Eddy werkt als enige man in een team van 18 vrouwen

Als man in een vrouwenwereld werken. Hoe voelt dat? Eddy Dehaes kan ervan meespreken. Ruim zeven jaar staat hij nu aan het hoofd van de verpleegafdeling inwendige geneeskunde in het Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria te Halle.

"Mijn moeder werkte als zorgkundige, mijn tante als verpleegkundige, het lag in de lijn van de verwachtingen dat ik ook voor de zorgsector zou kiezen. Ik wou in ieder geval iets met en voor mensen doen. Ik sta er niet bij stil dat er meer vrouwen dan mannen in mijn omgeving zijn. Voor mij  is dat heel gewoon."

"Dat begon al thuis. Ik was enig kind maar had heel veel contact met mijn nichten. We groeiden samen op. Ook tijdens mijn studies waren er opvallend meer meisjes dan jongens. In het derde jaar verpleegkunde studeerden uiteindelijk 31 meisjes en 7 jongens af. Intussen heb ik zelf een gezin met drie meisjes. Ik ben helemaal vertrouwd met de leefwereld van meisjes en vrouwen. Dat helpt op het werk."

Zorgzaam en empathisch

"Dat we een team met alleen vrouwen hebben, ervaar ik als positief. Trouwens, drie weken geleden is een tweede man op onze afdeling gestart als zorgkundige en het loopt goed. Ik zou niet weten welke initiatieven men zou kunnen nemen om meer mannen naar de verpleging te loodsen. Je moet er gewoon voor gemaakt zijn. Je moet zorgzaam, empathisch en communicatief zijn. Anders lukt het niet of houd je het niet vol. Toegegeven, het is een zware job. Zeker op emotioneel vlak. Aan het einde van de werkweek  is mijn energie op. Gelukkig kan ik goed relativeren en herbronnen tijdens het weekend. Zo kan ik elke maandag een frisse start nemen.’

Ook meer vrouwelijke artsen

"Ik ervaar veel respect van de artsen met wie we samenwerken op onze afdeling. Ik weet niet of dat te maken heeft met het feit dat ik een man ben. Ik doe er niets speciaals voor, ik ben gewoon mezelf. Ik merk op dat het vroeger allemaal mannelijke artsen waren, nu werk ik samen met acht vrouwelijke en vijf mannelijke artsen. Dat is een opmerkelijke trend!"

"Dat artsen nu samenwerken in praktijkgroepen maakt het beroep toegankelijker voor vrouwen. Zo biedt het hen ook de mogelijkheid om er niet enkel te zijn voor de maatschappij maar ook voor hun gezin."

Minder werken voor het gezin

"Een tiental jaren geleden werkte ik in Brussel, voor het Sint-Jans- en Sint-Pieterziekenhuis. Dat was ook een mooie tijd. Ik merkte op dat vrouwen daar minder in het klassieke rollenpatroon zitten dan hier in Vlaams-Brabant. Hier is het nog vaak zo dat mannen fulltime blijven werken en vrouwen minder gaan werken om de kinderen op te vangen, ook al doen ze hun job heel goed en graag. Meestal komen zij wel opnieuw fulltime werken wanneer de kinderen groot zijn, maar dat gaat niet altijd van een leien dakje."

Hoger tempo, andere accenten

"Het tempo ligt nu veel hoger dan ongeveer tien jaar geleden. De accenten liggen ook anders. Uiteraard is de verzorging nog heel belangrijk maar het aspect meten en registreren is minstens even belangrijk geworden. Er blijft maar weinig tijd over om eens op bed te zitten bij de patiënt.  En toch zijn ze zo dankbaar als je dat eens doet. Vandaag nam ik een kwartiertje om te luisteren naar één van onze patiënten. Hij vertelde een verhaal uit zijn jeugd. 'Waarom zijn er niet meer zoals jij, die eens de tijd nemen om te luisteren?' vroeg hij me net."

Succesrecept?

"Je moet je als diensthoofd openstellen voor de gevoelens van je teamleden. Elke vrouw is anders en legt andere accenten in haar leven. Als je je aanpak kunt aanpassen aan de vrouw die voor je staat, ben je al een heel eind op weg. Binnenkort word ik coördinator van het Dagziekenhuis. Ook daar zal maar één man in het team zijn. Voor mij is dat geen probleem, ik kijk al uit naar deze nieuwe uitdaging."

Tekst: Sabine Verschelde