Games verzinnen in de Bergense e-vallei

Het Waalse gamebedrijfje Fishing Cactus werd drie jaar geleden opgericht met Europese en Waalse steun. Vandaag heeft het twintig werknemers in dienst – waaronder twee Vlamingen die elke dag pendelen - en een jaaromzet van een miljoen euro. Van de crisis merken ze weinig: er is zelfs te veel vraag.

De Digital Innovation Valley in Bergen is een pronkproject van de Bergense burgemeester Elio Di Rupo. De heer met de strik wil de economie in zijn regio heroriënteren aan de hand van nieuwe technologieën. Liefst nog voor 2015, het jaar waarin Bergen culturele hoofdstad van Europa wordt. Blikvanger in de Digital Innovation Valley is Microsoft Innovation Center (MIC), een partnerschap tussen de Amerikaanse computerreus en het Waalse gewest om de lokale it-sector te stimuleren. In de schaduw van MIC bloeien Waalse ondernemingen als Fishing Cactus, een onafhankelijke ‘game development’-studio.

Fishing Cactus is een jong, hip en snelgroeiend bedrijf. Ik heb een afspraak met commercieel directeur Laurent Grumiaux, maar moet hem op het grasveldje achter de studio gaan zoeken: lastminute-teambarbecue ter ere van het zonnige herfstweer. Grumiaux vervoegde het bedrijf ruim een jaar nadat het in 2008 door vier ex-werknemers van een ter ziele gegaan gamebedrijf werd opgericht. “Typisch voor Fishing Cactus is dat we altijd meerdere projecten hebben lopen”, zegt Grumiaux. “Bovendien ontwikkelen we onze games met een eigen technologie, waardoor we eenzelfde spel met minimale aanpassingen op verschillende platformen kunnen uitbrengen.”

Jullie ontwikkelen meer dan recreatieve videospelletjes?

“In 2010 maakten we 35 games. Pure videospelletjes zorgen voor 55 procent van onze omzet. Een succestitel is Woof the Dog. Woof heeft momenteel twee miljoen spelers - niet slecht voor een game waar met vier mensen tweeënhalve maand aan is gewerkt. In het verleden maakten we vaak advergames voor full digital agencies (reclamebureaus die sterk inzetten op sociale media en online campagnes, red.). Denk aan onze spelletjes voor Lotus of Renault Clio. Tegenwoordig doen we dat minder, uit tijdsgebrek. Advergames maken dit jaar 10 procent van onze omzet uit. De overige 35 procent halen we uit serious games, die we altijd ontwikkelen met software die in staat is tot complexe gebaar-, spraak- en gezichtsherkenning, waardoor je kunt spelen zonder afstandsbediening.”

Hoe ernstig zijn die ‘serious’ games?

“Ze kunnen een meerwaarde betekenen in vier domeinen. Je kunt ze inzetten voor de opleiding van veiligheidspersoneel. Denk aan een multi-player game waarin je branden moet blussen op een gevaarlijke plek. Ze kunnen een educatief doel hebben, zoals een spel dat we ontwierpen om kinderen vertrouwd te maken met democratie. Er zijn medische toepassingen, zoals een serious game dat helpt bepalen of een patiënt met cognitieve problemen nog zelfstandig kan wonen. En tenslotte kun je personeel via games technisch trainen. Op dat vlak werken we met een Franse industrieel aan iets moois, maar meer kan ik daar niet over kwijt.”

Het gaat Fishing Cactus voor de wind?

“We mogen niet klagen. Onze jaaromzet steeg van 100.000 euro in 2009 naar 650.000 euro in 2010. Dit jaar ronden we de kaap van het miljoen. We hebben nu twintig mensen in dienst: tien spelontwikkelaars, vier kunstenaars, vier game designers, een project manager en een administratieve kracht. Typerend is dat drie van onze vijf directeurs – die allemaal zelfstandig zijn – ook halftijds games ontwikkelen. We zitten gewoon samen in de studio, niemand heeft een chique bureau. In 2012 hopen we te scoren met een topproject. We brengen in samenwerking met het Franse Big Ben Creatures 4 uit. De eerste drie spelen waren gigantisch populair tussen 1992 en 2002. Benieuwd wat het eerste nieuwe spel na tien jaar stilte zal doen.”

Een spelletje voor de IPhone kost minder dan een euro. Hoe kom je dan aan een jaaromzet van een miljoen?

“Als je games verkoopt via online distributeurs als App Store of Marketplace krijg je 70 procent van de opbrengst. In het klassieke winkelmodel is dat hooguit 5 procent. De grote uitdaging is om op te vallen in de digitale winkels en massa’s spelers te bereiken. Daarvoor heb je contacten nodig met de online pers, een sterke community manager en de hulp van sociale media. Creatures 4 zullen we als een gratis spel aanbieden met ingebouwde betaalopties, een concept dat bij Woof the Dog zijn diensten al bewezen heeft. Ruim 10 procent van de spelers zal die opties gebruiken en nog eens 10 procent van hen zal 10 tot 50 euro spenderen. Reken maar uit. Met twee miljoen spelers verdient een game dat 30.000 euro kostte om te ontwikkelen zichzelf tiendubbel terug.”

Zorgt de Waalse context voor specifieke uitdagingen?

“De administratieve en fiscale lasten zijn zwaar, maar dat geldt voor heel België. Ik beschouw het aantrekken van goede mensen als onze grootste uitdaging. Momenteel heeft de hogeschool Howest in Kortrijk de meest uitgebreide opleiding tot game developer. Ook de universiteit van Namen biedt die richting aan. Voor game designers bestaat er in heel België niet één school. Die is er wel in Valenciennes in Frankrijk en dat is gelukkig niet ver. Vlak na de opstart konden we onze mensen zelf intern trainen maar voor dat soort intensieve begeleiding hebben we geen tijd meer. Twee van onze game developers zijn Vlamingen met ervaring bij onze tegenhangers in Gent of Antwerpen. Voor Fishing Cactus komen ze dagelijks naar Bergen. In Vlaanderen wonen en in Wallonië werken – het kan (lacht).”

In de Digital Innovation Valley is Fishing Cactus goed omringd.

“Bergen schept het juiste kader voor ons bedrijf. De Digital Innovation Valley garandeert zichtbaarheid. We hebben goede contacten met het Microsoft Innovation Center en met Technocité, het Waalse kenniscentrum voor ict en digitale media. Ook LME (La Maison de l’Entreprise, red., een Europees centrum voor ondernemerschap en innovatie, gesteund door de Waalse regio en het Europese Fonds voor regionale ontwikkeling) is vlakbij en een brug naar internationale contacten. Bergen wordt in 2015 de culturele hoofdstad van Europa. In dat kader hebben we al eens gebrainstormd met de lokale technologiebedrijven. Hopelijk komt uit die rondetafel iets concreets.”

Op welke financiële steunmaatregelen of subsidies kunnen jullie rekenen?

“Omdat vier op de tien van onze werknemers jonge schoolverlaters zijn betalen wij voor hen verminderde sociale bijdragen. Eenvijfde van ons R&D-materiaal kochten we met steun van de Waalse regio. Awex (Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements, red.) betaalt de helft van onze reiskosten naar expo’s of voor commerciële ritten. De Europese Commissie geeft ons ook subsidies voor onderzoek. Dat is mooi, al is het jammer dat Europa altijd een lijvig dossier vraagt en bij toewijzing extra voorwaarden stelt. Verder zijn we via Multitel, een onderzoekscentrum in de schoot van de universiteit van Bergen, betrokken bij een Europees project rond lichaamstaal. Dankzij het Creative Wallonia Program tenslotte zijn we de officiële leverancier van de cross-media apps en websites van drie films van het Waalse filmagentschap, Wallimage.”

Hoe belangrijk is export?

“Het mooie aan de digitale markt is dat ze geen geografische grenzen heeft. Zo’n 80 procent van onze klanten zijn buitenlanders en dan heb ik het niet over gamers die een spelletje downloaden maar over studio’s of gameproducenten. We werken regelmatig voor Big Ben Interactive, de Franse marktleider op het vlak van videospellen. Daarnaast hebben we onder meer Amerikaanse, Koreaanse, Franse en Italiaanse klanten. Elk jaar gaan we naar een beurs voor game developers in San Francisco. Daar staan tweehonderd standhouders uit de hele wereld. Dat is het netwerkmoment bij uitstek. Het gamewereldje is verrassend klein. Het is niet moeilijk om de president van Microsoft persoonlijk te kennen. We geven ook present op de beurs Game Connection in Parijs.”

Wat zou je leven als ondernemer eenvoudiger maken?

“Ik vind het normaal dat een beginnende onderneming belastingen betaalt, maar kan dat niet met terugwerkende kracht? De eerste drie jaren kun je de winst van een jong bedrijf beter herinvesteren in de ontwikkeling van het bedrijf. Het is niet evident om als start-up 34 procent belasting te betalen op de winst van een boekjaar terwijl de helft van je klanten nog niet heeft betaald. Twee weken geleden stond ik helemaal versteld door een brief van ons sociaal secretariaat. We willen onze medewerkers maaltijdcheques geven maar door het Interprofessioneel Akkoord 2011-2012 mag dat niet. We mogen bedienden dit jaar geen enkele vorm van loonsverhoging geven. Hoe moeten we onze werknemers met drie jaar ervaring dan houden? De concurrentie koopt hen weg en dat is nefast. Ik vind het zo absurd dat ik er een brief over heb geschreven aan minister Milquet.”

Lig je soms wakker van je pensioen?

“We denken aan de toekomst, maar eerder met ambitie dan met angst. We willen op termijn grond kopen en een bedrijfsgebouw met een cafetaria en een crèche bouwen. Onze mensen moeten kunnen meegroeien met Fishing Cactus. We vinden familiewaarden belangrijk. Het heeft ook geen zin om te sakkeren over het lage ondernemerspensioen. Alsof iemand pensioen zal krijgen in 2045! Eigenlijk maken we ons weinig zorgen. Als zelfstandig ondernemer leg je zoveel waardevolle contacten dat je altijd ergens terecht kunt als het misloopt. De game-industrie is weinig crisisgevoelig. Een spelletje is zo’n kleine uitgave dat klanten er niet snel op bezuinigen. Momenteel lopen de aanvragen in sneltempo binnen. We kampen met een luxeprobleem: we moeten leren nee zeggen om op een solide manier te blijven groeien.”

Ondernemen in Vlaanderen versus Wallonië: duidelijk meer kmo’s, zelfde sectoren

  • aantal kmo’s
    • In 2009 telde Wallonië 240.984 kmo’s (vennootschappen of eenmanszaken), waarvan 4,8 procent meer dan vijf mensen in dienst had en 56,4 procent eenpersoonszaken waren.
    • In Vlaanderen waren er in datzelfde jaar 514.262 kmo’s, waarvan 5,5 procent meer dan vijf mensen tewerkstelde en 48,5 procent eenpersoonszaken waren.
  • sectoren
    • Van de Waalse kmo’s is 14 procent aan de slag in de sectoren zakelijke diensten en vastgoed, 14 procent in de industrie, 13 procent in de bouw, 12 procent in de detailhandel en 7 procent in de horeca.
    • Bij de Vlaamse kmo’s is dat 17 procent zakelijke diensten en vastgoed, 13 procent in de industrie, 13 procent in de bouw, 11 procent in de detailhandel en 6 procent in de horeca.
  • niet zo oud
    • Zowel in Wallonië als in Vlaanderen is 29 procent van de kmo’s jonger dan vier jaar. De helft is jonger dan tien jaar. Amper 8 procent van de kmo’s is ouder dan 30 jaar.

Cijfers uit het Unizo-Graydon onderzoek

STEUN GEZOCHT?

Op economie.wallonie.be onder het MIDAS-programma staat een overzicht van alle steunmaatregelen voor ondernemers in Wallonië. Andere nuttige websites: www.investinwallonia.be; www.creativewallonia.be en creation-pme.wallonie.be

Tekst: Barbara De Munnynck, Bergen

Foto: Jonas Lampens