10 zinnen die je nooit mag gebruiken op het werk

Op het werk hebben de woorden die we gebruiken een impact op ons professionele imago. Welke zinsnedes schrap je best uit je woordenschat om goed over te komen?

Darlene Prince schreef het boek 'Well Said! Presentations and Conversations That Get Results' en geeft alvast enkele tips voor woorden die je best vermijdt op het werk.

1. "Dat is niet eerlijk"

Je collega heeft opslag gekregen en jij niet, terwijl jij net harder werkt. Dat is jammer, maar de wereld is gevuld met onrechtvaardigheid. Klagen kan net contraproductief zijn. Doe eerder het omgekeerde en maak een onderbouwd dossier op waarmee je naar de verantwoordelijke manager kan stappen.

2. "Dat is mijn probleem niet" / "Daar word ik niet voor betaald"

Als een collega je iets vraagt en jij antwoordt met een botte "daar word ik niet voor betaald" getuigt dat niet echt van een goede teamspirit, noch van solidariteit. Je hoeft natuurlijk niet overal 'ja' op te zeggen, maar je kan ook tactvol weigeren. Als je baas je bijvoorbeeld een extra taak geeft, zeg dan dat je zeker wil helpen maar vraag hem welke van je taken de hoogste prioriteit heeft. Zo geef je aan dat je een goede teamspeler bent, maar dat je ook realistisch kan omgaan met verwachtingen.

3. "Ik zal proberen"

'Proberen' impliceert een mogelijke mislukking. Als je baas je iets vraagt, wil hij dat dat ook gedaan wordt. Schrap het werkwoord 'proberen' dus uit je woordenboek en roep de nodige hulp in om een taak of project succesvol af te ronden.

4. "Maar zo hebben we het altijd al gedaan"

Werkgevers appreciëren meer en meer dat werknemers innovatief zijn en creatief meedenken met de organisatie. 'Zo is het altijd al geweest' zegt het tegendeel over jou: dat je vastgeroest zit in je gewoontes. Verandering hoeft niet altijd negatief te zijn: alles kan beter.

5. "Hij is een idioot" / "Ik haat mijn job" / "Ik werk niet graag voor dit bedrijf"

Het is kinderachtig om te roddelen over je collega's, je job of je bedrijf. Dat niet alleen, je kan er ook nog eens voor ontslagen worden. Als je een probleem hebt met een bepaald aspect van je werk, laat dat dan beleefd en tactvol weten aan de juiste personen.

6. "Ik kan me vergissen, maar … " / "Het is misschien een dom idee, maar …"

De manier waarop je praat verraadt hoe je over jezelf en je eigen ideeën denkt. Breek je voorstellen dus niet af al van voor je ze in de arena geworpen hebt, maar wees assertief wanneer je het woord neemt.

7. "Dat is onmogelijk" / "Ik kan daar niets aan doen"

Met deze zinnetjes stuur je een pessimistisch en passief imago van jezelf de wereld in. Werkgevers zijn fan van een proactieve houding, waarbij je positief communiceert en actief mee zoekt naar een oplossing. Verwijs iemand desnoods door naar een persoon die hem of haar wel kan helpen.

8. "Je moest …" / "Je had kunnen …"

Deze passief-agressieve beschuldigingen kunnen je gesprekspartner de kast op jagen. Het is beter om naar de toekomst te kijken wanneer je feedback geeft over een bepaald project, met zinnen als 'de volgende keer ...' of 'in de toekomst ...'

9. "Denk je niet?" / "Akkoord?"

Hiermee zoek je alleen maar bevestiging, zonder echte tegenspraak te dulden. Ontdoe je van deze taaltic wanneer je anderen van een bepaald voorstel of idee wil overtuigen.

10. "Ik heb geen tijd" / "Ik ben te druk bezig"

Zelfs als het waar is kunnen deze zinnen nogal bot overkomen. Zeg nooit onmiddellijk 'neen' tegen een vraag of voorstel, maar antwoord dat je gerust morgen of volgende week even wil overleggen.