Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Column: "Het is de natuur"

Het is de natuur. Het is Darwin. Het is lang geleden zo gegroeid. Vanzelf. Zoals ons haar is uitgevallen toen we gestopt zijn met apen te zijn. Wij gaan nu toch niet twijfelen zeker aan iets wat een eeuwigheid geleden is ontstaan? Voor vragen over de schepping is het te laat. Inmiddels staat het nut buiten kijf, het nut van nederigheid.

Ingetogenheid siert het wijfjesdier. Haar bescheidenheid komt het legsel ten goede. Stel je anders maar eens een wijf voor, op een nest, met praat en tralala. Zo'n takkewijf wordt diezelfde middag nog opgegeten. Haar eieren worden geklutst, haar kuikens doorgeslikt, zoals pralines. Zo gaat het in de natuur en zo gaat het op de arbeidsmarkt.

Sinds we niet meer in God de Schepper geloven is er Dirk Draulans en Dirk Draulans zegt: “Het is de natuur”. Als het geen argument is voor de stand der dingen, dan is het ten minste toch een verklaring. Trouwens, die ongelijkheid is helemaal geen ongelijkheid. Het is een taakverdeling die al drie ijstijden zijn efficiëntie bewijst. Zij is stil. Zij valt niet op. Zij zit met eieren. En hij schreeuwt kukeleku.

Desondanks zijn er meer en meer wijfjesdieren die hun geluk buiten hun nest zoeken. Zij willen met branie ook een carrière. Sommigen willen zelfs baas worden en in de directieraad zitten. Voor die wijfjesdieren moeten wij extra eerbied hebben. Over die wijfjesdieren mogen wij eeuwigdurend verwonderd doen. Want ze maken het zichzelf niet gemakkelijk. Het is de combinatie en hoe ze het in hemelsnaam gecombineerd krijgen, hun natuur en hun tegennatuur. Iemand moet tenslotte wel op het nest zitten, zijnde de meest geschikte. Het is de natuur.
Het scheelde niet veel of ik had het allemaal geloofd, dat van de natuur en dat van die nesten.

Tot ik op een zondagmiddag gecamoufleerd voor de televisie zat en een groep pinguïnmannen in de gaten kreeg. Die zaten stilletjes te sterven op Eén, in de striemende Zuidpoolwind. Het was de natuur, hard maar voorzienig. De heren hadden geen eten. De heren hadden geen beschutting. En allemaal zaten ze met een ei, 50 dagen lang, tot hun wereldse wijf terugkwam van de zee. Ik wist niet wat ik zag. Het wijf was weg. Het wijf had haar ei achtergelaten. Nog nooit heb ik Dirk Draulans daar iets over horen zeggen. Dirk Draulans wil precies altijd alleen maar uitleggen waarom mannetjes met hun zaad in het rond lopen te schieten. Maar ho maar, de pinguïnman. Die kom je alleen maar per ongeluk tegen, op een zondagmiddag.

Ze zouden Voka-bussen naar Antarctica moeten inleggen om te kijken hoe de pinguïnman het doet. En Paul Buysse, die zouden ze moeten daar laten, samen met Gert Verhulst, om te leren hoe het is om met ballen in de kou te zitten. Net als de voltallige vrouwenraad die meent de natuur met cactussen te moeten bestrijden. Alles is de natuur, zowel een man met een ei als een vrouw die altijd weg is. Sterker nog, de natuur is dat het de natuur niet kan bommen, eieren of nesten, noch wie er allemaal mee zit. De natuur heeft geen vaste plannen. De natuur doet maar wat, in tegenstelling tot de mens op de arbeidsmarkt natuurlijk.