Brown van de Northwestern University, die het effect ontdekte, in de Amerikaanse krant Wall Street Journal. Ook het zogenaamde ‘winner takes all’-effect verlamde hen. De winnaar krijgt niet alleen een buitenproportionele som geld, maar gaat ook met alle roem lopen.

Het superstar-effect is ook belangrijk voor bedrijven die hun medewerkers tegenover elkaar willen uitspelen. Vaak worden verkopers beloond naar prestaties. Maar wanneer telkens dezelfde met de hoofdprijs gaat lopen, zouden de andere collega’s gedemotiveerd raken omdat ze de kans klein achten dat ze die superster ooit zullen verslaan. Op die manier hebben supersterren al snel een negatieve impact op de totale productiviteit van een bedrijf.

Denk bijvoorbeeld aan de aanpak van Jack Welch, voormalig ceo bij het Amerikaanse elektriciteitsbedrijf General Electric. Het bedrijf zag tijdens zijn bewind de omzet fors groeien, maar op menselijk aspect oogt het plaatje vermoedelijk minder fraai. Welch riep namelijk een extreem competitief systeem in het leven, gebaseerd op de 20-70-10 filosofie.  20 procent van de medewerkers werd genereus vergoed, de 10 procent slechtst presterenden werden er na verloop van tijd uitgebonjourd. “Je kan betwijfelen of zoiets tot gemotiveerde medewerkers zal leiden”, aldus Brown. “Eerder tot gelaten en gedesillusioneerde collega’s, omdat ze meenden toch nooit tot de elitegroep te behoren.”

Tekst: William Visterin