Bernard Deryckere (Alpro): “Wij Belgen zijn niet fier genoeg op ons onderwijs”

Bernard Deryckere (54), CEO Alpro Groep

Bernard Deryckere begint zijn carrière in 1983 bij Henkel. De 14 daaropvolgende jaren oefent hij verschillende functies uit als algemeen directeur bij Unilever. Na een internationale expatcarrière als CEO van Unilever Scandinavië, wordt hij in 2001 CEO van Alpro Groep, de Europese marktleider op het gebied van plantaardige alternatieven voor zuivel- en vleesproducten. Wanneer Dean Foods aandeelhouder wordt, treedt hij toe als lid van het mondiaal directiecomité. Daarnaast is Deryckere ook bestuurslid bij organisaties zoals Voka, Vlaams Netwerk van Ondernemingen en Fevia, Federatie Voedingsindustrie, waarvan hij in december 2012 voorzitter wordt.

Vacature legt elke dag van september een gereputeerde Belgische CEO tien vragen voor over zijn kijk op de toekomst, de sector en zijn carrière. Vandaag: Bernard Deryckere, CEO van de Alpro Groep.

1. Wat zijn volgens u vijf jobs met toekomst in uw sector? Waarom?

“In de eerste plaats denk ik aan sterke marketeers die weten hoe ze een merk moeten opbouwen en doen leven binnen hun doelgroep. Maar de sector heeft ook nood aan gedreven key account managers die de verantwoordelijkheid aankunnen om met grote klanten te werken en die om kunnen gaan met de druk van retail. Al even cruciaal zijn ingenieurs. Zij kunnen een loopbaan uitbouwen als productiemanager of maintenance manager. Daarbij gaat het niet alleen om technische kennis. Interpersoonlijke vaardigheden zijn al even essentieel. Een vierde categorie die we goed kunnen gebruiken zijn productontwikkelaars die hun theoretische kennis kunnen vertalen naar nieuwe toepassingen en producten. En uiteraard hebben we ook nood aan IT’ers die de bedrijfsprocessen optimaal kunnen ondersteunen.”

2. Welke profielen zijn geschikt om deze functies in te vullen?

“Wij zoeken onder andere naar mensen die toegepaste economische wetenschappen gestudeerd hebben. Ook handelsingenieurs, marketeers, bio-ingenieurs, burgerlijke ingenieurs en goede industriële ingenieurs staan op ons verlanglijstje.”

3. Zijn er op de arbeidsmarkt voldoende mensen met dit profiel beschikbaar?

“Er zijn minder en minder marketeers met echte FMCG-ervaring in België om een merk op te bouwen. Daar is echt nood aan. Meer en meer multinationals hebben België verlaten. Daarom zijn ook productontwikkelaars hier moeilijk te vinden. Gelukkig zijn er op de arbeidsmarkt wel goed opgeleide profielen die zich voldoende snel kunnen inwerken in deze functies. Coaching door het bedrijf is daarbij uiterst belangrijk.”

4. Bereidt het onderwijs in België studenten voldoende voor op deze jobs met toekomst?

“Ik ben echt onder de indruk van de studenten die vandaag afstuderen. Ik denk dat ze veel verder staan dan wij, die veertig jaar geleden afstudeerden. Ik denk aan bijvoorbeeld studenten van Leuven  Gent of Solvay. Dat zijn allemaal toppers met internationaal potentieel. Ze hebben een fantastische theoretische bagage, maar ze doen tijdens hun studies ook bepaalde stages in binnen- en buitenland. Ze gaan op Erasmus, ze zijn via internet verbonden met alles wat leeft. We zien dat zo een meerwaarde ontstaat voor de afgestudeerde zelf, en voor het bedrijf dat hen tewerkstelt. Ik denk dat wij er ons van moeten bewust zijn dat het onderwijs in België algemeen top is. Ons moederhuis in Amerika (Dean Foods, nvdr) is telkens onder de indruk van onze Belgische werknemers. En dat niet alleen omdat ze meertalig zijn, ze zijn ook buitengewoon goed opgeleid. Ik denk dat wij Belgen daar niet fier genoeg op zijn.”

5. Wat zijn de belangrijkste trends en uitdagingen in uw sector?

“De uitdaging in onze sector is blijven groeien in een moeilijke economische context, maar ik ben een zeer sterke ‘believer’ in de voedingssector. Het is een toekomstsector omdat het eigen is aan onze Belgische, Bourgondische cultuur. We hebben bewezen in de laatste tien jaar dat dit een sector is die blijft groeien, terwijl de meeste andere sectoren moeten inboeten.”

6. Waar ligt het groeipotentieel in uw markt?

“Iedereen weet dat er niet genoeg voedingsstoffen meer zijn in de wereld. Alpro heeft een breed aanbod van plantaardige voedingsproducten, die gezond zijn voor mens en planeet. Bovendien was dat aanbod nog nooit zo eenvoudig en gevarieerd. Daarvan moeten we de consument nog meer bewust maken.”

7. Welk project wil u met Alpro nog realiseren voor 2020?

“We willen ‘plantaardig’ hoger op de agenda krijgen. Voor mij is dat de uitdaging om de groei te blijven bewerkstelligen, samen met mijn medewerkers.”

8. Wat is de grootste fout die u maakte in uw carrière?

“Ik heb zoals iedereen regelmatig fouten gemaakt. Maar de grootste fout aanwijzen, vind ik moeilijk. Ik heb er ook geen enkele probleem mee dat mijn medewerkers vergissingen maken. Daar leer je uit. Wie geen fouten maakt, doet ook niets. Je moet ervoor gaan.”

9. Wat vindt u het moeilijkste aan de crisisperiode die we al enkele jaren doormaken?

“Ik denk dat Europa een slecht imago heeft op de wereldmarkt, ook al lag de oorsprong van de crisis niet hier. Elke crisis is echter ook een opportuniteit. Het dwingt je om bewust prioriteiten te stellen. Na een crisis komt er altijd een nieuwe periode van groei. Ik denk dat de Europese bedrijven en landen daar sterker zullen uitkomen.”

10. Wat is uw tip aan jonge starters die nu op de arbeidsmarkt komen?

“Ten eerste moet je professioneel ingesteld zijn. Dat vraagt ook een zekere discipline om het goed te doen. Een tweede vereiste is ondernemerschap. Je moet durven gaan, durven doen, durven iets op te bouwen. De derde en misschien wel belangrijkste kwaliteit: je moet passie hebben. Passie geeft je vleugels.”

Lees ook de interviews met andere CEO's uit deze reeks