De tweede carrière van Kristof Vliegen

De grote Limburger zette vorige maand een punt achter zijn carrière als professioneel tennisser. Hij praat met Vacature over de vooruitzichten in zijn carrière.

Vaak vergeten we het, maar Kristof Vliegen stond in oktober 2006 op plaats 30 in de ATP-wereldranglijst. Maar sinds twee jaar was hij steeds minder te zien op de baan. Ziekte en blessureleed verhinderden hem om zijn beroep ten volle te kunnen uitoefenen.

En zoals bij zijn oud-Daviscupploegmaats Malisse en de Rochusbroers was er geen sprake van “spelen op een lager niveau”. In juli 2011 kondigde hij dan ook het einde aan van zijn carrière op hoog niveau.

Maar waarheen gaat het met zijn carrière na deze belangrijke beslissing?

Kristof, was dit een moeilijke beslissing?

“Neen, om de simpele reden dat de dokters mij hadden duidelijk gemaakt dat mijn lichaam niet langer het niveau aankon waarop ik zou willen spelen. Ze hebben het licht op rood gezet… Het duurt nu al twee jaar dat ik sukkel met langdurige blessures zonder mijn oude vorm ooit terug te vinden. Onbewust wist ik al een tijdje dat mijn carrière uitgespeeld was.”

Is het moeilijk om psychisch te verwerken?

“Dat is niet evident, dat beweer ik niet. Maar ik kan me wel focussen op al het nieuwe dat nu voor mij ligt, in plaats van te blijven kijken naar het einde van mijn carrière. Ik wil nu mijn ervaring doorgeven aan jonge Belgische spelertjes.”

Had je al aan je toekomst gedacht toen je nog ATP-toernooien speelde?

"Wanneer je in de top 100 staat heb je echt geen tijd om aan de toekomst te denken. Toen ik 27 was, aan het begin van mijn fysieke problemen, stond ik op de 50ste plaats op de wereldranglijst. Mijn enige doel was toen dat niveau nog vijf jaar aanhouden.”

Wat doe je om je dagen te vullen nu je gestopt bent?

“Concreet ben ik bezig met twee jongeren te begeleiden: Alexandre Folie en Yannick Mertens. Deze twee jonge Belgen hebben volgens mij flink wat potentieel. En ik heb ook nog een aantal andere vergaderingen in het verschiet voor toekomstige projecten.”

Zijn dit geheime projecten of mogen we daar iets meer over weten?

“Dat is geen groot geheim. In België weet iedereen dat ik liefst in de privé-sector zou willen bezighouden met de professionele en gestructureerde opleiding van jonge spelers. Momenteel heb ik veel ontmoetingen met potentiële partners. Je moet veel technische beperkingen overwinnen om zo’n partnership aan te gaan, maar we gaan vooruit …”

Ben je benaderd door bedrijven na de aankondiging van het einde van je carrière?

“Het was vooral de banksector die me voorstellen kwam doen. Ik werk op dit moment ook samen met ING Luxemburg. Ik werk als sinds tien jaar samen met portfolio managers, als middle man. Mijn werk bestaat eruit om mijn contacten in België attent te maken op de mogelijkheid om te investeren in het type portefeuille dat ING aanbiedt. Ik ben een tussenpersoon die zich niet mengt in de technische details.”

De winsten die hebt opgestreken op het ATP-circuit, zijn die voldoende om van te leven?

“Ik heb goed mijn brood verdiend, dat is waar. Maar ik heb een deel van dat geld meteen geïnvesteerd, ik heb geen zotte uitgaven gedaan. Ik heb altijd geweten dat de periode waarin ik veel geld verdiende maar enkele jaren ging duren. Dat toenmalig financieel comfort heeft me niet verhinderd om te dromen van nieuwe projecten, om een mooie toekomst te bieden aan het Belgische toptennis.”