De voor- en nadelen van jargon

‘Het is misschien een no-brainer, maar zonder duidelijke scope blijft de performance echt suboptimaal.’ Is dit onnodig moeilijke woordkeus of gewoon efficiënte zakentaal?

Het gebruik van vaktaal is de laatste jaren enorm toegenomen. In welke branche je ook komt, de kans is groot dat je als buitenstaander een deel van de communicatie niet begrijpt. Toch lijken vakgenoten onderling precies te snappen waar het over gaat. Door interne en vakgerelateerde zaken efficiënt samen te vatten in jargon vermijden ze onnodig lange gesprekken.

Interessantdoenerij

Niets mis mee, al valt een vleugje prestige en interessantdoenerij niet te ontkennen. We doen inderdaad opvallend ons best om moeilijke dingen zo kort mogelijk te verwoorden, erkent taalexpert Wessel Visser en auteur van het boek Schrijven in eenvoudig Nederlands. ‘Zo willen we laten zien dat we ons vak goed beheersen. Dat gebeurt overigens in vrijwel alle sectoren: mijn schilder zegt ook dat hij schildert en is beledigd wanneer ik spreek van verven.’

Dat komt echter nog lang niet in de buurt bij de uitlatingen van bijvoorbeeld bankiers, verzekeraars, artsen en juristen. Het is vaak maar de vraag of we hen juist interpreteren. Niet echt handig, want de boodschap is juist het doel van communicatie.

Visser: ‘Met vaktaal is niets mis, maar houd die intern. Benader je klanten op een “gewone” manier.’ Daarmee bedoelt hij niet dat je cliënten en patiënten moet behandelen alsof ze dom zijn, zoals zijn cursisten uit het bedrijfsleven en de overheid vaak denken wanneer hij ze leert over duidelijke communicatie. ‘Wanneer een arts bij een notaris een akte laat optekenen begrijpt hij het evenmin,’ voegt Visser toe.

Wetenschappelijk tintje

Niet alleen is het onhandig als jargon de oorzaak is van onbegrip, het kan zelfs behoorlijk ingrijpende gevolgen hebben. Volgens Visser zou voor een deel de kredietcrisis nooit hebben plaatsgevonden als financiële overeenkomsten in normale, begrijpelijke taal waren opgesteld.

Of neem de farmaceutische industrie met hun omslachtige teksten op bijsluiters. Visser: ‘Hoeveel mensen worden wellicht zelfs zieker door verkeerd gebruik van medicijnen?’

Managers aan het woord

Een klasse apart binnen jargon zijn managers, vertelt Heidi Aalbrecht , schrijfster van het boek De managementcode gekraakt. Overal waar managers de kop opsteken, klinken wervelende uitdrukkingen en Engelstalige termen, smaalt ze. ‘Grootste boosdoener zijn de managementboekjes, die komen voornamelijk uit de Angelsaksische wereld. Bovendien is Engels nu de taal met het meeste aanzien dus dat klinkt veel interessanter dan Nederlands. Het geeft de woorden een wetenschappelijk tintje.’

Vanaf dat moment is het slechts een kwestie van tijd voordat de flitsende spreuken naar beneden sijpelen, zegt Aalbrecht. Mensen horen hun leidinggevenden zo praten, denken dat het hoort en beginnen er zelf ook mee. ‘Daarnaast hebben mensen de eigenschap om de taal over te nemen van de groep waar ze bij willen horen, ook als ze niet alles begrijpen.’ Als je het niet eenvoudig kan uitleggen dan snap je het zelf niet, zei Albert Einstein eens. Een no-brainer toch?

Managementtaal verklaard

can do-houding positieve instelling
cascaderen  doorschuiven (naar een lager niveau)
doorontwikkelen ontwikkelen
forecasten voorspellen
hands-on praktisch
incentive stimulans
no-brainer inkoppertje
roadmap gedetailleerd plan
scope afbakening, begrenzing, bereik
suboptimaal niet goed genoeg
uitdaging opgave, probleem, taak
uitrollen invoeren, ontplooien

Uit: De managementcode gekraakt, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

Dit artikel verscheen eerder in het Intermediair Weekblad.

Tekst: Hedwig Wiebes