Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

"Echte toppers wijten hun successen én hun nederlagen aan zichzelf."

Je ziet het vaak bij studenten: als ze slagen voor het examen, is dat omdat ze hard gestudeerd hebben. Als ze falen, heeft de prof strikvragen gesteld. En dat fenomeen zie je eigenlijk overal.
Door Karlien Vanderheyden, Vlerick Leuven Ghent Management School

We kennen allemaal successen en nederlagen. Het komt ons zelfbeeld ten goede als we onze successen aan onszelf toeschrijven en onze nederlagen aan al dan niet toevallige omstandigheden. Het is overigens een kenmerk van depressie als je systematisch het omgekeerde doet: wat goed is, is onbelangrijk en komt door toeval, wat slecht is, is de eigen fout.

Voor anderen zijn we veel strenger. We vinden dat ze veel van hun successen te danken hebben aan derden, aan flauwe praktijken of aan het toeval, en we vinden ook snel dat hun nederlagen het gevolg zijn van gebrek aan inzet of discipline.

Hoe gevaarlijk dit soort verklaringen kan zijn heeft Obama ondervonden toen hij onlangs in een debat verklaarde dat zakenlui hun succes niet alleen aan zichzelf te danken hebben, maar vooral aan de gemeenschap waarin ze leven. Dat schoot erg in het verkeerde keelgat bij de ondernemers. Hun bedrijven hadden ze zelf opgebouwd en de socialist Obama ging dat nu eens ontkennen!

Zelfdienende attributie

Psychologen noemen dit proces zelfdienende attributie. We zijn vergoelijkend voor onszelf, en streng voor een ander. Iedereen beseft wel dat deze ‘fout’ ons psychologisch comfort geeft, ons beschermt tegen depressie, maar het is toch geen ideaal uitgangspunt om prestaties te verbeteren of  te leren uit eigen fouten. Zou het dan niet kunnen dat echte toppers veel minder lijden aan de zelfdienende attributie?

Als een gewone speler verliest, is het de schuld van de arbiter. Als een gewone speler een penalty mist, dan was er een hinderende beweging van een toeschouwer, lag er een hoopje aarde, net naast het strafschoppunt. Maar zou een topper niet sneller de schuld bij zichzelf zoeken?

Sport

Amerikaanse psychologen hebben dit onderzocht bij atleten. Hun conclusies zijn vrij complex. Solo-sporters lijden sterk aan de zelfdienende attributie. Ze hebben immers niemand uit hun ploeg als voor de hand liggend excuus. Had ik maar meer passen gekregen, kan de schermer of tennisser niet zeggen. Voor een solo-sporter is het extra moeilijk om te leven met de wetenschap dat het allemaal ‘dikke bult, eigen schuld’ is. Zij kijken heel sterk naar toevallige omstandigheden.

Beginnende sporters lijden eveneens ook sterk aan het probleem van zelfdienende attributie. Dat weerspiegelt waarschijnlijk ook een stuk realiteit: ze kennen de ‘regels van het spel’ nog niet goed. Ervaren sporters daarentegen hebben blijkbaar wel beter het onderscheid leren maken tussen fout en toeval. Maar heel bevreemdend is wel dat, de supertalenten ook in het bedje ziek zijn an de zelfdienende attributie. Het is nooit hun schuld. Iets wat je telkens opnieuw kan vaststellen als de Nederlanders net weer één ronde te vroeg uitgeschakeld worden in een voetbaltornooi. Een verontrustend negatief resultaat kan niet aan hen liggen, want ze hebben talent zat. Het is de fout van een ander.

Het is misschien net daarom dat steeds meer studies aantonen dat talent echt niet voldoende is. Hard werken is belangrijker. En toch maar aanvaarden dat we schuld hebben aan een aantal van onze fouten. Onze ouders hadden dus toch gelijk.