Guido Dumarey: "De vakbonden zijn eigenlijk totaal voorbijgestreefd"

Serial entrepreneur Guido Dumarey (53) sloeg begin dit jaar zijn grootste slag ooit, met de overname van de GM-fabriek in Straatsburg. Sindsdien pendelt hij tussen zijn woonplaats Sint-Martens-Latem, Straatsburg en Parijs. We zochten hem op in het schitterende Château Hotel Mont Royal in Chantilly. “Ons arendsnest hier in Frankrijk”, zoals hij het zelf monkelend omschrijft. Een gesprek over vallen en opstaan, vakbonden en melkrobotten, geraniums en onkruid.

De glazen zijn leeg, de maaltijd verteerd, alles is gezegd. Rest enkel nog de taxirit richting Parijs, maar dat is buiten de autofanaat in Guido Dumarey gerekend. “Ik breng je wel”, klinkt het beslist. “Een kleine moeite op dit uur.” Aan het bordes van het hotel wacht de BMW 750 diesel: acht versnellingen, drie turbo’s, indrukwekkend acceleratievermogen. Een halfuurtje, 50 kilometer en twee snelheidsboetes later dropt hij me netjes op de stoep van het hotel, hartje Parijs. Dumarey rijdt zoals hij praat: snel, gedreven, zonder omwegen. Zonder ooit zijn eindbestemming uit het oog te verliezen. De ‘collateral damage’ neemt hij er desnoods maar bij.

Klappen krijgen, tegen de touwen gaan en weer opstaan, winnen en verliezen: het zit Dumarey in de genen. Amper vier jaar geleden moest hij nog een ware uppercut incasseren, toen de overname van de Duitse wielenfabrikant BBS faliekant afliep en hij zijn technologieholding Punch volledig uit elkaar zag vallen. “Een inschattingsfout, die me vijf jaar aan een stuk maandelijks gemiddeld 350.000 euro gekost heeft. Reken maar op een verlies van 50 miljoen euro”, geeft hij zonder veel omwegen toe.

“Maar ik bekijk dat als een autocoureur: af en toe moet je eens in het decor belanden, al was het maar om te begrijpen waar de limieten liggen. Ik heb lessen getrokken uit dat Duitse avontuur: laat je in zaken nooit te veel leiden door pure emotie. Op een gegeven moment reden liefst zeven Formule 1-teams met wielen van ons. Kwalitatief waren we top, maar we konden geen geld verdienen. En dan stopt het verhaal, hoe mooi het ook klinkt. Voor elk wiel dat BBS produceerde, liepen er in China vier minderwaardige kopieën van de band. Als een garagist vier van die goedkopere kopieën op een Porsche monteerde, had hij op een kwartier tijd 3.000 euro verdiend. Dat was een gevecht dat ik nooit kon winnen, zeker niet tegen de achtergrond van de economische crisis, die toen in alle hevigheid was losgebarsten."

"Ik was oprichter, hoofdaandeelhouder én ceo van Punch International, waar ik 2.000 mensen tewerkstelde, maar zag me dus verplicht om mee te gaan in een kapitaalverhoging. Meteen was ik ook de controle kwijt over m’n kindje. Zoiets doet pijn, maar dan moet je als baas je verantwoordelijkheid opnemen. Ik heb het goede stuk van het bedrijf, waarmee ze niet konden verongelukken, aan het management overgelaten. De rest heb ik op mij genomen en de afdelingen die niet meer levensvatbaar waren, heb ik opgedoekt. Er was geen andere optie, en het leven gaat verder. Op zulke momenten ben ik daar heel nuchter in. Natuurlijk heb ik in de aanloop naar die crash zelf ook fouten gemaakt, maar we zijn toen allemaal – zowel ikzelf als mijn management – in snelheid gepakt door de crisis.”

Chicago

Het hoge woord is er eindelijk uit: de crisis. “Ik zal het nooit vergeten: het was een hete zomerdag in 2007, en samen met mijn vrouw wandelde ik wat rond in Chicago. Plots merkte ze op dat alle winkels er leeg uitzagen en dat niemand iets kocht. Hoe kan dat nu, vroeg ze zich af. Op dat moment had ik beter naar mijn vrouw moeten luisteren. Daar in Chicago werden we geconfronteerd met de voorbode van de crisis die een jaar later ook bij ons in alle hevigheid zou toeslaan. Tot op vandaag laten de gevolgen van die crisis zich almaar heviger voelen. Ook wie zijn baan niet verloren heeft, loopt met de daver op het lijf. En ik vrees dat dit nog jaren zal duren. Daarom heb ik een boodschap voor de Europese jongeren: verlies hier niet langer je tijd, trap het af. Dat politici me dat soort uitspraken niet in dank afnemen, zal me worst wezen. Net zomin als bedrijven geen boodschap mogen hebben aan jaknikkers in het management, moeten wij onze politici niet naar de mond praten. Ik reis de wereld rond, ik zie het totaalbeeld, ik versta het verhaal. En heb dus recht van spreken, denk ik dan.”

“Toen ik medio jaren 80 van school kwam, wilde de helft van mijn klasgenoten een eigen zaak starten. Vandaag lijkt iedereen het liefst zo snel mogelijk bij de overheid aan de slag te gaan, terwijl we de staat net zouden moeten ontvetten. Europa, dat is voor mij Bokrijk geworden. Wie jong, ambitieus en getalenteerd is, heeft hier dus niet veel meer te zoeken. De oprukkende jeugdwerkloosheid leidt stilaan tot een verloren generatie, die bovendien zal moeten opdraaien voor torenhoge vergrijzingskosten. We hebben in België een gigantisch welvaartssysteem ontwikkeld, gekoppeld aan een heel starre arbeidsmarkt, en dat is niet houdbaar.”

Geloofwaardige socialisten

Hoe pakt Dumarey het dan aan in Frankrijk, waar de communistische vakbond nog dagelijks de Internationale aanheft en de staat overal een vinger in de pap heeft? “Frankrijk is een stuk kleiner dan Duitsland, maar het land telt 25 procent meer jongeren. Binnen twee decennia telt Frankrijk dus evenveel werkenden als Duitsland, terwijl het twintig procent minder inwoners heeft. Het feit dat links hier nu aan de macht is, beschouw ik eerder als een troef: enkel de socialisten kunnen Europa redden uit de huidige malaise. Een liberaal die wil bezuinigen, wordt op de werkvloer weggelachen, want die wil enkel de bedrijfswinst optrekken. Als een socialist wil bezuinigen, is zijn geloofwaardigheid veel groter, en luisteren de mensen. Kijk maar wat Schröder heeft gedaan in Duitsland. Ik ben niet doof voor de klaagzang over de lage lonen daar, maar de mensen zijn tenminste bezig. Arbeid is een basisrecht dat je eigenwaarde vergroot en voorkomt dat je maatschappelijk ontspoort.”

Toen Dumarey in 2009 zijn holding Punch uit handen moest geven, verdween hij een hele tijd uit de schijnwerpers. Maar zie, goed vier jaar later is de straatvechter weer recht gekrabbeld en kondigt hij doodleuk de overname van de transmissiefabriek van General Motors in Straatsburg aan. “Vijf jaar ben ik hier al mee bezig,” klinkt het. “In 2008 ketste de deal af, toen enkele Chinezen 125 miljoen dollar boden voor de fabriek. Niet om ze te redden, maar wel in de hoop alle technologie te kunnen inpikken. Twee jaar later ben ik zelf naar New York getrokken, toen GM in ‘chapter 11’ zat, maar op het laatste nippertje toch besliste om de fabriek te houden. Medio vorig jaar werd ik benaderd door Barclays Bank, met de vraag of ik nog altijd interesse had in de fabriek. Mijn antwoord was ja, op voorwaarde dat het kon tegen de overnamecondities van 2010.”

Er zijn in België wellicht geen andere ondernemers te vinden die zo gepassioneerd zijn door auto’s en autotechnologie als Guido Dumarey. Aandrijfriemen, versnellingsbakken, vierwielaandrijvers en DCT-transmissiesystemen: hij kan er als het moet uren over doceren, met het enthousiasme van een vijfjarige die wordt losgelaten in een speelgoedwinkel. Zelf bouwde hij de voorbije decennia ook een indrukwekkende privécollectie op, met als absoluut pronkstuk een Porsche 935 die in de jaren 70 furore maakte in de 24 uur van Le Mans. Dumarey, met glinsterende ogen: “750 paarden. Ik heb een team van acht mensen dat niets anders doet dan sleutelen aan die wagens. Je moet er een beetje zot voor zijn, maar ik ben nu eenmaal verzot op techniek. Binnenkort starten we in Straatsburg met de productie van achtversnellingsbakken. We nemen het hele zaakje over van GM, inclusief de 1.000 werknemers. Mét contracten en garanties op het vlak van werkgelegenheid tot 2017. Over de verdere modaliteiten onderhandel ik nu met de administratie in Parijs. Een centralistischer bestuur dan in Frankrijk vind je nauwelijks in Europa, maar respect voor ondernemers, dat hebben ze hier nog wél een beetje.”

Melkrobotten

De overname in Straatsburg illustreert beter dan wat ook de twee grootste kwaliteiten van Dumarey: een buitengewoon inzicht in de autosector wereldwijd en een opmerkelijke neus voor goede zaakjes. Overnemen tegen een gunstig prijsje, herstructureren en opnieuw rendabel maken, met de nodige winst verkopen: hij maakte er de voorbije jaren zijn handelsmerk van. “Ik koop graag bedrijven met een hoekje af. Altijd schort er wel iets aan: te duur, technologisch niet volledig meer mee, een slechte locatie, noem maar op. Mislukking is dan een ingecalculeerd risico. In 2002 kocht ik Xeikon, dat nu op de beurs van Amsterdam noteert, voor 20 miljoen euro. Twee jaar eerder was het op de Nasdaq nog 800 miljoen dollar waard. Mijn financier van Fortis belde me indertijd op met de boodschap dat ik er moest afblijven, dat ik me eraan zou verbranden. Als een bedrijf als Agfa dit niet kan, hoe zou jij het dan kunnen, klonk het."

"Ik heb het advies van mijn bankier feestelijk aan mijn laars gelapt, omdat het businessmodel van Xeikon gebaseerd was op datamanagement, en daar kende ik alles van. Toen ik het bedrijf in 2009 van de hand moest doen, zaten we aan een omzet van 118 miljoen euro, met een potentieel van 140 miljoen. Had ik het niet opgeraapt, ooit, dan was dat bedrijf ongetwijfeld in vreemde handen gevallen. Uitdagingen spreken me aan, maar ik ga nooit echt onbezonnen te werk. Toen ik me in 2002 inkocht in Prolion, een bedrijf dat melkrobotten maakte, kende ik totaal niets van die business, maar ik geloofde er wel in. Een boer die jaarlijks 10.000 liter melk uit een koe wil halen, moet dat beest driemaal per dag melken, zeven dagen op zeven. Dat is geen leven. En dus ga ik op zoek naar oplossingen, probeer ik daar zoveel mogelijk over te lezen, en hak dan knopen door. Mijn Punch juniorteam, vier beloftevolle jonge knapen, ontvangen van mij een bepaald bedrag per dag om constant dingen uit te zoeken. Ik doe nooit zomaar iets in een opwelling: het moet in de maakindustrie zijn en ik moet het verschil kunnen maken."

"Of geld dan een grote rol speelt? Eerlijk? Nee, ik moet mijn rekeningen kunnen betalen, uiteraard, maar geld is nooit een primaire motivatie geweest. Meer nog: als een product of bedrijf te succesvol of te kapitaalintensief wordt, dan doe ik het van de hand. Maar auto’s, die zullen altijd blijven rondbollen. En als er in die sector één ding toekomst zal blijven hebben, dan is het wel de Duitse auto-industrie. De hele wereld droomt van een Duitse auto. Dat is vreemd genoeg voor een flink stuk te danken aan het gebrek aan snelheidsbeperkingen op de Duitse snelwegen. Een legaal systeem om snel te rijden geeft een fantastische boost aan de ontwikkeling van superieure autotechnologie. Wanneer ik ’s avonds laat op de A5 tussen Karlsruhe en Basel rijd, dan verkeer ik daar in het gezelschap van de helft van de testpiloten van Mercedes. In München, op de A7, flitsen de jongens van BMW me voorbij. (droog) Oké, af en toe verongelukt er wel eens eentje, maar ze zorgen er wel voor dat je tegenwoordig 300 kilometer per uur kan rijden zonder al te veel ongelukken. Dat heet dan innovatie."

"Die topmarkt van technologische ontwikkeling zal altijd in Europa blijven. De Peugeots, de Fords of de Opels van deze wereld trekken weg, maar in die markt ben ik ook niet geïnteresseerd. In Straatsburg ga ik nu hoogtechnologische versnellingsbakken ontwikkelen, uitsluitend voor de topniche. Als ondernemer moet je duidelijke keuzes durven te maken. Vandaag investeer ik bijvoorbeeld volop in de ontwikkeling van machines voor seismografisch onderzoek naar schaliegas. Het gaat om een soort zware vrachtwagens die over het land rijden en op basis van de resonantie kunnen nagaan of er schaliegas in de ondergrond zit. Ook dat is een niche met toekomst.”

Vakbonden

Dumarey geniet de reputatie – we blijven beleefd – nogal koppig te zijn. Geen gemakkelijke jongen bovendien, met een haast viscerale afkeer van belastingen en vakbonden. Een afgevaardigde die in 2009 aan de poorten van Punch Graphix in Lier kennismaakte met de vuist van Dumarey – een uitschuiver die hij tot vandaag betreurt – weet daar alles van. Dat uitgerekend zo iemand vandaag 150 miljoen euro investeert in Frankrijk, daarmee 1.000 banen redt en zich zo van de eeuwige dankbaarheid van de Franse bonden verzekerd weet, is dan ook de ironie ten top.

“Ik bied mijn medewerkers de kans om iets te creëren. Daarbij mogen ze falen – dat doe ik zelf ook – zolang ze maar geen tweemaal dezelfde fout maken. Ik betaal mijn mensen om verantwoordelijkheid te nemen, wat impliceert dat ze desnoods collega’s op hun fouten moeten wijzen. Wie dat niet doet, is in mijn ogen mee verantwoordelijk als het fout loopt, maar ik heb intussen wel geleerd om met mislukkingen om te gaan. Als er van tien bedrijven waar ik de touwtjes in handen heb zeven slagen, eentje kwakkelt en twee op de fles gaan, dan vind ik dat een mooie succesratio. Het zal je wellicht verbazen, maar met de vakbonden van de arbeiders heb ik nog nooit problemen gehad. Wel met die van de bedienden. Bij een herstructurering in een bedrijf gaat 80 procent van de beschikbare middelen naar de bedienden, terwijl de arbeiders doorgaans een veel grotere groep vormen. Dat is toch niet logisch?"

"Los daarvan stellen werknemers zich doorgaans veel realistischer en nuchterder op dan de vakbondslui die geacht worden hen te vertegenwoordigen. Als ik een bedrijf moet herstructureren, en daarbij van de vakbond te horen krijg dat ik de boel beter volledig kan sluiten, zodat iedereen gelijk behandeld wordt: waar zijn we dan mee bezig? Ah, de vakbonden, eigenlijk zijn die totaal voorbijgestreefd. Ik besef maar al te goed dat ik nooit de geschiedenisboeken zal ingaan als het prototype van de lieve baas, maar ik ben er ook lang niet zeker van dat werknemers dat van mij verlangen. Zij willen in de eerste plaats stabiliteit en duidelijkheid, en ik ben iemand die hen dat al in een heel vroeg stadium zal bieden. Als een bedrijf niet levensvatbaar is, dan wil ik daar niet flauw over doen. Mijn boodschap is doorgaans heel duidelijk, al kan er misschien wel gediscussieerd worden over de wijze waarop ik ze breng. (lacht) Maar goed, ik ben nu dertig jaar bezig, en ik durf toch te stellen dat de zakelijke balans al bij al positief oogt.”

Stoppen, daar denkt Guido Dumarey nog lang niet aan. “Wat wil je, dat ik voor de rest van mijn dagen achter de geraniums ga zitten? Als ik in mijn ontwikkelingscentrum in Straatsburg rondloop, is dat puur genieten. Niet enkel omdat autotechniek een ware passie is, maar ook omdat ik onafhankelijk ben. Dat is voor mij het hoogste goed in het leven. Al te veel mensen in ons land zijn afhankelijk van de staat. Wie een beetje nadenkt, weet dat dit niet kan blijven duren. Zelfs ondernemers worden in België tegenwoordig onder een stolp gestopt, goed beschermd en zo finaal ook afhankelijk gemaakt. We geven ze wat subsidies of innovatiepremies en zeggen dan: let wel op dat je het geld niet verbrast. Resultaat? Ze durven niet meer met het hoofd tegen de muur te lopen. Wie bescherming zoekt, moet werknemer worden, geen ondernemer. En wie nog echt wil ondernemen, kan dus beter over de grenzen kijken. Mogelijkheden zat daar.”

 

De voortuin als selectiecriterium

Wie bij Guido Dumarey aan de slag wil, kan maar beter over een goede hark en een stevige dosis onkruidverdelger beschikken. De wat eigenzinnige ondernemer houdt er immers een nogal apart selectiecriterium op na, wanneer hij topmedewerkers wil aanwerven. Hij rijdt steevast tot bij het huis van de kandidaat, waar hij even poolshoogte neemt ter hoogte van de voortuin. “Als het onkruid in hun tuin hoog staat, zal het onkruid in hun hoofd wellicht ook welig tieren”, klinkt het doodnuchter. “Vind je dat zo vreemd? Het gaat wel over mensen die later met mijn portefeuille rondlopen. Iemand die thuis de zaken niet netjes op orde heeft en daar niet de nodige rust vindt, zal op het werk ook niet optimaal presteren. Als ik dus hoor dat werknemers thuis in de nesten zitten, stuur ik hen gegarandeerd naar huis om de boel recht te trekken. Dat kan gaan van zieke kinderen tot een verbouwing die uit de hand loopt. Ja, ik ben soms veel te zacht voor deze wereld.” (grijnst)

 

 

Wie is Guido Dumarey?

  • 1950: Guido Dumarey wordt geboren in Knokke, waar zijn vader een steenbakkerij bezit. De jonge Dumarey is amper drie als zijn vader omkomt in een auto-ongeluk.
  • 1982: Na de overname van een failliete drukkerij richt Dumarey Punch op, een industriële holding die vooral actief is in de grafische sector en in de auto-industrie.
  • 2002: Dumarey neemt het noodlijdende Xeikon over, en maakt het bedrijf in enkele jaren opnieuw gezond.
  • 2009: De holding Punch International, waar intussen ruim 2.000 mensen aan de slag zijn, valt volledig uit elkaar als gevolg van de economische crisis.
  • 2010: Dumarey neemt een doorstart met Punch Metals, en gaat opnieuw op het overnamepad.
  • 2013: Met de overname van de oude GM-fabriek in Straatsburg, inclusief 1.000 werknemers, realiseert de West-Vlaamse ondernemer zijn grootste stunt ooit.

Tekst: Filip Michiels, Chantilly
Fotografie: Jonas Lampens