Gezocht: allochtone verpleegkundigen met lef

Terwijl de verzorgingssector de volgende jaren tienduizenden vacatures in de aanbieding heeft, blijven verpleegkundigen met allochtone roots witte raven in onze ziekenhuizen.

Cijfermateriaal

De vaststelling is even veelzeggend als ontnuchterend: hoewel zowat iedereen het erover eens is dat er onder werkzoekenden of studenten van allochtone afkomst nog flink wat potentieel zit voor de zorgsector, beschikt niemand over cijfers die dat ook zwart op wit kunnen staven. Toch een poging daartoe: in 2007 zouden er in heel Vlaanderen maar 8 nieuwe verpleegkundigen van allochtone afkomst aan de slag zijn gegaan. Dat was toen minder dan 0,1% van het totale aantal verpleegkundigen.

Recenter cijfermateriaal is niet meteen voorhanden, maar een kleine rondvraag bevestigt de indruk dat allochtonen nog steeds niet massaal de weg vonden naar een baan in Vlaamse ziekenhuizen of verzorgingscentra. “Eerlijk gezegd zou ik je ook niet kunnen vertellen hoeveel medewerkers van allochtone afkomst we hier vandaag tellen,” vertelt Marc Verpoort, HR-directeur van het AZ Groeninge in Kortrijk. Met goed 2500 medewerkers is AZ Groeninge een van de grootste werkgevers in de regio. Het ziekenhuis lanceerde in 2004 een diversiteitsplan waarbij onder meer de tewerkstelling van allochtonen bijzondere aandacht kreeg.

“Dat plan heeft wel wat vruchten afgeworpen, maar ik heb de indruk dat het aantal allochtonen in de keuken- of schoonmaakploeg toch nog een stukje hoger ligt dan de populatie verpleegkundigen van allochtone afkomst. Over exacte cijfers beschik ik niet meteen, al was het maar omdat moeilijk te bepalen valt wie nu precies nog onder de definitie ‘allochtoon’ valt. Ik vermoed dat hoogstens 1 tot 2 procent van al onze verpleegkundigen allochtone roots heeft,” klinkt het nog. “Dat blijft hoe dan ook een gemiste kans, want elke verpleegkundige die vandaag afstudeert vindt moeiteloos een baan. Ik heb ook de indruk dat het probleem niet in eerste instantie tot de werkvloer zelf terug te voeren is. Eens ze aangeworven zijn, loopt de integratie van allochtone verpleegkundigen binnen het ziekenhuiskader doorgaans op wieltjes. Het schoentje wringt elders: om een of andere reden slagen we er blijkbaar niet in voldoende kandidaten van allochtone afkomst naar opleidingen in de zorgsector te leiden. Misschien moeten we ons dus maar eens bezinnen over de communicatiekanalen die we binnen ons onderwijssysteem gebruiken om allochtonen te bereiken.”

“Dat klopt,” bevestigt ook Tarkan Demircim, zelf van Turkse afkomst. Hij stampte enkele jaren terug een marketingbedrijfje uit de grond dat heel specifiek op etnische doelgroepen mikt. “Die zijn nu eenmaal een stuk moeilijker bereikbaar via traditionele kanalen, zo blijkt uit onderzoek in België én Nederland, en daar trachten wij dan ook op in te spelen.”

“Heel typisch voor Belgen van Turkse of Marokkaanse afkomst is het belang van de informele netwerken als informatiebron. Terwijl je de doorsnee Vlaming voor pakweg een overheidscampagne relatief eenvoudig kan bereiken via grote reclameborden langs de weg of via krantenadvertenties, spreek je met die kanalen amper landgenoten met allochtone roots aan. Wat concreet betekent dat wij, als we bijvoorbeeld de Marokkaanse consument willen bereiken, veeleer naar een affichecampagne in Marokkaanse theehuizen zullen grijpen,” legt Tarkan uit. “Idem dito voor het zoekgedrag op de arbeidsmarkt: een Nederlands onderzoek wijst uit dat de keuze voor een bepaalde opleiding of baan bij jongeren van allochtone afkomst voornamelijk gestuurd wordt door ouders en familie, en veel minder door  jobadvertenties bijvoorbeeld.”

Religieuze drempels

Heel wat gevoeliger, maar daarom niet minder relevant: de culturele en religieuze drempels die nogal wat allochtone vrouwen op hun weg vinden wanneer ze een carrière in de zorgsector overwegen. In een recent onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Raad voor Werk en Inkomen, bevestigen enkele Nederlandse onderzoeksters dat die culturele en religieuze belemmeringen nog altijd een grote rol spelen. “Veel Turken en Marokkanen zijn niet goed bekend met de Nederlandse gezondheidszorg en baseren hun beeld van de zorg vooral op de situatie in het land van herkomst. Daar speelt de familie een belangrijke rol en is het haast ondenkbaar dat je bijvoorbeeld ouderen naar een verzorgingsoord brengt. Dit beeld wordt niet bijgesteld naar de Nederlandse situatie, ook al omdat die mensen vaak niemand kennen die in de zorgsector aan de slag is. Dit resulteert dan in een uitvergroting van de lichamelijke basiszorg en het huishoudelijke werk, waardoor geen beeld ontstaat van een professioneel vak. Een baan in de zorgsector heeft dan ook bijzonder weinig status.”

Het Nederlandse onderzoek zoomde ook in op de problemen die allochtone vrouwen blijven hebben met de lichamelijke intimiteit in het werk. Vooral het wassen van mannen vormt een struikelblok. “Ook de familie, en dan vooral de mannelijke familieleden, schrikt van deze consequenties van een opleiding en werk in de verpleegkunde. Deze problemen vinden hun basis voor een deel in hun religie, maar meer nog in culturele factoren,” concluderen de onderzoeksters. “Daarnaast is ook het traditionele verwachtingspatroon over de taken van de vrouw in het gezin en de man-vrouw verhouding in het algemeen vaak een hinderpaal. Bovendien ontbreekt het de meisjes doorgaans aan geschikte rolmodellen die kunnen aantonen dat de combinatie van carrière en gezin binnen de zorgsector best mogelijk is.”

Rolmodellen

Een van die zeldzame rolmodellen is Souad Abihi (21). Geboren in Marokko, getogen in België en sinds augustus vorig jaar aan de slag op de psychiatrische afdeling van het AZ Groeninge in Kortrijk. “Toegegeven, toen ik uit het middelbaar kwam, dacht ik zelf ook niet meteen aan verpleegkunde, maar het zorgaspect heeft me altijd wel aangesproken. Toen ik uiteindelijk besliste om voor een A1 verpleegkunde te kiezen, zagen mijn ouders daar ook helemaal geen graten in. Nu, mijn twee oudere zussen werkten ook al in de sector, dat heeft wellicht ook geholpen.” Op de psychiatrische afdeling speelt het puur lichamelijke aspect uiteraard minder mee, maar tijdens haar stage draaide Souad ook mee op de algemene afdeling van het ziekenhuis, waar ze net zo goed mannen als vrouwen verzorgde. “Dat is voor mij helemaal geen punt. Omgekeerd valt het soms wel voor dat allochtone mannen zich liever niet door een allochtone verpleegster laten wassen of verzorgen. In dat geval doe ik gewoon beroep op een collega.”

“Toen ik in Kortrijk studeerde, was ik de enige studente van allochtone afkomst in vier klassen. Het klopt dus wel dat er relatief weinig verpleegsters van allochtone afkomst rondlopen. Ik zie daarvoor verschillende verklaringen. Heel wat meisjes van allochtone afkomst huwen op relatief jonge leeftijd. Daarnaast zijn ze ook minder geneigd om verder te studeren dan de doorsnee Vlaming. En last but not least spelen er wellicht ook culturele elementen: binnen het traditionele rollenpatroon staan mannen er niet om te springen om zelf voor de kinderen te zorgen. Een vrouw met een sterk wisselend uurrooster en nachtwerk past niet zo echt in dat plaatje (lacht).”

Tekst: Filip Michiels - Foto: Isabel Pousset