Herverdeling van het kindergeld in de pijplijn?

Het geld halen waar het zit: de aloude communistische mantra lijkt terug van nooit echt weggeweest. En dat onze goed opgeleide tweeverdieners daarbij in de klappen zullen delen, lijkt een haast uitgemaakte zaak. Van kinderbijslag tot tijdskrediet: wie levert in?

Het was de N-VA die de kat enkele weken geleden de bel aanbond: misschien moeten we de kinderbijslag op termijn minstens gedeeltelijk laten variëren, in functie van de zorgnoden van kinderen, klonk het. De partij haalde de mosterd voor dat voorstel bij het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck. Daar concludeerde professor Bea Cantillon (UA) immers dat ons huidige kinderbijslagsysteem tot op de draad versleten is. Omdat de bedragen al jarenlang niet meer aan de stijgende levensduurte werden aangepast, biedt de kinderbijslag al lang geen adequaat antwoord meer op de groeiende problematiek van kinderarmoede. In die mate zelfs dat ruim 17 procent van de Vlaamse kinderen anno 2012 opgroeien in een gezin met een inkomen dat beneden de armoedegrens ligt.

Cantillon wil veel verder gaan dan het schuchtere proefballonnetje van N-VA. Zij toont zich een overtuigd voorstander van het idee om bepaalde uitkeringen en toeslagen voortaan te laten afhangen van het inkomen. Ook die denkpiste komt niet zomaar uit de lucht gevallen: onder meer in Nederland en het VK liggen gelijkaardige – en al behoorlijk concrete – plannen op tafel. En het laat zich raden dat voornamelijk goed opgeleide tweeverdieners, die doorgaans al een stuk boven het gemiddelde inkomen zitten, hierbij niet buiten schot zullen blijven.

“Voor alle duidelijkheid: kinderen zijn een maatschappelijk goed, en gezinnen die kinderen grootbrengen mogen daarvoor niet financieel bestraft worden,” stelt Bea Cantillon. “Maar als we het systeem overeind willen houden, zullen we moeten nadenken over een gedeeltelijke herverdeling van het beschikbare budget. Dat gebeurt nu al in heel beperkte mate, via de verhoogde kinderbijslagen voor onder meer langdurig werklozen en gepensioneerden. In Brussel vertegenwoordigt die verhoogde kinderbijslag zelfs al 44 procent van de totale uitgaven, maar ik denk dat er nood is aan een fundamentele hervorming van het hele systeem, via gedifferentieerde kinderbijslagen in functie van het inkomen.”

Kinderopvang

Dit lijkt slecht nieuws voor de doorsnee tweeverdieners, die dan wellicht een stuk minder zouden ontvangen dan wie het met een eerder bescheiden gezinsinkomen moet stellen. Volgens Cantillon klopt dit maar gedeeltelijk, omdat we dit debat in een ruimer kader moeten plaatsen. “Vandaag genieten tweeverdieners met kinderen eigenlijk al buitenproportioneel veel van een aantal andere uitkeringen. Kinderopvang wordt fiscaal stevig gesubsidieerd, en wie doet daar het meest een beroep op? Juist: tweeverdieners. Diezelfde tweeverdieners laten hun kinderen gemiddeld ook langer studeren, en genieten dus langer van de kinderbijslag. Met andere woorden: als we het totale budget voor het grootbrengen van kinderen onder de loep nemen, dan gaat dit nu veeleer naar de gezinnen met hogere inkomens. Enige selectiviteit om dit in evenwicht te brengen, lijkt me dus wel gewenst.”

Cantillon plaatst ook de nodige vraagtekens bij het discours als zouden de tweeverdieners of de middenklasse vandaag extra geviseerd worden. “Die mensen behoren de facto tot de tien procent hoogste inkomens van het land. De perceptie als zouden we in een duale samenleving zitten met enerzijds de hardwerkende tweeverdieners die alle uitkeringen betalen en anderzijds de onderklasse die vrolijk uitkeringen opstrijkt, klopt helemaal niet. Net die tweeverdieners krijgen ook veel terug: via kinderbijslag of via goedkope kinderopvang, maar net zo goed via het hoger onderwijs of via de zwaar gesubsidieerde dienstencheques waar ze meer dan gemiddeld gebruik van maken.”

Dat verhaal gaat, zo blijkt uit onderzoek van het Centrum Herman Deleeck, ook op voor deeltijdse loopbaanonderbreking via tijdkrediet. Terwijl 7,5 procent van alle hoogopgeleide Vlaamse moeders daar gebruik van maakt, blijkt dat bij de laaggeschoolde moeders beperkt te blijven tot amper 2,3 procent. Al geeft Cantillon grif toe dat dit deels te wijten is aan de lagere arbeidsparticipatie van lager geschoolde moeders: wie minder actief is op de arbeidsmarkt, zal wellicht ook minder gebruik maken van dit soort gesubsidieerde verlofregelingen.

3,5 miljard euro per jaar

Dat er nu ook vanuit politieke hoek expliciete proefballonnetjes worden opgelaten om de kinderbijslag te herbekijken, is bijzonder veelzeggend. De voorbije jaren werd er immers al stevig bespaard, door de kinderbijslagen niet welvaartsvast te maken. Nu Vlaanderen, dankzij de zesde staatshervorming, binnenkort zelf bevoegd wordt voor de kinderbijslag lijken sommige partijen hun kans schoon te zien om hier andere accenten te leggen of aan ‘sociale herverdeling’ te doen. Het gaat dan ook om een smak geld, zowat 3,5 miljard euro per jaar.

Bea Cantillon: “We moeten het debat durven te voeren. Ikzelf pleit voor een systeem waarbij we een vast basisbedrag voor iedereen garanderen, met een extra som voor ouders met lagere inkomens. Het idee om iedereen evenveel te geven, is niet meer van deze tijd. Als je iedereen gelijk wil bedienen, dan krijgt iedereen peanuts en is dat eigenlijk weggegooid geld. Laat ons het geheel van uitkeringen en diensten dan ook herbekijken, om zo de efficiëntie daarvan op te krikken.”

Ook Yves Coemans van de studiedienst van de Gezinsbond bevestigt dat er in de politiek een en ander beweegt. “Dit thema ligt bijzonder gevoelig, maar we voelen wel degelijk dat het stilaan maar zeker op de agenda komt, zeker vanuit eerder linkse hoek. De recente heisa rond de Vlaamse kindpremie was een eerste signaal, terwijl dat natuurlijk kinderspel is in vergelijking met de 3,5 miljard euro kinderbijslag die binnenkort naar Vlaanderen wordt overgeheveld. Voor sommige drukkingsgroepen is dat de jackpot. Wanneer er vers geld moet worden gezocht, komen de ‘betere verdieners’ stilaan nadrukkelijk in beeld, niet het minst omdat dit politiek ook goed verkoopt."

"Nu, wij kunnen ons wel vinden in de analyse van Bea Cantillon dat ons huidige kinderbijslagsysteem versleten is, maar het is geen goed idee om de kinderbijslag dan maar selectiever te maken. Gemiddeld kost een kind zijn ouders 457 euro per maand, berekend over alle leeftijden heen. Kinderopvang en studiekosten zijn in dat bedrag nog niet inbegrepen. Het lijkt ons dus geen overbodige luxe dat de kinderbijslag op termijn minstens deze minimumkost zou dekken. Vandaag is dat bij een gezin met één kind maar voor 25 procent het geval, bij een gezin met drie kinderen komen we net niet aan 50 procent. Zelfs als je de belastingbonus voor gezinnen met kinderen meerekent, blijft de kinderbijslag vandaag dus veel te laag. Het welvaartsverlies is voor alle gezinnen even groot, ongeacht hun inkomen, dus vragen we ook dat iedereen recht zou blijven hebben op dezelfde kinderbijslag.”

Schaamlapje

Volgens de Gezinsbond wil Cantillon de kinderbijslag nu als een soort schaamlapje gebruiken om de tekortkomingen in onze sociale uitkeringen te verdoezelen en te compenseren. Yves Coemans: “Het argument dat er geen geld is, is wat ons betreft naast de kwestie: de overheid moet keuzes maken over hoe ze het beschikbare budget wil inzetten. Bovendien dragen alle gezinnen met werkende ouders bij aan het kinderbijslagstelsel, via de werkgeversbijdrage. Het lijkt ons logisch dat zij er ook om die reden in dezelfde mate aanspraak op kunnen blijven maken. Wie nu voorstelt om de hogere inkomens minder kinderbijslag te geven, doorbreekt die solidariteit. Als het inkomen een factor moet zijn in de welvaartsverdeling, dan moet dat volgens ons gebeuren via de fiscaliteit, niet via de kinderbijslag. Een bijkomend gevaar bij inkomenskoppeling – dat is al uit heel wat studies gebleken – is dat dit leidt tot een werkloosheidsval. Vandaag is en blijft werken de beste remedie tegen armoede. Het risico is niet denkbeeldig dat een aantal mensen minder actief op zoek zouden gaan naar werk omdat ze, zodra ze aan de slag gaan, hun kinderbijslag dan gedeeltelijk zouden verliezen.”

Wel vindt Coemans dat er vragen kunnen worden gesteld bij het verder financieren van thematische verloven, zoals ouderschapsverlof of tijdskrediet om pakweg een wereldreis te maken. “In se zijn deze verloven bedoeld om meer tijd en zorg aan de kinderen te kunnen besteden. Laat ons daar dan misschien iets nauwer op toekijken. Dat debat mag best gevoerd worden.”

Kinderbijslag (werknemers)
= basisbijslag + leeftijdstoeslag (bedragen vanaf 1/12/2012)
  Eerste kind Tweede kind Derde kind
0-5 jaar 90,28 euro 167,05 euro 249,41 euro
6-11 jaar 106,01 euro 198,41 euro 280,77 euro
12-17 jaar 114,23 euro 214,97 euro 297,33 euro
18-24 jaar 117,88 euro 227,98 euro 310,34 euro